erkennen kind
Geachte heer Waasdorp, beste meelezers,
Tsja. Een wijdverbreid misverstand, en niet alleen onder genealogen.
Uw twijfels zijn hier, simpel gezegd, overbodig:
aan de éne kant hoeft u nooit te twijfelen, en aan de andere kant kunt u dat maar beter altijd doen.
Het misverstand begint bij het begrip "erkennen" zèlf - het komt een beetje over als "toegeven", in de zin van: "ik geef toe dat ik degene ben die dat kind heeft verwekt; ik erken dat".
De kwestie is: in het Nederlandse familierecht heeft (en had!) "erkennen" simpelweg niet de betekenis die je zou verwachten, en die het begrip ook in het normale Nederlands heeft.
(Dat het fenomeen voor de buitenwereld in de praktijk wel die functie "alsof" gekregen heeft,
is omdat het traditionele Nederlandse familierecht, voortgekomen uit de Code Civil van Napoleon en dus christelijk-burgerlijk gezind, een héél sterke voorkeur had voor de mentaliteit van "stilte, schuld, schande, schaamte en schone schijn" , zoals wij die ook kennen uit de jaren '30 en '50.
Pas in de jaren 1970 is het systeem in Noord-Europa steeds meer opgeschoven naar het vastleggen van de werkelijke verhoudingen , i.p.v. de verhoudingen zoals men die aan de buitenwereld wilde presenteren;
maar in Zuid-Europa bestaan nog steeds rechtssystemen die wat dat betreft leven in de 19e eeuw; u kent dat wel: met afschuwelijke begrippen als "onwettige kinderen", "legitiem en illegitiem", "een kind echten", "overspelige en bastaardkinderen", "wettiging", etc. etc. - de waarheid en het belang van het kind interesseerden niemand, maar het beeld van het fatsoenlijke gezinnetje "intact houden" stond voorop.
De uitdrukking "Vuile was hang je niet buiten" is een goede samenvatting van deze mentaliteit.
Met andere woorden: men wilde naar buiten toe in alle gevallen het beeld overeind houden van een man, een vrouw en wat kinderen die -zo moest de buitenwereld geloven- steeds biologisch "eigen" waren van díe man en díe vrouw samen. U kent het wel: traditionele familiewaarden, eeuwige trouw, enzovoorts.
Ook het latere adoptierecht (vanaf 1956) en het naamrecht (waarin pleegouders de kans kregen een pleegkind hùn familienaam mee te geven) moesten bijdragen aan die uiterlijke schijn: dat een kind afkomstig was van eerdere relaties, andere biologische ouders of vreemdgaan, en wellicht ook dat een van de partners onvruchtbaar was, mocht nooit zichtbaar zijn voor de buitenwereld; en nòg erger: ook niet voor het kind zèlf. Erkennen maakt iemand juridisch ouder, en geeft mensen dus de mogelijkheid zich "ouder" te noemen van een kind - de buitenwereld denkt dan al gauw, dat die "dus" ook biologisch de vader is ).
In het familierecht betekent "erkennen", uitgesproken door een man (korte tijd is het ook nodig geweest dat moeders hun kind erkenden), iets anders: "de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de opvoeding en verzorging van een kind", met andere woorden: het juridische vaderschap op zich nemen ,
en wel ongeacht de vraag of men van het desbetreffende kind de biologische vader is of niet.
Niets meer en niets minder.
Voor genealogen is belangrijk dat het ook omgekeerd werkt:
u leest een akte, of allerlei familiepapieren, en u wilt daaruit graag bepaalde samenhangen zien,
en conclusies trekken; welnu:
het feit dat moeder X een kindje Y heeft dat erkend is (of wordt) door een man Z,
zegt in het Nederlandse familierecht niets over de vraag of Z de biologische vader is van Y.
Erkenning heeft dus geen "informatiefunctie" over het biologisch ouderschap, en al helemaal geen "garantie"!
"Twijfelen" aan de vraag of een erkend kind wel het "biologisch eigen" kind is van de erkenner
is dus gewoon het punt niet; zinloos, want: het is gewoon het juiste woord niet; immers: erkenning zegt niets over biologisch ouderschap.
Dat iemand die een kind bij de burgerlijke stand erkent wel meent dit ermee "uit te drukken", en misschien wel vaak terecht, of dat de buitenwereld onder erkennen verstaat "toegeven dat je de biologische vader bent", verandert daar niets aan.
Conclusie: zien wij oude akten van de burgerlijke stand, lezen wij iets over "erkenning",
en ontbreekt DNA-bewijs (en dat is váák in al die akten vanaf 1796/1811!
), dan weten wij dus a.h.w.
"nòg niets" over dat biologisch ouder zijn -
we moeten als genealogen gewoon leren leven met die onzekerheid....
(en zó krijgt, ironisch genoeg, de conservatieve wetgever uit de 18e, 19e en vroeg-20e eeuw dus alsnog zijn zin!
)
Veel succes met uw onderzoek,
met vriendelijke groet,
Dimitri Vlas