Hulp gevraagd bij ontcijferen akte ca.1650
Nog een paar vraagtekens bij synode 11:

Dat wij den kerckenraet hierover souden gedreven ende gebracht hebben
is niet, ende streckt tot kleijnachticheijt vanden selve, die doemaels oock
bestonde uijt lieden des magistraets, die niet weijniger als anderen
op de gerustigheijt ende vrede der stadt ende gemeijnte waren lettende
ende leert die tegenwoordige handelinge wel dat om den minsten
hoop te contenteeren, de meeste soude ontwert sijn geworden.
Wat volgendts soo breet geseijt wort, van't stout bestaen, ende sich
formelijck te canten p dient daerop ter antwoordt. Dat wij
noijet lust hebben gehadt noch tegenwoordich hebben om tegen onse
overicheijt ons te setten, ende wel considerabel is, dat den p.of h(eer?)
secretarius klerck seijde te comen, uijt naem van sommige
Heeren, dat het geweest is des saterdachs ontrent 9 ofte 10 uijren
dat gheen vergaderinge van magistraet was, oock de kerckenraet
niet conde ipso puncto ofte momento temporis vergadert worden
om wat te remonstreeren, ende den magistraet beter te informee-
ren, ende of schoon die dingen de kerckenordeninge betreffende