Deze schepenacte heb ik rechtstreeks van een fiche bij Tresoar vertaald. Hierbij de tekst die ik heb. Enige stukjes onleesbaar.
Akte febr. 1733 Terschelling Gossen Tjaards en Eegt Ijsbrands
In de Naam des Heeren Amen.
in den jaare na de geboorte onser heeren en saligmaker Jesus Christi een duysent seven hondert en drie en dertig op den vijfden februaris ’s avonds de klok omtrent vijf uuren companeerden voor mij bij absentie Secretaris van den eylande Terschelling Jacob Jansz ten overstaan van de nabeschreven Schepenen als getuijgen de E: gossen Tjaards en Eegt IJsbrands Echte luijden woonachtig op Stortum op den voorn Eijland, ons getuijgen wel bekend, beide redelijk gesond van lighaam, edoch haar verstand memorie en uijtspraak volkomentlijk hebbende en gebruijkende so ons getuijgen uijtwendig bleek, de welke overdenkende de kont en brosheid van ’s menschen leeven
de sekerheid des doods en de onsekere tijd van dien, willen ….deser weereld niet scheiden voor en aleer sij van haar tijdelijke goederen hebben gedisponeerd,
so is ’t dat sij beide vrij en onbedwongen sonder eenige opmaking tot delen, beveelen haar sielen na haar overlijden in de …..loose barmhartigheid godes en haar doode lichaamen een cristelijke begraving en voorts bij delen te niete door alle voorgaande geschriften die tegen ………strijdig sijn houdende deselve in alles voor ………
Verder komende tot de dispositie seve so is dat sij Testateuren beide malkanderen reciproque over en weder ove de eerste stervende de langstlevende van hun beiden institueeren en nomineren gelijk sij doen bij desen in ‘i vrugtgebruijk van alle haare goederen roerende en onroerende geene ….uijtgesondert hoe de selve ook soude genaamt werden die de eerste stervende met de dood komt te ont……en nate laaten en also tot boedelhouder of boedelhoudster over alle de voor..goederen en daar mede te doen na sijn of haar welgevallen tot de dood van de langst levende toe sonder daarvan aan imant rekening of staat en inventaris daar van te geven of te behoeven te vertoonen
en alle den testateur voor ’t aangaan van dit sijn tweede huwelijk aan sijn vier kinderen in sijn eerste huwelijk ….haar uijtwijsing van hun moederlijke portie goederen heeft uitgereikt en reeds twee van derselver kinderen sijn overleden en in dit sijn tweede huwelijk reeds drie kinderen heeft verwekt, so is ’t dat sij testateuren institueeren nomineren gelijk sij doen bij desen nade dood van de langstlevende tot erfgenamen hunne kinderen in deser voege te weeten dat den testateur sijn twee voorkinderen na de dood ban de langstlevende sullen genieten de ge-erfde porties van sijn twee oveleden voorkinderen aan seker huijs staande in de stadt Amsterdam, so dat sijn twee voorkinderen voor de helft van gemeld huijs en sijn tegenwoordige drie kinderen in sijn tweede huwelijk voor de andere helft van gemelde huijs sullen koomen. waar tegen dan de drie laatst genoemde kinderen geheel sullen genieten ’t huijs en ackers daarbij annex met sijn geregtigheit daar de testateuren tegenwoordig in wonen, alsmede een stuk land genoemt de ……, verder willen en begeeren sij testateuren dat na de dood van de langst levende haar jongste zoon Isbrand …voor uijt den boedel sal genieten peerden, wagen…en wat daar.. verder toebehoort als mede de kleederen van linnen en wollen, silver en goud en wat verder tot des testateurs lijve behoeve gelijk in gelijkshaar twee dogters Trijntie en Claaske gossens sullen genieten ’t geene ten lijve van haar testatrice behoord en wat belangd ’t overige van den boedel is der beider testateurshaar uijterste wille en laaste begeerte dat na haar beider overlijden de gemelde so voor als laatere kinderen sullen genieten voor sijn geregte aandeel so als ’t selve na scherpheit van regten is competeerende edog indien een ofte meerdere van gemelde kinderen met dese uijterste wille niet mede te vreden waren maar hier tegen oppositie maken, so willen en begeeren sij testateuren dat gemlelde opposanten alleenlijk met haar bloote en naakte legitieme portie sullen moeten afstaan sonder ………het geene voork…staat is den testasteuren van woorde tot woorde voorgelezen Welke sij beide verklaarden in alles te wese haar uijterste wille en laaste