Beste Edo,
Drie jaar geleden heeft de heer Ben mij uw artikel opgestuurd, waar ik hem heel erkentelijk voor was. De inhoud is diepgaand en doortimmerd, bestrijkt zowel de economische rol van de Hoflands - vooral Peter William als de grote man achter P&T - als de beeldvorming over de P&T Hoflands in de Indische literatuur. Het is duidelijk dat u er veel werk en tijd aan besteed hebt. En ik was ook heel blij met de persoonsdata over de Hoflands.
U vraagt naar mijn relatie met de Hoflands. Ik ben een achterkleinkind van Alice Mary Ernestine Masquerier Hofland (1886-1976). Zij is de moeder van mijn moeder's moeder Mathilde Ambroos Baumgarten, van de Baumgarten clan uit Yogyakarta. Ik noemde mijn overgrootmoeder omena, Ik heb haar nog gekend, aangezien ik zelf in 1954 geboren ben, dus ze overleed toen ik net 22 was. Met mijn ouders en mijn twee broertjes en zusje gingen we haar en mijn oudtante met wie zij een ruim apartement op de Joh. Vermeerstraat in Amsterdam bewoonde regelmatig opzoeken. Daarna, geen idee meer wanneer, heb ik bij mijn oudtante - Louise Marie (1911-1992)- navraag gedaan naar de indische voorouders, meer met het idee om er iets van vast te houden dan om er op dat moment mee aan de slag te gaan, hetgeen ik ook niet gedaan men. Mijn oudtante, een statige Indische dame en een tandarts (!) noemde toen o.a. een Indische prinses die een edelsteen zo groot als een duivenei had - Christine Meyer? -, een Engelsche kapitein en een Engelse voormoeder (Mary Festing), de Pamenoekan en Ciasem landen (van de Hoflands), een Duitse chirurgijn geheten Frederik Baumgarten, de plantage Wringin in Yogyakarta (nog een mooie foto van) en een fraaie foto van Louise Einthoven, de moeder van Alice Mary Ernestine en de echtgenote van John James Masquerier Hofland.
Drie jaar geleden, in 2015, heb ik die aantekeningen van vroeger erbij gepakt en ben begonnen wat te gaan graven. Eigenlijk was ik meer bezig met de familie van de kant van mijn vader in de mannelijke lijn, de familie van Bemmelen, omdat ik via een achternicht uit Oostenrijk stapels brieven van mijn overgrootvader, zijn schoonmoeder en dochter kreeg (een absolute mere a boire). Maar op een gegeven moment dacht ik: laat ik ook eens kijken of iets meer over mijn 'indische' kant te weten kan komen. Adviezen hoe te beginnen gaven Elisabeth en Ben, nadat ik op deze website had opgegeven dat ik meer wilde weten over de Baumgartens, de Einthovens, en de Masquerier Hoflands. Elisabeth raadde me aan met Delpher aan de gang te gaan. Inderdaad een goudmijn! De gedigitaliseerde krantencollectie doorpluizen maakt het mogelijk snel een beeld te krijgen over niet alleen persoonsgegevens van voorouders, maar ook waar zij zich zoal mee bezig hielden. Overigens heeft op dat punt Delpher veel meer opgeleverd over mijn vader's familie (ben nog maar tot 1899) gevorderd dan voor de Indische tak.
John James Masquerier Hofland en zijn vader George James Hofland stammen zoals u weet niet van de grote man Peter William af maar van zijn oudere broer Thomas Benjamin. Ik heb de afgelopen anderhalve week Delpher doorgespit op het trefwoord Hofland. Op basis daarvan heb ik een paar vragen voor u. Ten eerste, het is mij opgevallen dat de broers TB en PW eigenlijk heel lang in Pasuruan gebleven zijn: . Al hun kinderen zijn daar geboren, met uitzondering van TB's jongste kind dat in 1843 in Batavia geboren werd. In de periode dat de broers in Pasuruan woonden en werkten - TB vestigde zich er in 1819 - waren zij jong en ik neem al dynamisch: in hoeverre hebben zij in die pakweg ruim 20 jaar al hun fortuin opgebouwd? Als het over de Hoflands gaat wordt aan deze tijd weinig aandacht besteed, lijkt het. Of vergis ik mij? Overigens lijkt ook de rol van TB naar de achtergrond verschoven. Alleen in het artikel van Roger Knight in het boek Sugarlandia Revisited komt hij als aanstuurder van vernieuwing in de jaren 1840 naar voren.
Ik vraag mij ook af of de zonen van TB - George James en Johannes Alexander - geen aandeel in de P&T landen hadden. Was het geen gezamenlijke onderneming van de broers TB en PW? Een aanwijzing dat TB's zoon George James zeker nog een rol speelde maak ik op uit het feit dat al zijn vijf kinderen in Soebang werden geboren. Volgens de betreffende advertentie werd zijn vierde kind, de dochter Catherine Emmeline, geboren op 18 Juni 1853 op P&T.
In het boek "Being Dutch in the Indies" wordt niet alleen de opkomst van de landhuurders in de 19de eeuw in de Vorstenlanden beschreven maar ook hun neergang. Dat roept de vraag op welke beroepen hun zonen en ook die van de Hoflands gingen uitoefenen. En veranderden zij tevens van woonplaats (of andersom)? De familieberichten weerspiegelen dat laatste al: de Hoflands trekken weg uit Pasuruan, uit Soebang, en verhuizen naar Buitenzorg (Bogor) en Batavia aan het eind van de 19de eeuw. Dat deden ook een aantal Baumgarten's, die vertrokken uit Yogyakarta en begonnen opnieuw rond Buitenzorg of zelfs eentje op Sumatra. De plantage Wringin van mijn overgrootvader werd in 1920, twee jaar na zijn dood, verkocht. John James' zoon,Thomas Benjamin Masq. Hofland, de broer van mijn overgrootmoeder. ging het leger in, sommige Hoflands werden misschien een lagere ambtenaar in dienst van de koloniale regering. Vandaag heb ik de lotgevallen gevolgd van de superzielige postkantoorbeambte Emile Hofland in Batavia die de rang van 3de commies had, rond 1915 failliet verklaard werd, 9 kinderen had en on top of that zijn vrouw een jaar na geboorte van zijn laatste kind verloor. Het feit dat hij een van zijn zoons de naam Thomas Benjamin gaf, kan heel goed betekenen dat hij nog een nakomeling van hem was maar dat heb ik helaas via Delpher en Open Archives etc niet bevestigd gezien. Wel dat een andere zoon van hem in een Japans kamp overleed, maar toen was hij zelf al lang dood. En welke jongens bleven er in de suiker, de thee of in de tabak in de volgende decennia? De van 't Wout Hoflands hielden het nog een tijd lang vol in Soekaboemi. De jongere broer van mijn overgrootmoeder bleef zijn leven lang op plantages werken tot aan zijn dood in 1949, dus in het jaar dat Nederland de strijd tegen de Republiek definitief verloor. Ik kan me zo goed voorstellen hoe een man verknocht kan zijn aan dat werk op een plantage: de schaal van een plantage, dat werken met groepen arbeiders, die iendeloze beplanting, de omliggende natuur. Een paar jaar geleden ben ik met een vriendin van mij 7 theeplantages op West Java langs gegaan in gezelschap van een oudere heer die jarenlang op verschillende van die plantages als onder administrateur had gewerkt. Fantastisch.
En de meisjes, met wie trouwden die? Wie deed er nog een mooi huwelijk met een planter die ook niet meer zo'n hoge status als die van vroeger.. En wie moest met nog minder doen? Twee zusjes van John James trouwden met een luitenant van de familie Krijgsman en verhuisden naar Padang (geweldige genealogie site over de familie Krijgsman staat er op het web). Daar zaten al lang Krijgsmannen, dus misschien hadden ze daar toch wat in de melk te brokkelen.
Wat mij ook is opgevallen is de hoge leeftijd die de echtgenotes van de Hoflands van het eerste uur bereikten. Anna Juliana Masquerier spant de kroon: zij werd 95 jaar oud (1808-1904). Haar schoonzus Helen Maria Magdalena van 't Wout werd bijna 80, en haar schoondochter Mary Festing werd over de 80. Zij overleefden veel van hun eigen kinderen, dat moet toch akelig geweest zijn. Waren zij matriarchen met een hoop te zeggen in de familie? Ze zullen materiaal waarschijnlijk niets te kort gekomen zijn, maar een gemakkelijk leven zullen ze ook niet gehad hebben. Ik ga de romans van Daum er nog maar eens op nalezen al ben ik bang dat hij niet zoveel invoelend vermogen had als het om de dames ging...
En dan is er de Grote Uittocht, zachtjes beginnend niet lang na de eeuwwisseling. Waar en wanneer gaan de voorheen rijke telgen Hofland, Baumgarten etc. samen met vrouw en kinderen naar Nederland? Je kunt in veel gevallen niet eens spreken van terug naar het Vaderland want vaak waren hun vaders in Indie geboren en getogen, hadden niet zelden een geheel of half Indonesische moeder. Wanneer werd de Indische buurt in Den Haag eigenlijk gebouwd? Veel Jugendstil. Het huis van "mevrouw mijn moeder". Deze uittocht was natuurlijk lang niet zo dramatisch als die van na de Indonesische onafhankelijkheid, maar moet op persoonlijk vlak misschien traumatisch geweest zijn. Mijn overgrootmoeder wilde nooit over Indie praten.... Maar ze kookte nog wel Indisch eten...
Afschuwelijk leuke hobby, die genealogie. Verslavend. Beste Edo, u kunt mij vast nog heel veel bijlichten!
Met vriendelijke groet,
Sita T. van Bemmelen