Ik ben op zoek naar familie van Willem Arentsz van Duivenvoorde uit Delft, lakenkoopman, overleden 1613, gehuwd met en gescheiden (in goederen) van Liesbeth Aelbrechtsdr, waardin van herberg 't Hemelrijck aan de Voldersgracht in Delft, weduwe van Ansem Gerritsz. Zij was een dochter van Aelbrecht Allertsz en Agatha Jansdr.
In de publicatie "Duivenvoer" van M.D. van Duijvenvoorde, Zaltbommel, 2005, vindt ik de volgende bronnen over Willem Arentsz van Duivenvoorde uit Delft:
Goudappel, C.D.: "Scheidingen te Delft uitgesproken", Jaarboek CBG 1954, blz. 202 / 205.
Huizen te Delft III, 938a, Inv. Nr. 283, Stadsarchief Delft
Rechterlijk Archief, volgnr. 1099, folio 141, Stadsarchief Delft
Als 17-jarige ingeschreven in het Album Studiosorum Academiae Lugduno Batavae 1575-1875 "Guilielmus a Duvenvoirde Graviensis, 17 dd. 20-02-1603 (geboren 1586)
NB. Deze bron wordt betwist door mij. Lijkt onwaarschijnlijk dat deze bron verwijst naar de latere lakenkoper Willem Adriaensz van Duvenvoirde uit Delft.
De scheiding van Willem Adriaensz van Duyvenvoirde met Elisabeth Aelbrechtsdr "waerdinne in 't Hemelrijck" vond plaats op 02-08-1605. Zij was weduwe van Ansem Gerrits. Zij had nering in het herberg houden en in de rederij van zalm. Hij had nering in het raden en verkopen van "fusteynen" (fustein is een dure kledingstof). Haar getuige bij deze scheiding was Borgert Jacobs van der Block (Oud Rechterlijk Archief Delft, Inv. nr. 169, Stadsarchief Delft).
https://www.achterdegevelsvandelft.nl/huizen/Voldersgracht%2015
Waertinne int Hemelrijck
De oudst bekende bewoners van het Hemelrijck zijn Agatha Jans en Aelbrecht Allertsz. Aelbrecht was in 1560 als poorter beëdigd en stadssmid van beroep. Hun dochter Elisabeth Aelbrechts baatte er met haar tweede man, Anchem (Ancelmus) Gerritsz van Ghelder, de herberg uit.
Als waardin zal Elisabeth er wel vaak alleen voor gestaan hebben want haar man was ook schout van Sint-Maartensrecht, een buurt onder Schipluiden. Haar eerste man was ‘grootschipper’ Claes Jacobsz. Dat wil zeggen dat hij vaak lang en ver van huis was. Hun zoon Jacob Claesz zou naar ‘de Oost’ trekken en daar op jonge leeftijd de dood vinden. Na Ancelmus’ dood hertrouwde Lijsbeth met Willem van Duvenvoirde, van wie zij korte tijd later wettelijk van goederen scheidde. Zij stierf zonder nakomelingen. De erfenis ging naar haar achternichtjes Cornelia en Marit Dirks Houthuijn. Voor hen werd de herberg met alles wat zich daarin bevond na Elisabeths dood in 1619 uitvoerig op papier vastgelegd door de Weeskamer. (Lees hier meer over die beschrijving van de herberg.)
https://www.achterdegevelsvandelft.nl/stadswandeling/stadswandeling%20totaal.html
Stadswandeling 1600
Voldersgracht
In het tweede huis vanaf de Hippolytusbuurt woonde aan de Voldersgracht ‘apotecarius’ Pieter van der Heyden. Hij deed aangifte van vier haardsteden en een ‘disteleeroven’. Daarbij moeten we wel bedenken dat de visbanken in 1600 nog niet bestonden en dat ook de voormalige Vleeshal, nu Koornbeurs, pas in 1657 gebouwd is.
De buurvrouw van de apotheker was Sara Jansdr. Zij bewoonde samen met Neeltgen Goris het huis,‘Inde Bruynvisch’, waarvan de naam is uitgebeeld in de steen die nu nog in de gevel zit.
Voorbij de Papenstraat zien wij aan de Voldersgracht onder meer een koekbakker en een ‘brandewijnman’, op wiens huis in de gevel een voorstelling prijkte van ‘den verlooren soon’ Behalve vijf haardsteden, werd door de huisvrouw van de eigenaar nog een ‘forneis’ aangegeven, nodig voor zijn bedrijf. Tegen het einde van de 17e eeuw zou de jenever de plaats van de brandewijn als ‘hels vocht’ overnemen.
Naast de brandewijnstoker woonde een pasteibakker, die met twee ovens werkte. Vervolgens weer een koekbakker, de tweede in die buurt. Verder nog een lakenbereider of drapenier, die een Delfse industrie uitoefende, waarvan de laatste sporen enige jaren geleden zijn verdwenen. [Soutendam doelt hier op de lakenfabriek van Maas die in 1868 haar poorten sloot.] Wie weet, wat nog gebeuren kan, nu een andere tak van nijverheid, ik bedoel het vervaardigen van Delfs aardewerk, schijnt te zullen herleven?
De buurvrouw van de lakenman was Lysbeth Aelbrechtsdr., die als waardin troonde in de herberg ‘Int Hemelrijck’, toen een gebruikelijke naam voor dergelijke inrichtingen