stamboomforum

Forum logoOnderzoek in Nederland » Johan Camphuis of 17th century Winterswijk


Profiel afbeelding

In going through some documents I downloaded recently on another one of my late father's ancestors (John Camphuijs), I am attempting to determine if I have found John Camphuijs 's parents.

The following are taken from the Winterswijk - buurchap Meddo, Regesten Oud Rechterlijk Archief 1533-1811:

0251 RA Bred.74 (year 1612); fol.67v en 68r

Erschenen Johan Camphuis, Hille ehel., die bekenden dat Johan Camphuis nu op Lammerdinck woonhaft, Stijne Lammerdinck ehel., ihnen haer alinge kintsdeell, hij Johan Camphuis op Lammerdinck geboren, an Lammerdinck, sambt Niers huijs und Colstede, de Stroet, de Hallen Rijt, und derselven toebehoer und gerechticheit, wegen vader- und moederlicken nalatenschap, enigsins te pretendieren gehadt, entricht und betaelt hedden. Zij bedanckten sich desselven goede volnkommener betalong. Und hebben demnae glte. Johan Lammerdinck, nu op Camphuis woonhaft, Hille ehel., in behueff Johans Camphuyses, nu op Lammerdinck woonhaft, sambt Stijnen Lammerdinck sijner huijsfr. op alle actien, recht und gerechticheit, sie an und op dat guet Lammerdinck, sampt etc.etc. gehadt oder hebbe mogen, hiermit vrijwillich vertegen. Edoch seins Johans broeders, Berndts Lammerdincks (so voer ethlicke jaren buiten landts verreist) andeill, quota und kindtsdeell, soe eer hij niet weder komen worde, hem und eenen iederen tot sijner quota, voerbeholden.

See here (scan 324): https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS87-QS5H?i=323&cat=56473

0252 RA Bred.74 (year 1612); fol.68r en v

Erschenen Johan Lammerdinck, op Camphuys geboren, Stijne ehel., die bekanden dat Johan Kamphuis, op Lammerdinck geboren, Hille ehel., ihnen haer alinge kindtsdeell, quota, als ime Johan op Lammerding van den Camphuis guede, sambt Nijenkamps, Vehnebraecken, und Dingen Maet enigsings gecompetiert, und sembtlicke olderlicke nalatenschap volnkommentlick und thoe dancken entricht und betaelt hedden. Bedancken sich derselven guede betalong. Und hebben demnae, allet voorn. sich und haren erven, in behoeff Johans op Camphuis, Hillen ehel., op glte. Camphuis guet, Nijenkamp, Vehnebraecke und Dingen Mathe, sambt toebehoer, hiermit vrijwillich vertegen.

Scan 325: https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS87-QSGK?i=324&cat=56473

0253 RA Bred.74 (year 1612); fol.68v

Erschenen Johan Lammerdinck, Stijne ehel., die bekanden schuldich te sijn aan Johan Camphuis, Hillen ehel., die summa van 25 dll., belaefende dieselve op Martini deses jairs onfeilbaer toe betalen.Een en ander bij veronderpandong aller harer guederen.

Scan 325: https://www.familysearch.org/ark:/61903/3:1:3Q9M-CS87-QSGK?i=324&cat=56473

Question I have:

was Johan Camphuis (with wife Stijne), the son of Johan Camphuis (wife Hillen)?

Any help understanding these judicial proceedings would be greatly appreciated.

Thanks.

Steve Barnhoorn 2 - 8 apr 2021 — 00:36 (laatst bijgewerkt 8 apr 2021 — 00:39 door auteur)


Oud-Rechterlijk Archief Bredevoort (Volontaire protocollen Bredevoort 1615):

folio 41 verso:

Sabbati 15 Julij A° 1615 - Statholder Franciscus Moselage, Cornoten Peter Cloeck, Henrick Menekinck. Erschenen Johan Camphuis in Meddehoe, Helle sijn huisfrow, die bekanden voer sich und haren erven, van versetene und verjaerde Pacht wetlicker berekender schuldt schuldich toesijn den Ernachtbare Roeloffen Dapper und sijnen Consorten, als gemeinen Landtheren des Erffs und guets Camphuis, die 

f. 42 – Summa van Hondert daler Bredefortscher geweerden. Gelaeffden diesleve in Vier terminen, als nemptlick op naest anstaende Martini t’eerste und so volgentz Jaerlicx op Martini Vijffundtwintich daler, op Martini 1618 t’ leste, gewislick und onfeilbar toebetalen. Bij veronderpandongh aller harer gereiden und ongereiden goederen, in specie des Camphuis Nijen Camps, Voorth peen van pandtleverong und pandtschlijtong alsoff dieselven mit allen rechten daervoer ingewonnen und uthgesleten wehren. Sonder alle exceptie und argelist.

(Volontaire protocollen Bredevoort 1620):

fol 6 v – Martis 14 Martij 1620 - Stadtholder Johan ten Berge, Coernoten Peter Cloeck, Joannes Wisselinck. Erschenen Gijsbert Wassinck Enneken, eheluijde, die bekanden voer sich und oeren erven, voer eene walbetaelte Somme geldes rechtes steden, ewigen und onwedderroeplicken erffkoips avergelaten und verkofft toehebben, Johan Camphuis, Hillen sijner huijssfrouwen und Derick Berninck Willemken sijner huijssfrouwen und oeren erven, een stuck groenlandts, die lange Mörsch genant, alsoe t’selve in sijner bepalong, inden Kerspell Wenterschwick, buerschap Meddehoe, mit eener sijdt an Nijenhuijser und BruggersMathen, mitter ander sijdt langs den Balckenschoter Esch gelegen, mit sijnen toebehoer und gerechticheit, voer doerschlechtich thendt-, thinss- und kummerfrij, Deses erfflick gecediert und uthgegaen, daerop mit hant, halm und monde vertegen, waerschap, beter verschrijvong und erffvestniss gelaefft nae Landtrechte. Sonder Inrede und argelist.

(Volontaire protocollen Bredevoort 1623):

Fol. 47 v – Sabbati 22 Novembris 1623 – Stadtholder Johan ten Berge, Cornoten Joannes Wisselinck, Henricus Baurman. Erschenen Herman Brunss van Memelick als Cessionaris und respective Volmechtiger in rem suam Berndt Lammertings thoe Cocosso Int Bischdom van Coln, Coninckrijk van Polen woonhafft, Daervan Geloofweerdige Cessie und Volmacht, onder des Bischops zu Cocosso handt und Segell, neffens der Gerichtzvervandten daerselffst veronderteijkenissen, In dato den 5. Septembris naestleden voerbracht, Die bekande voer sich und sijnen erven, voort Jedermennichlichen van wegen sijnes Cessionarien vorschreven Berndten Lammertincks alingen Patrimonij und olderlicker Nalatenschap van den Erbaren Johan Lammertingk Stijnen eheluijden tot sijne goeden benuegen, gecontenteert und betaelt te sijn, bedanckte gemelten Johan Lambertingk Stijne eheluijden derselven goeder betalong, quitierende und renuntieerende daerop und op alle action thoesprueck recht und gerechticheit meergemelter Bernt Lammertinck an und tot sijnen olderlicken guederen und Nalatenschap gehadt, und voer aller vorder Namanongh van wegen derselven cavierende in krafft deses, Gelavende deses waerschap, vernere und betere verschrijvong und erff...

(Volontaire protocollen Bredevoort 1646-1647):

fol. 66 - Sabbati 17 julij 1647 - Stattholder Joost ter Vile Rentmr. Cornoten Peter Cloeck Johan ter Woordt. In marge: Anno 1655 den 26. Maij bekande Gerdt ten Stienkamp hiervan voldaen en de een nije verschrijvinge in dato als boven ontfangen te hebben. Erschenen Herman Lammerdinck Lijse eheluijde, die bekanden voor sich und haeren erven, voor eene walbetaelte Summa geldes onderbenent rechter Jaerlixer pension avergelaten und verkofft te hebben an Gheert op Stienckamp Anna ehluide und haeren Erven Sess Daler. Den daler ad dertich stuijvers, den stuijver ad vijfftijn placken gereeckent, Jaerlix op Jacobi viertijn daegen voor offt nae und op Jacobi 1648 eerst te verschijnen, stellende daervoor t’onderpande alle hare gerede ende ongeriede goeder, om sich daeran gemelter pension, sampt hoofftsum, hinder kosten und schaeden wegen missbetalongh nae Landtrechte te verhaelen, Die Loese een Vierendeell Jaers te voeren te verkundigen voerbeholden und demnae op Jacobi viertijn daegen daernae onverhaelt mitt die Summa van Hondert daler obgemelter gewerden, te loesen. Alles bij pœne van pendongh als voorschreven. Sonder exception und argelist. Voorts erschenen Jan Lammerdinck, vader van Herman ende heefft sich als burge voor sijn Soon gestellt, bij veronderpandongh aller sijner goederen, Sonder argelist.

(Volontaire protocollen Bredevoort 1655-1656):

Fol 17 v- Sabbati 26 maij 1655 - Stattholder Peter Cloeck, Coernoten Willem Hertlieff, J. Wisselinck In de marge : Anno 1657 den 28. Novembris bekande Gerdt Stienkamp dat hem dese Summa ten vollen affgeloest ende betaelt Ergo Vacat Erschenen Herman Lammerdinck, Jan Lammerdinck, Griete Lammerdinck, mit Herman ende Jan Lammerdinck vorss. haere broeders, als in desen in absentie haeres Mans, erkorene Mombers , und Gerdt Heijnck cavierende voor sijn huijsfrouw Marrie Lammerdinck, die bekanden respective voor haer ende haeren erven, voor eene welontfangene Summa geldes ondergemelt rechter Jaerlixer pension avergelaten ende verkofft te hebben an Geerdt Stienkamp Tonnissken eheluijden ende haeren erven Sess dall, den dall ad dertich Str. den str. tott vijfftijn placken gerekent Jaerlix op Martini ende op Martini 1655 eerst toe verschijnen, stellende daervoor t’onderpandte haere stede die Stroote, in Medehoe bij Lammerdinck Berencamp gelegen, om daeruijt Jaerlix op Martini gemelte pension vanden Bowman gemelter steden, te heffen ende te boeren ende bij missbetalinge dieselve an des Bowmans goederen mitt pendinge nae Landtrechte te verhaelen, die Loesse een Vierendeell Jaers te voeren te verkundigen voorbeholden ende demnae op Martini viertijn daegen daernae onverhaelt mitt die Summa van hondert dall obgemelter geweerden, te loessen , alles bij peene van pendinge nae Landtrechte, Sonder exception ende argelist.

Fol 18 – Erschenen Herman Lammerdinck, die bekande voor sich ende sijnen erven, also sijnen broeder Jan ende suster Griete, sampt Swager Geerdt Heijnck, haere anpart ende gerechtichheit der Strooten Stede in Medehoe gelegen, an Geert ten Stienkamp anede Gerichtelicken verbonden, ende sie gemelter Stienkamp niet schuldich maer die hondert dall so daeruijt an vorss. Stienkamp verschreven, hem Comparant allenich concernierde te betaelen, Als gelaeffde hij gemelten sijnen broederen susteren ende swager der vorss. Verschrijving schadeloos te holden ende daervan te bevrijen, bij verbandt sijner goederen, sonder exception ende argelist.

(Volontaire protocollen Bredevoort 1657-1658):

fol. 47 v – Veneris 21 Augusti 1657 - Drost ende Richter Georgh Nicolaes van der Lawick Coernoten: Peter Cloeck Willem Hertlieff Erschenen Herman Lammerdinck Mette Wijberinck eheluijde, Jan Lammerdinck voor sich, und Geert Heijnck Maria Lammerdinck eheluijde, die bekanden semptlick voor sich ende haeren erven voor genoegsame erstadong ende verbuijtinge van Landerijen, rechtes steden ewigh ende onwederroeplick avergelaten ende verkofft te hebben ahn haeren respective Swager ende Suster Jan Boeijnck Griete Lammerdinck eheluijden ende haeren Erven, haer anparten recht ende gerechtigheiden vande Cavenstede Halrijt inden Kerspell Wenterschwick Buerschap Medehoe tuschen Oostendarp ende Stienkamp in vernere bepalinge gelegen, mit desselven toebehoer ende gerechtigheit, voor doorschlechtich kummerfrij, Deses erfflick gecediert ende uijtgegaen. Daerop mit hant, halm ende monde vertegen, wahrschap verner ende beter verschrijvongh ende vestnis gelaefft nae Landtrechte, Bij veronderpandongh haerer respective voorgemelte goederen, sonder exception ende argelist. Erschenen Jan Boeijnck Griete Lammerdinck Eheluijden die bekanden voor sich ende haeren Erven, voor genoegsame erstaedong ende verbuijtinge van Landerijen rechtes steden ewigen ende onwederroeplicken erffkoops avergelaten

fol. 48 - ende verkofft te hebben an haren Swaeger enden respective Suster Herman Lammerdinck Mette Wijberinck eheluijden ende haeren erven, haer anpart recht ende gerechtigheit vande Cavenstede Niers huijs, Item haer anpart recht ende gerechtigheit vande Cavenstede die Stroete, beijde inden Kerspell Wenterschwick Buerschap Medehoe naest eenanderen in hare kennelicke limiten ende bepaelinge gelegen, mit derselver toebehoer ende gerechtigheiden, voor doorschlechtich kummerfrij, Uhtbescheijden uijt uht uijt Niers stede een dall. Dienstgelt, Vierdenhalven str. tijns, enden den Heere een Dagh roggenmeijens ende sonsten gemein beijde steden haer olde gewoontlicke ende bewijsslick beswaer, Deses erfflick gecediert ende uijtgegaen. Daerop mit hant, halm ende monde vertegen, wahrschap, verner ende beter verschrijvinge ende vestnis gelaefft nae Landtrechte, sonder exception ende argelist. Erschenen Jan Boeijnck Griete Lammerdinck Eheluijde, die bekanden voor sich ende haeren erven, voor eene welontfangene Summa geldes ondergemelt, rechter Jaerlixer pension avergelaten ende verkofft te hebben an Berndt ten Ostendarp Griete ten Oostendarp eheluijden ende haeren erven soeven Dall., den daller ad dertich Stuijver, den Stuijver tott vijfftijn placken gerekent, Jaerlix op Jacobi ende op Jacobi 1658 eerst toe verschijnen, stellende daervoor t’onderpande alle hare geriede ende ongeriede goederen, in specie haere Cavenstede die Halrijte inden Kerspell Wenterschwick Buerschap Medehoe tuschen Ostendarp ende Stienkamp in … N.B. het vervolg van deze acte staat op fol 7 v .

Steve Barnhoorn 2 - 8 apr 2021 — 01:05 (laatst bijgewerkt 8 apr 2021 — 01:51 door auteur)







Plaats een reactie

Om reacties (en nieuwe onderwerpen) te plaatsen op het Stamboom Forum dient u eerst in te loggen! Nog geen lid? Registratie is gratis en snel!


Inloggen Registreer nu