Item de v[er]kooperen bespreecken dat sij v[er]kooperen jder parseel soo groot ende kleijn als jder gelegen is v[er]koopen te weten de helft van jder parseel te deelen in plaets van haer- lieden tegens Klara Wachtmans, die van jder parseel de helft is hebben[de] ende v[er]kooper jder parseel mette placke, mette voet gestooten, sonder jn 't levens van eenige juste precie maete te willen zijn gehouden. Item den v[er]kooperen conditioneeren en[de] bespreecken dat den kooperen vooraden. . . den palmslac[h] houven te geven voor de manschap sulle betaelen, sooals hiernaer sal worden aengenoempt op jder parseel.
Item in den eersten een parceel weijlants /de helft van/ 12 lop[ensaet] gelegen in de . . .oosten met alsulcken chijnsen ende renten als daerop staende de mette metten . . . gestaen ofte in groot en kleijn als deselve aldaer gele. . . tusschen . . . en . . . Adriaen Staetsen erffgenamen en[de] Jan Stissel van Gils West, een watersloot Noorden, Adriaen Joope Jans Oost, de . . .ooststege Suijden. Item alnoch op alle voorgaende konditiën ende voorwaerden is v[er]cocht de helft van vijff lopensaet mette vest gestaen ten deelen als voor gelegen op de Houtse molen, Peeter Jan Stoffel van Gils West noch wel Peeter se. . .ers Noorden /. . ./, Peeter selve Oost, den apts hoevene West vrij Pieter cheenen chijns. Aen deselfs naebeschreven parsoonen Abram Geritsen V[er]meulen en Wilm Anthonissen Kleijne ende dat om es voor de somme van twee hondert ende vijffentsestich gulden jder gulden als voor contant gelt op de vest sonder . . .deling ofte vij. . . jn 't gelach een 5-0-0.
Op den 28 meij 1663 heeft Wilm Dirck Jaape ende Marijnis Lambrecht den voors[chreven] V[er]meulen ende de voors[chreven] Kleijnen jn dit bovengeschreven parseel saijlants gevest op alle voorgenoemde conditie ende bekende beijde de v[er]kooperen van ge. . . kooperen vol en[de] al betaelt te wesen den eersten pen[ning] mette leste comen[de] jder zijns naemen . . . Marijnis Wilm Dierc Jacops Wim Lambrachs 43 Item alnoch /van/ ses loopensaet /saijlants/ de helft als v[oor]s[chreven] is gelegen alhier jn 't goor tot Vrachelen Govert Marten Goverden West, Meeus Wilm . . .ch Noorden, Cornelis Jan Corn[elis] Oost, Merijnis Wilm Lamberts Suijden vrij . . . cheenen chijns . . . als voors[chreven] is ende voorts . . . op den . . . . . . als . . . ingeset bij Lambrecht Wilm Lambrechts met de somme van vier hondert vijffenveertich gulden te betaelen jn twee termijnen, de hlft contant op de vest ofte Gilse en[de] de resten kooppenningen een jaer daeraenvolgen[de] strijckt drij gulden drij is soo veele ten gelage present en getuijgen Jan Andries . . . en[de] Herman Adriaen / . . . / Thijs Vens
Dit is het hant merck gestelt bij Lambrecht Wilm Lmabrechts Jan Andriesen . . . Herme Adriaens Thijs Fijnen Op zelfde morgen van de ee[r]ste paije bekende den bovengeschreven . . . oock . . . en Merijnis Wilm Lambrecht van Lambrecht Wilm Lambrecht ontfangen te hebben de somme van een hondert twee enseventich guld[en] thien stuijvers t'oorconde . . . Dierc Bij mij Merijnis Wilm Lambrechs Op den 6 april 1665 soo bekende de voors[chreven] Wilm Dirk Jacops ende Marijnis Wilm Lambrechts van[de] rester[ende] cooppenningen ten volle vernoecht en[de] betaelt weesen van de voors[chreven] kooppen[n]ingen aen d'ander zijde ges. . . t'oorconde jdr zijns . . .
Willem Dierc Jacops Marijnus Wul Lambrechs A. Ruijssenaers 4 1665 6 44
. . . Coopseel van Wilm Dirck Jacops en[de] Meijnis Wilm Lambrechts 1663
1663 april 25 |