Ik heb wat hiervoor over Ary Backer en Ariaantje Ouwerkerk is gezegd proberen samen te vatten in het volgende:
Ary
Backer en Ariaantje Ouwerkerk trouwen in 1722 in Kralingen. Ariaantje woont
daar aan de Oudendijk. Ary komt uit Alblasserdam. Ariaantje heeft als zij met
Ary trouwt al een zoon, Hendrik Ouwerkerk. Waar en wanneer Hendrik is geboren
is niet bekend. Zoon Hendrik noemt zich later naar zijn stiefvader Bakker, maar
biologisch gezien is hij dit dus niet. Ary is beurtschipper op Middelburg en
Rotterdam. Een beurtschipper vervoert (om de beurt, vandaar de naam) goederen
tussen 2 plaatsen. Hoe Ary en Ariaantje elkaar kennen - zij komen immers niet
uit dezelfde plaats - is (uiteraard) niet bekend. Uit de behoefte je de
omstandigheden van destijds voor te stellen, zou je kunnen denken dat Ary in
een schipperscafé in Kralingen Ariaantje ontmoet, die daar werkt omdat ze als
niet getrouwde moeder van zoon Hendrik in de kost moet voorzien. Maar zoals
gezegd, hoe het werkelijk gegaan is, is niet bekend.
Ary
en Ariaantje verschijnen op 31 augustus 1728 voor de notaris. Ariaantje ligt
volgens de akte op dat moment ziek op bed. Deze opmerking wekt de indruk alsof Ariaantje
met de dood in ogen nog snel haar laatste wil kenbaar maakt. Ariaantje is op 31
augustus 1728 echter ongeveer 6 maanden in verwachting van haar zoon Aren. Haar
ziekte heeft mogelijk daarmee te maken. Ary
en Ariaantje herroepen op 31 augustus 1728 hun vorige testamenten én de
huwelijkse voorwaarden die op 11 juli 1722 (de dag nadat zij in ondertrouw zijn
gegaan) in Rotterdam zijn opgesteld voor notaris François Waarts. Ary en
Ariaantje benoemen elkaar tot enige erfgenamen. Zij verklaren na de dood van de
ander de kinderen op te voeden, hen naar school te laten gaan en hen een beroep
te laten leren, totdat zij mondig (meerderjarig) zijn of in het huwelijk treden
en aan hen dan een bedrag uit te keren. Het is (mij) niet duidelijk hoe hoog
dit bedrag is. Het lijkt erop dat het om 100 gulden gaat. In de akte wordt ook
een bedrag van 1500 gulden genoemd, maar dit zou het bedrag kunnen zijn dat
Ariaantje aan haar "voorzoon" Hendrik
Ouwerkerk uitkeert. Ariaantje benoemt Ary en hun gezamenlijke kinderen (dus
niet Hendrik) tot erfgenaam van haar overige goederen (buiten het geld dus). De
langstlevende wordt tot voogd benoemd en mocht Ariaantje de langstlevende zijn,
dan wordt haar broer Leendert Ouwerkerk mede-voogd. Leendert woont in Kralingen
aan de Oudendijk.
Op 21
maart 1730 valt er iets voor in het huis van Ary en Ariaantje in Alblasserdam.
Op verzoek van Ary, Ariaantje en zoon Hendrik verklaren Paulus Jansz, zijn
vrouw Maggeltje Leenderts Boerman en Adriaen van den Andel (klapwaker) daarover
op 12 juni 1730 bij de notaris. Uit de verklaring blijkt dat Paulus Jansz door
Hendrik Bakker is verzocht bij zijn ouders thuis te komen. Maggeltje Boerman gaat
met haar man mee. Aangekomen in huize Bakker treffen zij (naast Ary, Ariaantje
en Hendrik) Ary Cornelisz Keesmaet en zijn vrouw Cornelia Stout aan. Cornelia
Stout staat "met groote boosheyt, vloeken en tieren" Ary en Ariaantje "seer
schandigh en met nooyt gehoorde expressie [uit te] schelden en injurieren". Ary
Backer zegt daarop "met bescheydenheyt en sonder qualijk te spreken" tegen
Cornelia: "Ik wil met sulk een gewelt in mijn huys niet te doen hebben, maer
wil je met fatsoen spreken, soo gaet sitten, ik sal je drinken tappen en om te
toonen dat ik off mijn volk nooyt iets quaets tot lasten van u dogter
gesprooken hebben, soo gaet op morgen met mij bij sulke menschen tot Rotterdam,
die gij segt, [waartegen] mijn vrouw [dat] gesegt soude hebben, ik sal je twee
ducatons tot een daggelt geven, maer indien je met je getier voort gaet, moet
je aenstonts uyt mijn huys gaen." Ary Keesmaet reageert daarop "met groote
quaetaerdigheyt, vloeken en tieren" dat als Ary Bakker wil dat hij het huis
verlaat, hij hem er dan maar uit moet slepen. Het lijkt erop dat in de akte staat
dat Ary Keesmaet vervolgens gaat dreigen met een glazen voorwerp dat in de
keuken staat. Paulus Jansz, die dus door zoon Hendrik bij de ruzie geroepen is,
zegt daarop tegen Ary Keesmaet en Cornelia Stout: "gaet uyt den huys, je moet
geen gewelt plegen in een anders huys, heb je iets tot laste van dees menschen,
daer sijn wel middelen om se met regt aen te spreken, en sij doen u immers een
goede presentatie." Ary Keesmaet en Cornelia Stout zijn echter niet van plan
het huis te verlaten en blijven vloeken en schelden. Ary Backer heeft Ary
Keesmaet vervolgens "aengevat bij den arm" waarop hij hem "uyt de binnen keuken
in het agter huys op den vloer ten neder getrocken [heeft]". Ariaantje
Ouwerkerk heeft intussen het licht uit de keuken gehaald om te zorgen voor
licht in het achterhuis. Cornelia Stout gaat op dat moment kennelijk door het
lint. Zij vat Ary Backer "seer fel bij 't haer" en loopt daarna naar Ariaantje
Ouwerkerk ("die hoogh swanger was"), die zij ?soodanigh aangevallen [heeft] dat 't ligt uit haer hand quam te vallen". Ariaantje klaagt naderhand "haer te
hebben beseert" doordat Cornelia haar "op
een hoogaers mast ter neder gesmakt [heeft]". Paulus Jansz heeft na dit
handgemeen het licht - dat kennelijk uitgegaan is - weer aangestoken en heeft
Ary Keesmaet en Cornelia Stout verzocht het huis te verlaten, die dat ook
hebben gedaan. Pieter Ariensz, de zoon van Ary Keesmaet en Cornelia Stout, is
vervolgens naar het huis van Ary en Ariaantje gegaan, waarover in de akte staat
dat hij daar "met een mes tot verscheyde reysen heeft op de deur gestooten en
gesneden, roepende beyde met groot boosheyt en schrikkelijke vloeken, komter
maer uyt, jou schelm, waer ben je nouw, ik sal je nou wel beter stellen,
stampende ondertusschen tot verscheyde reysen met voeten op de deur". Opvallend
is nog dat Ary Keesmaet en Cornelia Stout anderhalf jaar voor dit voorval nog
getuigen zijn bij de doop van een zoon van Ary Backer en Ariaantje Ouwerkerk.
Op 17
september 1748 maakt Ariaantje Ouwerkerk een nieuw testament op. Ariaantje
herroept haar vorige testamenten en verklaart geen 8000 gulden te hebben. Hoe
dit laatste uitgelegd moet worden weet ik niet. Bedoelt ze dat net geen 8000
gulden heeft maar wel iets minder? Of is ze iemand 8000 gulden (haar kinderen
in verband met de erfenis van Ary Backer?) verschuldigd en kan ze dat niet
betalen? Ariaantje benoemt tot enige en universele erfgenaam haar jongste zoon
Adriaan Bakker en zij benoemt tot mede-erfgenaam haar voorzoon Hendrik Bakker.
De schulden die Hendrik bij zijn moeder heeft komen in mindering op zijn
erfdeel. Ariaantje transporteert aan Hendrik het Middelburgse veerschip waarop
haar man Ary Backer gevaren heeft en waarop Hendrik nu (1748) vaart. De meubels
van Ariaantje mogen niet verkocht worden maar moeten bewaard blijven tot
Adriaan meerderjarig is. Ariaantje benoemt tot slot tot voogd over Adriaan
(naast voorzoon Hendrik is Adriaan Ariaantje's enige nog levende kind) haar
broer Leendert Ouwerkerk en een neef van haar man, Ary Cornelisz Stout.
Ariaantje
overlijdt in 1755. Zij woont op dat moment "op den Grooten Hoek" aan de Kinderdijk.