Beste Louise, en wie dit verder leest,
Ik heb nog gekeken naar het gezin waaruit Johannes Derksen waarschijnlijk komt, dat van Derk Hendriks (ook genoemd Rossenraet) en Elbertina Mommers. De gegevens die ik in het doopregister van Hemmen aantrof verschillen iets van degene die je geeft: de Johanna Maria?s van 1732 en 1735 zijn ook in Hemmen gedoopt, en de eerste is niet van 25 juni maar van 25 juli. Bij beide staat ook de moeder vermeld. Bij de oudste kinderen Hendrica en Johannes staat niet bij henzelf Rossenraet, maar staat dat ze dochter/zoon zijn van Derrick Hendricks Rossenraet en Elbertina Mommers. Een huwelijksplechtigheid van de ouders heb ik in de directe omgeving ook niet gevonden. De namen hebben wat exotisch. Voor Rossenraet had je nog een land verder moeten kijken, Rossenray is een buurschap in de Gemeinde Kamp-Lintfort, tussen Geldern en Duisburg. Er staat nog een kolenmijn, de noordelijkste in deze regio. In Duisburg zijn enige leden van een familie Rossenrath te vinden, één tak is inmiddels in Geertruidenberg terecht gekomen. Maar minstens zo opvallend is dat er rond 1800 in Zaandam een vrij groot aantal leden voorkomt van een familie Rossenraad, zoals uit Genlias blijkt. Misschien zijn zij ook genoemd naar een voorouder uit het Duitse Rossenray. De naam Mommers is ook helemaal niet Betuws, maar hoort thuis in Tilburg en omgeving, zo wijst de databank van familienamen op de website van het Meertensinstituut uit. Het is misschien niet zo toevallig dat Derk van den Hessenberg, de zoon van Johannes Derksen, kort na 1800 vertrok naar de omgeving van Tilburg. Maar hoe komt zijn grootmoeder dan aan de typisch Betuwse naam Elbertina? Is het verbetuwd uit Albertina, een naam die in en rond Tilburg wel te vinden is? En als Derk import uit Holland of zelfs Rheinland zou zijn, waarom heeft hij dan naar het lijkt verschillende familieleden Hendriks in de buurt wonen, iets waar de namen van de borgen bij de verpachtingen van Lexkesveer op wijzen. Het lijkt eerder zo dat een Rossenraad eigenaar was van een boerderij die dan ook die naam heeft gekregen en dat de familie van Derk die boerderijnaam dan weer heeft overgenomen. Elbertina daarentegen zou inderdaad wel eens uit Tilburg of omgeving kunnen komen.
Overname van de naam van de eigenaar via de boerderijnaam schijnt in elk geval te spelen rond Hessenberg. In de late middeleeuwen lagen er drie kloosters op de Hessenberg in Nijmegen. Verreweg het grootste was een zusterklooster van tertiarissen, gewijd aan Sint Petrus. Na de Reformatie werden de kloosters wel opgeheven, maar hun bezit bleef grotendeels in stand als fonds voor de ondersteuning van de nieuwe religie. Het beheer werd soms gevoerd door de staten van het kwartier, onderdeel van de provincie, soms door steden. In het geval van de Hessenberg trok de stad Nijmegen het beheer aan zich. We zien in het verpondingscohier, een register voor een Gelderse grondbelasting, van 1650 dat in Zetten Roeloff Lamberts pachter was van "eene bouwhoff met huijs, hoff, boomgaert, bouw- & weijlandt groot 70 morgen gehorende tot den Hessenberch tot Nijmeghen". Helaas is nadien nog maar één verpondingscohier bekend in Zetten, dat van 1792. Het goed is dan uiteen gevallen. Hendrik Derksen heeft huis, hof, boomgaard en 4 morgen bouwland den Hessenberg, Cornelis Driessen heeft 14 morgen bouwland den Hessenberg en heer Gordon te Doesburg heeft 4 morgen uit de Hessenbergse bouwhof. We zien dus dat de naam van de voormalige (daarover zo meteen) eigenaar is overgenomen voor de boerderij.
De pachters van de boerderij zijn een tijd lang te volgen in de rekeningen van rentmeesters van de kloostergoederen, die in dienst waren van de stad Nijmegen. Vanaf 1619 zitten er rekeningen in het stadsarchief. De boerderij werd als regel voor 6 jaar verpacht. In 1620 was pachter Lambert Roelofs, voor 480 gulden per jaar. De boerderij heet steeds in de rekeningen "den derden hoff", na Gennepestein en Op Neeme, beide in Herveld. In 1625 was Lambert nog pachter, maar in 1626 werd de hof verpacht aan Roelof Lamers of Lamberts, ook voor 480 gulden. Hij was jarenlang de pachter, geleidelijk liep de pachtsom terug, eerst naar 470 en later naar 435 gulden. In 1661 werd de weduwe van Roeleff Lamers de pachter, in 1667 Hendrick Roeloffs voor een verhoogde pacht van 450 gulden. Bij de nieuwe verpachting in 1672 werd de pacht verlaagd tot 420 en in 1675 of 1676 zelfs tot 265 gulden "geconsidereert nochtans dat hem dit jaerpachts belooft is mede naer advenant van de andere pachters te sullen reguleren". De volgende pachttermijn betaalde Hendrick 367 gulden, maar in 1682 kreeg hij 100 gulden korting. In het laatste jaar van de termijn, 1683, was de hof verpacht aan Hendrick Roeliffsen en zijn "naesaet" Hendrick van Heun. Hendrick van Heun continueerde de pacht vanaf 1684, maar nu voor 225 gulden. Nu moest wel bij het vernieuwen van de pacht om de 6 jaar een extra bedrag worden betaald, het "rantsoen", van 10%. In 1694 werd de pacht voortgezet door de weduwe van Hendrick van Heun. In 1699 was zij samen pachter met haar zoon Jan Hendricksen. Het was hun vierde en toch laatste jaar, want de stad Nijmegen verkocht de Betuwse boerderijen. De derde hof te Zetten ging naar Otto van Helbergen. Van de opbrengst kreeg de rentmeester van de kloostergoederen nog een laatste keer een bedrag, 5%, de rest stak de stad in eigen zak, in concreto in de kist op het stadhuis. De derde hof bracht 7375 gulden op, Gennepestein 8200 gulden en Op Neme 8300.
Helaas zijn er bij mijn weten van de nieuwe eigenaren niet zulke mooie rekeningen bewaard. Derk Hendriks zou een zoon van Jan kunnen zijn (vandaar een zoon Johannes), dan is Hendriks in dit geval een echte achternaam, overgenomen van zijn vader en geen patroniem. Of Hendrik van Heun moet nog een zoon Hendrik gehad hebben. Tussen Jan en Derk nog een Hendrik schuiven maakt Derk te jong om in 1722 al vader te zijn. Derk zoon van Hendrik van Heun maken zorgt ervoor dat hij misschien wat oud was om tegen 1760 nog veerman te zijn, maar het zou kunnen. Daarbij mag overwogen worden dat Ariaan Hendrikse (iemand van die naam was borg voor het veer) al 18-4-1717 een zoon Hendrik gedoopt kreeg in Hemmen en in Wageningen een Derk Henricks wonend in Randwijk trouwde met Geertruid Everts, ondertrouw in Randwijk 12-9-1714, zou een eerder huwelijk kunnen zijn. Welke relatie Hendrik van Heun had met Hendrik Roelofs zou ook nog nader bekeken moeten worden.
Onderdelen van de boerderij Hessenberg en het bijbehorende Hessenbergse broek zijn in kaart gebracht in het kaartboek van een van de buren, het Arnhemse Catharinagasthuis. Zie het fraaie boek van Gerda (G.B.) Leppink, Van Geelkerckens Kaartboek van de landerijen van het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem (1635) vergeleken met de oudste kadastrale kaarten (1832), Arnhem 1988, p. 180-186.
Een vriendelijke groet weer, en reacties zijn welkom.