Een onderwerp van alweer enkele jaren geleden, dat voor mij weer actueel werd toen de hoofdpersoon - heer WIllem Dircksz van Tetrode - opdook in Johan van Oostens vraag over Marijtgen Hendricksdr van Slingerland <LINK>.
Reden om er weer eens in te duiken, en niet zonder resultaat.
1) In deze discussie was het jaar 1560 een ijkpunt, omdat toen Dirck Willemsz van Tetrode (nog) in leven was. Hij verkocht met zijn broer Boeckel twee ramen met erven aan de Korte Grevelingen buiten de stad. Die waren afkomstig van wijlen Gobburch Gerrijt Aelwijnsdr heur oude moije, van wie in de trasportakte een testament van 20-03-1543 wordt genoemd.
Dat vond ik niet, maar wel een van 12-07-1541 dat ook interessant is. Willem Dircksz van Tetrode, de vader van Dirck en Boeckel, was een neef van Gobburch, die voor de helft erfgenaam van haar wordt. Ze bespreekt ook 900 gld voor zijn kinderen, m.d.v. dat wanneer Dirck, zijn oudste zoon, bij haar overlijden nog in leven is, zijn 100 gld omgezet moet worden in lijfrenten ten zijne lijve. En ook, als een van de andere kinderen van Willem besluit om een geestelijk leven te gaan leiden, met de 100 gld van dat kind hetzelfde moet gebeuren.
Dat laatste klinkt voor mij als dat vader Willem alleen of in hoofdzaak nog jonge (thuiswonende) kinderen heeft (en misschienn wel dat Dirck al geestelijke wilde worden?). Het past slecht bij het gegeven dat zijn zoon Dirck al in 1531 een zoon (de priester Willem) heeft gekregen. Het zaait ten minste twijfel of die vader/zoonrelatie wel klopt.
2) Op 14-06-1611 (ONA Ldn 116/110) legde Marijtgen Danielsdr wed wijlen Arent Thielmansz (73 jr) een verklaring af op verzoek van Arent Gerritssz van Tethrode, goudsmid. Ze verklaart dat ze goed gekend heeft Machtelt Jansdr nagelaten dochter van Jan Willemsz van Tethrode, broer van mr Arent van Tethrode pastoor, dewelke geprocreeerd heeft drie kinderen met name WIllem, Pietertgen en Jan, en dat de voorsz requirant een zoon is van de voorsz. Pietertgen. Mr Arent heeft ze ook gekend, hij was de oudoom van de genoemde kinderen.
Wel, dat Arent de goudsmid een zoon was van Pietertgen, die een (volle) zus was van heer Willem van Tetrode, dat is op grond van vele vermeldingen aantoonbaar juist. Maar volgens Marijtgen waren Willem en Pietertgen dus géén kinderen van Dirck Willemsz van Tetrode, maar van Machtelt Jansdr van Tetrode. Zou ze daar gelijk in hebben? Vast wel, Arent moet het zelf ook geweten hebben en heeft het op deze manier door een familelid laten bevestigen. En Machtelt Jansdr wordt in 1528 (ELO, Hofjes, nr. 113) genoemd als zijnde getrouwd met een Dirck Jansz - die isd an de vader. De naam Tetrode is dus van haar overgesprongen op Willem en Pietertgen, en van haar weer op haar kinderen.
3) Dan is er nog de kwestie va de vicarie, die heer Willem Dircksz van Tetrode bezat en, nadat hij tijdens de Troebelen het land uit was gevlucht, ingepikt was door Jan Willemsz van Tetrode, die hem overgaf aan Claes Jansz van Tetrode. In 1579 is daar een vonnis over van het Hof van Holland, waarbij Willem in hetgelijk werd gesteld en weer de beschikking kreeg over de vicarie (dat is heel kort door de bocht, het vonnis beslaat 13 pagina's).
In het vonnis wordt mr Arent van Tetrode de oudoom genoemd van Willem Dircksz van Tetrode. Dat klopt als hij de zoon was van Machtelt Jansdr. Als hij een zoon was van Dirck Willemsz, dan was hij een achterneef in de 2e graad geweest (zo ongeveer, die relatie zit een andere lijn).
Dat veroorzaakt dus nu dat de vraagstelling grotendeels op zijn kop wordt gezet, want Dirck Willemsz van Tetrode valt helemaal weg. Met inachtneming van de discussie denk ik nu dat het als volgt geweest is:
Dirck Jansz tr. (1) met NN, kinderen Jan, Dirck en Neeltgen, halfbroers en -zus van heer Willem van Tetrode
Dirck Jansz tr. (2) met Machtelt Jansdr van Tetrode, kinderen Willem, Pietertgen en Jan, Pieterfgen dus volle zus in 1602, Jan zal daarvóór zijn overleden.
Machtelt Jansdr tr (2) Hendrick NN, kinderen Jan, Dirck en Daniel, halfbroers 's Gravendijck van heer Willem.
Of deze gegevens ook gevolgen hebben voor deze discussie <LINK> , waarin Jan Willemsz en Claes Jansz van Tetrode voorkomen, dezelfden (neem ik aan) als in het vonnis van het Hof van Holland, kan ik zo gauw niet beoordelen.
groeten, Frans