Cornelis Cornelisz Speelman en zijn vrouw Jannetje Gillis (Rijsbergen) laten voor zover bekend kinderen dopen in 1668, 1677 en 1678. De volgende akte van 6-8-1668 geeft vermoedelijk de verklaring voor het "gat" tussen 1668 en 1677: Cornelis Cornelisz Speelman, die als bootsman met het schip "de Dolfijn" met schipper Jan Teunisz naar oostindië zal gaan, machtigt zijn vrouw Jannetie Gilles, om tijdens zijn afwezigheid al hun zaken te regelen [hier]. Ook maken zij hun testament: Cornelis Cornelisz Speelman, die zich heeft verhuurd om als bootsman op het schip De Dolphijn waarop schipper is Jan Teunisz Hijer naar Oostindien te varen, en zijn vrouw Jannetge Gillesdr, wonend in de Jan Jorisgenssteech, benoemen elkaar tot erfgenaam. Zij benoemen tot voogd over hun resp. voorkinderen Coert Aldersz, zijn zwager, en Jan Gillisz, haar broer [hier]. Cornelis of Jannetje zal waarschijnlijk een zus hebben gehad die met Coert Aldersz was getrouwd.
Mogelijk zijn er nog een broer en zus van Gerrit en Cornelis: [6-5-1670] Pieter Cornelisz Speelman, zeevarende man en zijn zuster Ariaentje Cornelisdr Speelman, beide ongehuwd, benoemen elkaar tot erfgenaam [hier].
De naam Speelman komt in de 17e eeuw regelmatig voor in de notariële aktes van Rotterdamse notarissen.