Was een militair pensioen uit 1833 dusdanig hoog dat een gezin ervan kon bestaan?
Hendrik Jan van der Veen, geboren te Zutphen op 20.02.1813 heeft volgens het certificaat van de Nationale Militie gedurende het jaar 1832 als militair gediend en is hij in 1833 finaal vrijgesteld. Uit een geboorteakte van één van zijn kinderen bleek dat hij schutter is geweest. Hendrik Jan was van eenvoudige komaf, zijn vader was kleermaker en Hendrik Jan heeft nooit leren schrijven. Zijn schoonvader was t.t.v.het huwelijk in 1834 van Hendrik Jan en Anna Jansen, overleden - Albert Jansen was schipper en is verdronken in de IJssel.
In 1835 is Hendrik Jan pettenmaker, in 1837 is hij fabrikant, in 1838 koopman en in 1841 nogmaals fabrikant. Vanaf 1842 wordt als beroep in alle documenten van overheidswege (geboorteakten, overlijdensakten, bevolkingsregisters etc.) gepensioneerd militair opgegeven.Hendrik Jan en zijn gezin hebben op zeker meer dan 15 verschillende locaties gewoond in Heerde, Apeldoorn, Zutphen, Warnsveld, Hengelo Gld. en Vorden. In een aantal gevallen waren ze inwonend of woonden op een kamer, geen teken van grote rijkdom. Tot mijn verbazing woonde er in de periode 1844-1846 in Zutphen een werkster bij hen in. Mogelijk was zij een kostgangster, maar dit wordt niet vermeld in het bevolkingsregister.
Hendrik Jan heeft kennelijk vanaf zijn 29e jaar niet meer gewerkt, als hij ergens daghuurder was geweest, was dat wel vermeld als zijnde het beroep.
Ik begrijp niet hoe een heel gezin kan leven van een militair pensioen, opgebouwd tijdens 1 jaar in dienst. Als hij nu nog een hoge rang had gehad, was het nog wat anders, maar hij was gewoon schutter.
Ook vind ik het vreemd dat Hendrik Jan zichzelf tot 2 keer aan toe, in een geboorteakte van zijn kinderen, fabrikant noemt terwijl hij nog geen handtekening onder een akte kan zetten. Helaas wordt nergens vermeld wat hij fabriceerde, maar petten maken was een vaardigheid die hij onder de knie had - wellicht dat hij ook andere kledingstukken kon maken, van huis uit meegekregen vakmanschap. Maar ben je fabrikant als je een naaimachine hebt, dit in tegenstelling tot iemand die nog handmatig met naald en draad werkt en kleermaker wordt genoemd? Wat maakt iemand tot fabrikant? Of is hier sprake geweest van hoogmoed?
In geen enkel bevolkingsregister wat ik heb ingezien wordt melding gemaakt van ondersteuning door de diaconie, wat doorgaans wel vermeld staat bij inwoning.
Kortom, ik begrijp niet hoe ze financieel rond zijn gekomen!
Groeten,
Wilma