veroordeling bij wetgeving van 1822
Over de wet aan de slot meer:
Nieuwe Douanewetten
http://www.milwiki.nl/milwiki/index.php?n=Publicaties.Douane
In 1816 kwam er in het Koninkrijk der Nederlanden, dat ook het tegenwoordige België omvatte, een nieuwe douanewet tot stand en werd het oude systeem van de Convooien en Licenten afgeschaft. De nieuwe wet heette: "Wet van den 3den october 1816 over de heffing der regten van In- en Uitvoer, benevens het tarief derzelven regten". De regels in deze wet, betreffende de invoer, komen grotendeels overeen met de huidige wettelijke bepalingen. Een belangrijk verschil met het Plakkaat uit 1725 was, dat in- en uitvoer alleen langs daartoe aangewezen routes, of heerbanen mocht plaats vinden (art. 5). Aangifte moest worden gedaan aan een kantoor gelegen aan zo'n heerbaan (art. 11).
Die regels hebben grote invloed gehad op het grensoverschrijdende wegenstelsel. Wegen die niet aangewezen waren voor in- en uitvoer verloren hun belang. In het Koninklijke Besluit van 14 november 1816 Staatsblad no. 62 worden de kantoren genoemd waar aangifte moest worden gedaan. Voor de Achterhoek en Liemers waren dat: Oldenkotte (ook voor de Berkel), Rekken, Holterhoek, Huppel, Kotten, aan de Duiker (op de weg van Boekholt naar Aalten), Dinxperlo, Bontebrug (nabij Zilvolde), Gendringen (ook voor de Oude IJssel), 's-Heerenberg, Beek, Babberich, Pannerden, Sterreschans (voor de Rijn en IJssel op Arnhem en Doesburg) en Millingen (voor de Waal op Nijmegen).
In bovenstaande lijst wordt Lobith niet genoemd. Tijdens de samenstelling van de wet van 3 october 1816 met de bijbehorende Koninklijke Besluiten was Lobith nog Pruisisch gebied. De Sterreschans lag bij de splitsing van Rijn en Waal tegenover Pannerden. Een restant van deze schans is nu nog te zien bij het Pannerdense Veer.
Bij K.B. van de 3den augustus 1817 Staatsblad 27 werd bepaald dat de "kantoren van in- en uitklaring te Pannerden, Sterrenschans en Millingen zijn vernietigd". Dit laatste klinkt nogal drastisch; ze werden echter gewoon opgeheven. Als nieuw kantoor werd aangewezen: "aan de Tolkamers te Lobith (voor den Rijn, de Waal en den IJssel op Arnhem, Nijmegen en Doesburg)". Vanaf die dag begon de grote bloei van kantoor Lobith/Tolkamer.
De wet van 1816 werd vervangen door de wet van 12 mei 1819 Staatsblad 20. Ook deze wet had maar een kort bestaan want in 1821 werd besloten om weer een nieuwe wet in te voeren met de lange titel: "De Algemeene Wet over de heffing der Regten van In, Uit- en Doorvoer en van Accijnzen, alsmede van het Tonnegeld der Zeeschepen". Deze wet van 26 augustus 1822(Staatsblad 38) was een degelijk stuk werk, waaraan menig beginnend douane-ambtenaar bij zijn studie een zware kluif had. Tot 1 october 1962 bleef deze wet dienst doen en werd vervangen door de nu nog geldende wet.
In 1822 werd, bij de aanwijzing van de kantoren waar aangifte moet worden gedaan, een splitsing gemaakt. Eerst worden de kantoren aan de rivieren genoemd, namenlijk: voor de Berkel te Oldenkotte, voor de Oude IJssel te Gendringen en voor de IJssel, den Rijn en Waal te Lobith. Aan de landzijde waren dat: Oldenkotte, Rekken, Holterhoek, Huppel, Kotten, Kiefhutte (bij Aalten), Dinxperlo, Gendringen, 's-Heerenberg, Beek, Babberich, Zevenaar en Lobith. Er is een slechts een kleine wijziging ten opzichte van de lijst uit 1816.