SAA: Toegang 5075; Inv. Nr. 6793; Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam; Notaris Pieter van der Meulen; Minuten jun-jul 1711; Fo. 521-526; #359; Scan 220-223/551; 05-06-1711 Scheepsverklaring over averij van het schip De Twee Rosijn Corven
https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5075/257.2.42/start/220/limit/10/highlight/3
Scan 223, linker pagina, regel 8-14:

gelost en[de] uijtgelevert hebben. /Dat zij op den 5 junij/
omtrent tweederde parten van een
last rogge, behorende tot een partije van
20 last rogge, zoo zij getuijgen berigt zijn,
geconfisceert bevonden in Cock en[de] Matz tot
Craz in een schuijte met luijken uijt hun schip
gelevert hebben, als ook de resterende madschuddinge [i]
[i]. Madschuddinge = Matschudding = Het (uit) schudden op eene mat, en bij overdracht: datgene wat uitgeschud wordt; als scheeps- en handelsterm.
Welke plaatsen worden hier met Cock, Matz en Craz aangeduid? Of betekenen de woorden iets totaal anders?
Michaël