Pieter Hendriks CLOUCK, kleermaker, geboren ca 1605.
Ondertrouwd op 19‑01‑1629 te Leiden (getuige(n): zijn zwager Jan Meppe en haar bekende Jannetje Jansdr), gehuwd 1629 met Aaltje FRANS, geboren ca 1608, dochter van Jannetje ESAIJAS.
Uit dit huwelijk:
1. Jannetje CLOUCK, geboren 1630, gedoopt op 04‑08‑1630 te Leiden (getuige(n): Jan Jochems, Pietertje Crijns).
2. Frans Pieters CLOUCK (zie III.37).
___________________________
Deze Pieter is niet in ca. 1605 geboren als hij dezelfde persoon is eerder in dit onderwerp. Pieter is veel eerder geboren ca. 1580 of iets eerder. Het huwelijk met Aaltje Frans is zijn 2e huwelijk.
Hier wordt Lijsbeth/Elisabeth Pieters vermeld in 1626.
Op huyden den 21e January anno 1626 compareerde
voor mij Pieter Claes van Rijn, notaris publicq,
bij den Hove van Hollandt geadmitteert, residerende
binnen der stadt Leyden, ende de getugen onder genomineert,
Maertijntgen Michielsdochter, huysvrouwe van Claes
Jansz Visser, woonende in de Langge Coppelincksteech
deser stede, out omtrent 54 jaeren, dewelcken
bij haere vrouwe waerheyt in plaetse van eede,
ter instantie ende versoucke van Willem Jansz
Schoemaecker, wonende tot Aelsmeer, als hem-
selven qualificerende als mede-erffgename van Ariaentgen
Thonisdochter, weduwe van Gillis Jansz van Kriseels,
overleden in de Dieffsteech binnen der voorsz. stede
Leyden int huys genaempt t'Vergulde Orgel,
voor de oprechte waerheyt getuycht ende verclaert heeft,
dat geleden den tijt van omtrent 8 weecken (sonder behael
van den prefixen tijt) sij deposante verstaen heeft
van Elisabet Pieters, dochter van Pieter
Hendricxz Clouck, als mede-erffgenaeme van de
voorsz. Ariaetngen Thonisdochter, de gemeene
erffgenaemen van deselve Ariaentgen Thonisdochter
al vrij noch wat op de weeskamer deser stede vanwegen
de voorsz. Ariaentgen hebben uuytstaende, maer
dat men het nyet uuytroepen en moste, opdat het
d'andere erffgenaemen nyet ter ooren en soude comen,
ende voornaementlijck dat aldaer noch was een
schultbrieff van vijffhondert guldens, die in
haere Ariaentgen naergelaeten geinventariseerde
goederen nyet bekent gemaeckt, noch te voorschijn
gecomen en is, wijders nyet tugende.
Aldus gepasseert ten comptoire mijns notaris ende /
ter presentie van Meyndert Jacobsz Voorn,
cleermaecker ende Hendrick Ariensz Wortel,
mijn clerck, als getugen hiertoe versocht.
X Martijntgen Michielsdochter haer gestelde merck
Meyndert Jacobsz Voorn
H.A. Wortel
Quod attestor
P.C. van Rhijn, notaris, 1626
1e aantekening in de marge:
al sit mijn vader in de gevanckenisse,
hij sal der wel uuytcomen, want