Beste Remko Berendsen,
Een interessante vraag die het beste kan worden beantwoord met de feiten.
Afgaande op de website Roosje Roos werd Watira/Watirah in bs-akten vermeld als inlandse of Javaanse vrouw of 'gewoon' Watira. Zie ook FamilySearch (https://www.familysearch.org/ark:/61903/1:1:6Y7M-4BRT?lang=nl).
Je mag daarom gevoegelijk aannemen dat het niet waarschijnlijk is dat zij daadwerkelijk een Radèn Ajoe is geweest. Als dit wel het geval zou zijn, was die titel zeer waarschijnlijk in de desbetreffende akten vermeld. Er zijn immers de nodige voorbeelden te vinden van akten die voor de Europese burgerlijke stand werden opgemaakt waarin Javaanse adellijke titels werden vermeld.
Zie over dit onderwerp o.a. artikelen van mij in: De Indische Navorscher 2018, pp. 42-57 en het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, 2009, pp. 157-159.
De boodschap die ik al vaker heb uitgedragen, maar mij niet altijd in dank wordt afgenomen, is de volgende.
Het komt in sommige Indische families voor dat van een inlandse voormoeder 'uit het gewone volk', anders gezegd uit de desa of de kampong, (ten onrechte) werd verteld dat zij uit de kraton kwam, dus een 'inlandse prinses' was. Was zij geboren in Solo of Djokja, dan werd de link met de kraton van de soesoehoenan of de sultan al snel gelegd. Hoe een dergelijk verhaal in de wereld kwam, is een interessante vraag. Ik denk dat bijvoorbeeld een op hol geslagen fantasie, het op een bepaalde manier interpreteren van gebeurtenissen in het verleden of het geromantiseerde beeld van een Javaanse prinses als voormoeder een rol zouden kunnen hebben gespeeld. Er was echter nog een reden en dat was de koloniale samenleving, waarin 'de Europeaan' zichzelf superieur achtte en de inlanders als minderwaardig zag. Een samenleving ook, waarin veel Indo-Europeanen het liefst zo blank mogelijk wilden zijn, teneinde zich te kunnen meten met de volbloed-Europeanen. Het verhaal van de 'inlandse prinses' werd dan een manier om de schaamte of pijn te verzachten over de inlandse moeder of grootmoeder en de eigen donkere huid.
Wie de ouders van Watira waren, weet ik niet. Dit zou bijvoorbeeld kunnen blijken uit haar huwelijksakte (Sidoardjo, Soerabaja 26 juli 1911).
Via de website van de Indische Genealogische Vereniging is een door Leo Janssen vervaardigd overzicht te downloaden van plaatsen waarvan bs-akten door de Mormonen zijn verfilmd. Daaruit blijkt dat er ook bs-akten zijn verfilmd van diverse plaatsen gelegen in de residentie Soerabaja.
Leo Janssen heeft tevens een handleiding (eveneens via de IGV-website te downloaden) gemaakt voor het zoeken, opvragen en raadplegen van films.
Vriendelijke groet,
Roel de Neve
(te bereiken via de website van Stichting Indisch Genealogisch Erfgoed (SIGE)).