@ Gerrit wat betreft je eerste alinea, een kennis van ons heeft ons enige tijd geleden deze informatie opgestuurd. De betreffende persoon komt hier ook in voor:
Uit de oudrechterlijke archieven van Echteld (1660-1739). We hebben ook van 1739 tot 1811, die heb ik niet ingekeken., het ging mij om de oudere Spiesen.
Nb. Het oudrechterlijk archief kun je vergelijken met de huidige notaris
PROTOCOL 410 (folio 73v.)
Hendrik Jansen Spies jongman, wonende tot Oij, promisit aen Agnita de Haes 100 gulden cum interesse en stelt tot een hijpotheecq huijsinge en hofstad met den aenkleve van dien op Oij onder Echtelt gelegen, oost Claes Jansen, zuijd den Bandijk, west Rutger Jansen ende noorden den Hoofden Bomgaert ende voorts generalijk, den 21° junij 1680. Geregistreert den 22° november 1680.
PROTOCOL 520 (folio 102v.)
Henrick Jansen Spies ende Jenneken Berndts echteluijden hebben schuldigh bekent aan dominee Johannes van Raesvelt ende Ida Keldermans echteluijden de somme van vijftigh gulden cum interesse ende daar voor verbonden seecker huijs ende hofstedeken groot omtrent een hont onder Echtelt in de buerschap Oij gelegen, daar oost de gemeijne straat, zuijden Sint-Sebastiaensstraat, west Rutjer Jans ende noorden den Hotsen Boomgaert, ofte wie etc., vermogens obligatie van den 18° maij 1693. Geregistreert den 22° maij 1693.
#Gecasseert op quitantie van dominee P. Bisschop ecclecia van Lienden, sijnde hem aangedeijlt van sijn vrouwswegen Mechtelt Cornelia van Raatsveldt, uijt den boedel van dominee Johannes van Raatsveldt, gedateert den 20° november 1715, mij vertoont en gebleecken.#
PROTOCOL 558 (folio 111v.)
Johannes Spies alias Palsman en Aaltje ...[achternaam ontbreekt], echteluijden promiserunt aan den Armen van Echtelt 57 gulden ad 6 percento en hebben daar voor verbonden seeckere huijsje met een boomgaartje in de buijrschap Oij kerspel Echtelt, oost Sint-Bastiaan en beneden de Swaan, vermogens obligatie bij die debiteuren en geërfde getuijgen op den 13° april 1697 beteeckent. Geregistreert den 20° april 1697.
PROTOCOL 650 (folio 139v.)
Aan soodaene gereede en ongereede goederen als Gerrit van Erckelens onder den kerspel van Echtelt en voorts etc. is hebbende en wel in specie aan soodaene gedeelte als denselven in en aan het huijs genaamt de Groote Rondout onder Oij in voorschreven kerspel gelegen, is gepant door Henrick Jansen Spies, omme daar aan te verhalen eene somme van sevenenveertigh gulden hercomende wegens coop van gras in den jaare 1708 van de heer Klinckstet gekoft op den 18° junij, 't welck den besetter uijt kragt van borghtoght heeft moeten voldoen, edoch alle salvo calculo et etc., vermogens pandinge van den 29° september 1711. Geregistreert den 29° september 1711.
PROTOCOL 838 (folio 225 - 225v.)
Rijck van Toorn en Neeltje Gossens de Vheer eghteluijden hæc cum tutore marito hebben deughdelijk schuldigh bekent aen den Huijsarmen van Eghtelt eene capitale somma van éénhondert gulden cum interesse ad 3 percent jaerlix en daer voor speciaal verbonden eene huijsinge met hof en boomgaert groot ongevheer een hond, oost de weduwe Rutger van Oosterhoud, zuijden Bandijck, west dorpsafwegh, noorden de gemeene straat; met nogh het reght van den erfpagt van een halve mergen Vicarije, oost Peter Cup, zuijden de straat, west weduwe Crauwel en noorden Jan Cornelisse; en dan nogh van deselve Vicarije een huijsken met den aenkleve vandien staande tegenover de Swaen, oost 't Oijse kerkhof, zuijden Bandijck, noorden de weduwe Hendrick Spies, ofte wie etc. en voorts generalijk etc., vermogens obligatie van den 11° november 1728 bij die debiteuren eghteluijden en geërfde getuijgen onderteekent. Geregistreert den 6° december 1728.
PROTOCOL 686 (folio 148v.)
Aan sodaene gerede en ongerede goederen als Aart Hendrickse van Manen als principaal en Hendrick Janssen Spies en Gerrit Hendricksen als borgen en medeprincipaalen in de buijrschap Ooij kerspel Eghtelt en voorts etc. sijn hebbende, is gepand door den heer doctor Massingh schepen en raad der stadt 's-Hartogenbos qualitate qua, omme daaraan te verhaalen de somme van tweehondert seven gulden, den gulden ad 22 stuijvers gerekent, herkomende per rest van paghtpenningen van 't Barteweertje onder Ooij voorschreven gelegen, over de jaaren 1707, 1708, 1709 en 1710 salvo calculo et deducto soluto deductisque deducendis, vermogens acte van den 4° augustus 1716 en insinuatie van den 5° dito. Geregistreert den 10° augustus 1716.
Hendrick wordt ook nog een keer genoemd als begrenzer:
Alnogh vier hont boomgaerdt en bouwlandt mede op 't Hogevelt onder Egtelt gelegen, oost Herman Hendrickse, noorden 't Groenestraetje. Daerbij aen landijck eene roede, naest gedeijckt Henrick de Palsman, beneden Verweij. Nogh vier roeden boven Jan Ariense, beneden de erffgenamen van Gerrit Willemse.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
NO. 1047. Wïllem van Boicholt en Johan Spies stellen zich borg voor Johan de Haan, die op
last des Hertogs gevangen was genomen als beschuldigd van aan eenen afgezant des konings van
Frankrijk 300 gouden kroonen ontvreemd te hebben.
17 Februarij 1521.