Kanttekening huwelijksakte en beroep ? buitengewoon kommies
Een mooie site, http://gtb.inl.nl/
Woordsoort: znw.(m.)
Modern lemma: commies
? vroeger COMMIJS, COMMIS ?, znw. m. Ontleend aan fr. commis. In Z.-Ndl. wordt de s niet uitgesproken. Een persoon aan wien een ondernemer, een overheidspersoon, een ambtenaar enz. een deel van zijne taak overdraagt of zekere taak opdraagt; titel van ambtenaren en beambten in zeer verschillenden werkkring, als:
?a. Een ambtenaar met een of ander toezicht en zekere verantwoordelijkheid belast; een rekenplichtig ambtenaar.
?b. Een beambte in dienst van de overheid of van een belastingpachter, die tot taak heeft het waken tegen belastingontduikingen en het innen van (indirecte) belastingen.
?c. Een ambtenaar, die belastingen int; ontvanger.
?d. De ambtenaar aan boord van koopvaarders (inzonderheid van schepen door de Oost-of Westindische Compagnie of een der voorloopsters daarvan uitgerust) met de leiding der handelszaken belast; koopman.
?e. Titel van ambtenaren op ministeries of secretarieën, bij de posterijen en telegraphie, bij de spoorwegmaatschappijen enz., die zekeren rang, hooger dan die van klerk, aangeeft.
?f. Een klerk, een kantoorbediende in het algemeen. In Z.-Ndl. het gewone gebruik, in N.-Ndl. thans ongebruikelijk.
Afl. Commiesschap, het ambt van ?, eene plaats als commies (?Commysschappen ofte Ontfangheryen, 't zy van Stadts ofte andere 's Landts middelen?, Vl. Placcaertb. 3, 266 [1672]).
Samenst. Als eerste lid in tal van aan het Fransch ontleende of op Fransche wijze gevormde samenstellingen, die verschillende soorten of rangen van commiesen onderscheiden, b.v. in:
Commies-ontvanger, commies die tevens als ontvanger dienst doet (?Aanwijzing van de grenskantoren der in-en uitgaande regten, die door Commiesen-ontvangers waargenomen kunnen worden?, Bijv. Stbl. 1865, 557)
commies schipper
commies-sloeproeier
commies-stapelier (Gr. Placaetb. 7, 197 b [1742])
commies-verificateur (?De commiesen-verificateurs voor de actieve dienst der directe belastingen, in- en uitgaande regten en accijnsen?, Bijv. Stbl. 1871, 557).
? Als tweede lid in Adjunctcommies, een ambtenaar in rang onmiddellijk onder een commies staande hoofdcommies.
Aanvulling bij COMMIES ?Samenst. Commies-generaal.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1908.
Woordsoort:
Modern lemma: kommies
Zie COMMIES. ?Aanm. Als benaming van de aldaar onder b) bedoelde ambtenaren die buitendienst verrichten, zich tot het publiek begeven en daardoor in allerlei kringen bekend zijn, wordt het woord als geheel nederlandsch gevoeld en thans gewoonlijk met k geschreven. In de andere beteekenissen vindt men in den regel commies, al is ook hier de spelling met k niet zeldzaam (verg. b.v. kommiesbrood). Hieronder volgen nog eenige voorbb. van kommies in de eerstgenoemde bet.
? In samenst. en koppel. Kommiezengoed, in antw. dial. minachtende benaming voor waren of goederen die onder de waarde te koop geboden worden en dus verondersteld worden gesmokkeld te zijn; vervolgens in 't algemeen: waren of goederen van slechte hoedanigheid (CORN.-VERVL. 1833 volg.). ?
? Kommiezenhuis.
? Kommies-verificateur (b.v. Staatsbegr. 1930, VII B, 7, blz. 9 a)
? Bierkommies: die belast is met het toezicht in de brouwerijen (CORN.-VERVL.).
? Hoofdkommies. ?
? Hulpkommies.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1940.
Een buitengewoon kommies zullen we tegenwoordig een 'bijzonder opsporingsambtenaar' noemen