stamboomforum

Forum logoFora » Leeshulp/transcriptie gevraagd » NootGerichte Anno 1701 - Bertelink te Usselo. Leeshulp gevraagd.

De naam Berteler komt van een erf Bertelink in Usselo, welke door de jaren heen onderverdeeld is in drie erven. In een van die Boerderijen woonde mijn voorouders welke te boek staan als Berend Bertelink en Greete Walmink (geboren voor 1728 en overleden na 1776). Op de overlijdens acte van hun dochter staat vermeld: "Vader geboren Egbrink"

Ik trek de conclusie dat Berend Egbrink dus verhuisd is naar het Bertelink, een deel kocht / kreeg en dus hoofd werd van een erf en vervolgens verder gegaan is onder de naam Berteler / Bertelink.

Nu heb ik de volgende teksten gevonden, waarin de bewoners van Bertelink vermeld worden. Het lijkt erop dat er een deel word overgedragen aan ene Berent Egbertinck. Zou dit (de vader van) Berend Bertelink zijn?

bron: http://stadsarchief.enschede.nl/bestanden/Landgericht_10.pdf

Ik vraag mij af of er iemand is die de tekst kan 'vertalen' naar eenvoudig Nederlands.

Wordt er in 1701 iets overgedragen aan Berent Egbertinck en zijn vrouw, en zo ja, wat, wanneer, waarom en zijn er voorwaarden?

En hoe staat deze passage in verband met de passage uit 1708, waar Fenneken Bertelink haar testament opmaakt?

NootGerichte Anno 1701 den 14 December

Joan Cost Richter. Ceurn. Dr.
Wagelaar en Henrick Derckinck. Ik Joan Cost wegens sijn Koninklike Majeasteit van Groot Brittannien, als Erfstadhouder in Overjssel etc. Richter tot Endschede, doe kond en certificere met desen breve, dat voor mij en mijne Ceurnoten Dr. Wagelaar en Hendrick Derckink in eigenen personen erschenen is Henrick Bertelinck en sijn suster Fenneken Bertelink, wesende deselve geassisteert met haren swager Steven Gerritsen en deden beide en een ieder van haar in ‘t bijsonder onwederoepelike cessie en overdracht van hare eigendomelike en bij maagscheidinge off deilinge haar oldenlike goederen, toegevallene volgende parceelen an Berent Egbertinck, sijn huisvrouwe en erfgen [Folio 489] Erfgenamen, sijnde alle uit het erve en goed Egbertinck, als eerstelik van de Schoppe ofte huisken staande in den gaarden met de geregtigheid van een uitdrift.

Item den selven gaarden liggende tussen Egbertinck huismaat, Bertelinck hoft ofte Bosch, schoolmeisters kempken de gaarden land ende d. Egbertinck Stege ofte Dijck, noch van een stucke bouwland, genaamt het Beckenstukke, gelegen tussen Ties Elferinks land, gelijk het selve met alle sijn olde en nije toebehoor recht en gerechtigheid in de Usseler marcke en desen Gerichte gelegen is.

Voorts nogh van het volle lijkwaar off waartal, als ook het Esdeel so tot het erve Egbertinck behoort: voor welke parceelen sij Transportanten ten vollen en tot den laasten pennink toe bekenden voldaan te sijn; Deden derhalven transport en vertigtenisse met hande en, monde als recht was, haar en den harigen van alle dese parceelen ten eenemaal ontervende, den aenkoperen en haren Erven daarmede weder erflick beervende, sonder dat sij Transportanten daar an het geringhste meerder behielden, nogh te verwachten hadden. Belovende desen Erfkoop also tegen eenen iederen te staan wachten en waeren onder verband van hare personen en goederen. Met renuntiatie van d. Exceptie van ongetelden gelde, voorts allen anderen so desen eenichsints ter contrarie souden mogen voorgebracht worden. Breder bij den brieff

Nootgerigte gehouden op de plaatse van Steven Gerritsen Anno 1708 den 30 januarij.

Richter Joan Cost. Assess. Jan Braker en Hendrik Eelkink.

In eijgenaer persoon eerschenen is Venneken Bertelink sijnde geadsisteert met Berent Busewinkel als met haren mombair in desen dewelke haer ook gerigtelijk is toegelaten, sittende op [Folio 623] een stool, sijnde swak van lichame dog bij goden verstande, becande overwogen te hebben de kordheid en brosheid des menschelijken levens, de sekerheid des doods en d. onsekerheid van desselver uire, ende daeromme voorgenomen hadde niet van hier t. scheiden, sonder bevorens van hare tijdelijke goderen te hebben gedisponeert tot welke dispositje sij verclaerde getreden te sijn uit vrijen wille sonder bedwang opmakinge off misleidinge van ijemand.

Comende dan ter dispositje soo beveelt sij hare siele soo haest nae den wille Gods uit haer lichaem coomt te scheiden in sijn genadige handen en haer lichaem tot een eerlijke begravenisse.

Vorders legateert ende geeft sij testatrix met adsistentje als voren hare nigte Greetken sijnde de oudste dogter van haer suster Hilleken geprocreert bij Steven Gerritsen de summa van vijftig caroli guldens en het linnen tot haren lieve ter oorsake dat dese hare nigte voor desen en in dese hare swakheid haer opgepast heeft.

Ende dan geeft ende legateert sij ook aen haren broder Hendrik all haer linnen soo nog niet gesneden ende gemaekt is.

Vorders geeft sij an hare suster Jenne getrouwt aan Herman Tegeder vijff Car. gls.

Ende dan steld ende nomineert sij in alle hare vordere nalatenschap niets van allen uitbescheiden tot haer erffgenamen, hare susters ende broders met namen Hille vrou van Steven Gerritsen, Egbert Berteler, Hendrik Berteler en haer suster Enne getrout [Folio 624] an Berent Geerdink in Woolde en bij enige van derselver voorafsterven dessen kinderen om in de stammen alle hare goderen gelijkelijk onder malkanderen te deilen.

All hetwelke voorssn staed heeft sij verclaerd t. sijn ende gewilt haer testament en uiterste wille, willende ende begerende dat het selve cragt hebben ende effect sorteren sall 't sij als testament codicille, gifte onder de levendigen ofte uit sake des doods, schoon dat alle solemniteiten hier toe gerequireert hier in niet waren geobserveert. Breder bij den breeff

Marcel Berteler

Beste Marcel,

In de eerste akte worden gronden geschonken aan  Berent Egbertinck.

In de volgende akte krijgt haar broer Hendrick Bertelinck het linnen van zijn zus.

vriendelijke groeten,

Jos

Jos Mevensen

Dank je Jos.

Ik zit toch nog met heel wat vragen. Misschien dat jij of iemand anders hierop kan reageren?

Enig idee waarom ze geschonken worden en niet verkocht?

In de eerst alinia lijkt het erop dat de goederen worden geschonken door Fenneken, niet door Hendrik aangezien er steeds over 'haar' gesproken word. Klopt dit?

Ik gebrijp dat een maagscheiding een verdeling is van een erfenis. Gaat het hier om een erfenis en zo ja, is het dan aannemelijk dat er iemand recent overleden is?

Wordt wat ze overdragen omschreven als: "sijnde alle uit het erve en goed Egbertinck"?

Gaat het hier dan om 6 gronden / bezittingen?

  1. De Schoppe ofte huisken staande in den gaarden met de geregtigheid van een uitdrift.
  2. Den selven gaarden liggende tussen Egbertinck huismaat, Bertelinck hoft ofte Bosch, schoolmeisters kempken de gaarden land ende d. Egbertinck Stege ofte Dijck
  3. Noch van een stucke bouwland, genaamt het Beckenstukke, gelegen tussen Ties Elferinks land
  4. Alle sijn olde en nije toebehoor recht en gerechtigheid in de Usseler marcke
  5. Voorts nogh van het volle lijkwaar off waartal,
  6. als ook het Esdeel so tot het erve Egbertinck behoort

Enig idee wat het volgende betekend:

  • met de geregtigheid van een uitdrift
  • het volle lijkwaar off waartal

In deze zin lijkt het dat Berent al rechten heeft. Hoe kunnen deze dan geschonken worden door Hendrik en Fenneken?

  • Alle sijn olde en nije toebehoor recht en gerechtigheid in de Usseler marcke

 

Veel vragen.... ik hoop dat iemand mij kan helpen.

Marcel Berteler

Marcel Berteler

Enkele vragen kan ik beantwoorden. Ik hoop, dat je er iets aan hebt.

Het gaat over Hendrick èn Fenneken. "Haar" betekent hier "hun". De eigendommen en goederen zijn overgedragen aan Berent Egbertinck en de zijnen. Het lijkt mij om een transportakte (verkoop)  te gaan. Verderop staat namelijk:

"voor welke parceelen sij Transportanten ten vollen en tot den laasten pennink toe bekenden voldaan te sijn; Deden derhalven transport en vertigtenisse met hande en, monde als recht was, haar en den harigen van alle dese parceelen ten eenemaal ontervende, den aenkoperen en haren Erven daarmede weder erflick beervende".

Hendrick en Fenneken hebben de genoemde eigendommen van hun ouders geërfd. Ik zie er niet bij staan, wanneer deze ouders zijn overleden.

Met de gerechtigheid van een uitdrift : het recht om vee over andermans grond naar de weiplaats te brengen.

waartal - aantal aandelen die iem. heeft in een mark; grootte van het aandeel in de mark.

Ik denk inderdaad dat de 6 beschreven goederen alle op het erve Egbertinck gelegen zijn ("sijnde alle uit het erve en goed Egbertinck").

Tineke Tjoelker


Bedankt voor de reacties!

Marcel Berteler




Plaats een reactie

Om reacties (en nieuwe onderwerpen) te plaatsen op het Stamboom Forum dient u eerst in te loggen! Nog geen lid? Registratie is gratis en snel!