Het gaat om dit stuk, dat mij door Frank Nijhof werd aangereikt n.a.v. een vraag in dit onderwerp over Schulte/Scholte.

01. Kundt en te weeten sal het door desen openen
02. bref sijn ..., dat de Catrine Margarete Sesen, gebortig
03. uit het Kaspel van Anken in het Hochstigt Osnabrugge,
04. eene in hauweligen staat geteelte en geborne dogter
05. van den arbaren Jan Piter Sesen en Maria Möllers,
06. eheluiden, gebohren sije. In het jaar na de gebort unses
07. saligmakers J(esu) C(hristi) eenduizentsevenhondertsestig en eene,
08. in het maand van januarius, den 25ten desselven maand
09. gedoopet sijende, gehauden van Lüike Margarete Diekers onder
10. bijstand van getuigen van Catrine Margarete Lanvers en Jan
11. Henrich Schulte. Een sulges hebbe uit het doopbook van
12. de kerke van Anken, S. Nicolas genoomet, wüllen
13. beschienigen en beurkunden, Anken den 8 meij 1786, L.T. Cordes, pas(tor).
14. En als obengenoomete Catrine Margarete Sesen willens
15. was den hauweligen staat an te nemen, so hebben wie,
16. ondergetekene pastor en kerkmester, declareren wüllen,
17. dat wie gene gegensprak darjegen hebben. Glijks doen
18. versekering, dat, (wen de Catrine Margarete Sesen sülle
19. tot armode komen te raken), deselve van de armen....
20. van Anken sulle te geneeten hebben, glijks als wen
21. se niet was vertrocken, en hier noch wohnhagt was,
22. omme de andere plasen, wa se sulle komen
23. te wohnen, te entlasten en te indemniseren.
24. Dat welges wie hiermet versekeren, beschienigen
25. en mit eegener handsonderschrift en petschagt
26. bekragtigen:
27. Anken den 8 meij 1786, L.T. Cordes, pastor en armen...
[bijgesteld 18:53 en aanvullingen van Rene, Pauwel en Chris opgenomen]