Op zoek ben ik naar ene Koko Harte. Zijn moeder was "Troel" Kloeth en de vader ene Harte. Mogelijk was haar partner later ene Remmers.
Uit een familie archief haalde ik de informatie dat Troel Kloeth van dezelfde generatie zou zijn als Maurits Kloeth (1988-1956)x Jo Blaaupot (1872-1975), Wies Kloeth x Coning de Capelle (de Ceunink van Capelle?) met hun kinderen R, E, O en M. Dan was er nog ene Benny Kloeth.
Hun vader was de broer van mijn overgrootmoeder (eyang buyut) Amalia Anganette Kloeth (1862-1930?)
Koko Harte zou dan een achterneef van mijn vader (1914-1971) kunnen zijn (geboren tussen 1910-1920, dus hoogstwaarschijnlijk ook niet meer in leven.
-----------
Titel aangevuld met namen en periode door moderator
Mooi werk, Bart.
@ S.O. Niels,
Wil je de onderwerptitel uitbreiden met aanvullende gegevens voor zover bekend. Vermeld plaats/regio en datum of tijdvak.
mvg-Ben
Ouders: Antonie (of Antoine) Harte en Catharina Antoinette Albertina Mary Kloeth. Gehuwd Soerabaja 22-04-1913, echtscheiding 15-06-1922
Antonie is geboren in 1888 in Probolinggo
Catharina in 1895 in Malang
Maurits Kloeth en Jo Blaaupot trouwen in Malang in 1909, dus dat sluit ook wel aan:
Super. Dank voor de informatie. Mijn vader Richard Niels was er ook krijgsgevangene. Alleen hij was arts en werd een beetje ontzien.
In mijn vrijwillig verplichte diensttijd kwam ene adjudant Robinson naar mij toe. Ik was net "in de kazerne afgeleverd" als dpl.sgt. Ja dan komt een "stip" op je af. Onder de krijgstucht vallend ga je meteen stram in de houding staan. Toen vroeg de "stip" "u bent sgt. Niels? Heeft familie van u in Pakan Baru knijp gezeten? Ik knikte van ja. Toen vroeg hij verder van de officier af van de arts. Ik zei van de arts. Daarop stak hij zijn rechter arm strak vooruit en zei "deze arm heeft uw vader gezet, want wij hadden de aanleg van het vliegvel gesaboteerd waarop de Jap met een eind hout de arm van elke mandoer van de werkgroep heeft gebroken". Ook in dat kamp verbleef oom Thijs Nanlohy gehuwd met de zus van mijn vader. Oom Thijs heeft de Junyo Maru overleefd.
Overlijden Catharina Antonette Albertina Mary Kloeth, Den Haag, 22 februari 1964:
https://www.openarch.nl/hga:F9E89BBE-0CF9-4220-88FE-E01A47FCAA71/en
Ouders: Johan Maurits Gustaaf Kloeth en Louise Mary Graichen. Huwelijk Malang, 25-10-1894
Kinderen:
- Catharina Antoinette Albertina Mary Kloeth, * Malang 1895 (RA 1896 - niks raars)
- Maurits Frederik Godlieb Kloeth, * Soerabaja 1888 (Let op: Bijregister 1894 RA 1896)
- Wies, hoogstvermoedelijk Louise Frederika Antoinette Kloeth, * Soerabaja 1890 (Idem Bijregister 1894 RA 1896)
D'r is nog een hand vol kinderen meer van dit paar (met grote waarschijnlijkheid) te identificeren, geboren na 1895. In ieder geval met zekerheid Willem Frederik Gottlieb Kloeth (1903). Oost Indisch Boek: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00457?searchTerm=Kloeth
Johan Maurits Gustaaf Kloeth, Banda, 11 augustus 1866 - Malang, 5 juni 1908
Louise Mary Graichen, Tegal, 18 februari 1878 - Soerabaja, 15 mei 1913. In 1909 hertrouwd met Matthew Walter Etty
De in het begin genoemde Amalia Anganette Kloeth is geboren op Banda in 1862, dus dat sluit ook aan:
Voor verder onderzoek naar de voorouders Kloeth raad ik ook het boek van Maarten Etmans over Banda aan. http://www.roosjeroos.nl/boeken/
"De bevolking van Banda van 1818 tot 1920. Europeanen en Inlandse Christenen, uit registers van Kerk en Burgerlijke Stand en andere bronnen, gerangschikt in familieverband, met veel vermeldingen van buiten Banda wonende ouders en nazaten, en van vorige en volgende woonplaatsen"
Uit de index van dat boek:
Kloeth, Amalia Anganetta (1862) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 104, 172
Kloeth, Johan Maurits Gustaaf (1866) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
....en nog tientallen andere 'Kloeth's'. Ik vermoed dat de stamboom dat terug te volgen is tot eind 18e eeuw
Dank zij dit Stamboom Forum en haar deskundige moderatoren heb ik heel wat "vruchten" in de Stambomen kunnen invullen. Via LinkedIn heb ik een aantal nog in leven zijnde "vruchten" kunnen plukken.
Mijn dank aan hen.
Dat verhaal over adjudant Robinson is trouwens wat je noemt een 'sterk' verhaal. In meerdere opzichten bedoel ik dat, (en zeker niet dat het niet waar zou zijn)
Nog een paar aanvullingen op 'Kloeth':
Voor wat het "sterk" verhaal betreft ben ik nog de namen langs gegaan van de gevangenen. Daar komt tot mijn verrassing geen Robinson in voor. "Het voorval" en de plek waar de "ontmoeting" met deze adjudant plaats vond, staan nog in mijn geheugen gegrift. Alleen bestaat die kazerne in Remunj niet meer. Alleen de voorgevel van de Ernst Casimir is er nog bij mijn weten. Deze "stip" was een klein Indisch man.
Bij het doorschuiven in de lijst bij de R kwam ik "oom" Ot tegen Dr O.L.E. de Raad de man, die mijn vader verleid heeft na de oorlog KNO-arts te worden. Dat werd gedaan in Tjimahi in het militair hospitaal vlak bij Gedong Delapan alwaar uit de Dakota's de groene en rode baretten sprongen Korps Speciale troepen en het Korps Insulinde). Oom Otto had in Leiden met zijn promotie een grote indruk gemaakt. Daar heeft mijn vader profijt van gehad en waarom??? Dat behoort tot de misère van de rePATRIAnten naar Patria (het vaderland). Zijn specialisatie tot KNO arts vond hier geen erkenning. (Vele opleidingen daar genoten werden hier domweg niet erkend). Zijn opleiding tot arts aan de STOVIA (School Tot Opleiding Van Indische Artsen/Status Universiteit) in Batavia wel, omdat die opleiding viel onder het ministerie van onderwijs. Hij kon gewoon als arts hier verder zijn beroep uitoefenen tenzij hij de opleiding tot specialist in Leiden zou volgen. Daar stonden 4 jaren voor. Echter met 7 jaar ervaring én opgeleid door dr. O.L.E. de Raad is die opleiding tot 2 jaar terug gebracht.