In antwoord op de bovenstaande reactie hierbij mijn beloofde ‘bespiegelingen’ over de herkomst van mijn oudgrootvader Maarten van Hagen, die op 25 januari 1744 te Berkel en Rodenrijs met Cornelia Jacobsdr Reijneven trouwde.
Het klopt dat op 29 mei 1732 niet Jan Maartense van Hagen zelf werd begraven, maar een kind van hem. Dit moet dan zijn eerste kind (Marten, gedoopt op 25 januari 1732 te Berkel en Rodenrijs) zijn geweest.
Barend en Jan Maartense van Hagen waren inderdaad broers. Zij zijn als Bernardus Op Haagen en Joannes Op Haegen gedoopt in de RK kerk St. Pankratius in Anholt, Duitsland op respectievelijk 11 december 1691 en 22 augustus 1696 als kinderen van Martinus (Marten) Op Hagen en Derisken (Theodora) Avermaet/Overmaeth. Zij zijn zich na vestiging in Zuid-Holland kennelijk ‘Van Hagen’ of verbasteringen daarvan gaan noemen.
Barend trouwde op 8 februari 1717 in de RK kerk van Millingen (Duitsland) met Aleidis Nijenhuis, kreeg in 1718 een zoon Mathias in Anholt, vermoedelijk in 1720 een zoon Gerhardus in Gendringen, NL (de doopakte is vrijwel onleesbaar) en vanaf 1722 tot 1739 nog 9 kinderen, die allen in de RK kerk van Bergschenhoek werden gedoopt. Vier kinderen stierven op jonge leeftijd en werden zonder vermelding van voornaam begraven. Barend stierf op 28 september 1746 en zijn lijk werd een dag later ter begraving aangegeven in Bleiswijk.
Wanneer Jan naar Zuid-Holland kwam, is niet bekend. Hij ging op 2 december 1730 in Bleiswijk met Pietertje van Tol in ondertrouw. Een trouwdatum voor het Gerecht is niet te vinden omdat de trouwboeken uit die tijd ontbreken. Hij trouwde op 7 januari 1731 in de RK kerk van Bergschenhoek, als bruid werd Pieternelle Ariëns van Tol vermeld. Zij kregen van 1732 tot 1743 zeven kinderen (waarvan tweemaal een Marten en eenmaal een Maarten), waarvan er maar één (Maarten, gedoopt op 23 april 1741 in Berkel en Rodenrijs) volwassen werd. Jan overleed in april 1760; zijn lijk werd op 18 april 1760 (door zijn zoon Maarten) ter begraving aangegeven in Berkel en Rodenrijs.
Er kwam overigens nog een derde Ophagen uit Anholt naar de regio Rotterdam, te weten Aaltje. Zij trouwde op 17 januari 1730 voor het Gerecht in Rotterdam met Mathijs Bate(n) en kreeg daar met hem zeven kinderen. Aaltje werd op 23 maart 1782 begraven in Rotterdam.
Gelet op het veelvuldige peetouderschap over en weer bij de kinderen van Barend, Jan en Aaltje zullen zij hoogstwaarschijnlijk broers en zus zijn geweest. Een doopdatum van Aaltje is in Anholt niet te vinden.
Er moét een (familie)relatie bestaan tussen de familie Ophaagen en mijn oudgrootvader Maarten.
De jongste zoon van Barend, genaamd Wilhelmus (Willem) was namelijk getuige (peetvader) bij de doop van twee kleinkinderen van Maarten van Hagen en Cornelia Jacobsdr Reijneveen. Hij was de peetvader van het eerste kind (Jan) van Jan van Haagen (geboren 1747) en Francina Vink in 1782 in Nootdorp én van dochter Martina van Maarten van Hagen/Verhagen en Cornelia van Eijk in 1784 in Kethel. Van Maarten jr. zijn geen doopdatum en daarmee ook geen ouders bekend, maar omdat hij in Vrijenban geboren is én er over en weer peetouderschap is bij de kinderen van Maarten jr., Jan en Maria van Hagen (waarbij voor de laatsten vaststaat dat zij kinderen van Maarten sr. zijn), reken ik Maarten jr. ook aan Maarten sr. en Cornelia Reijneveen toe.
De vraag is dan wát de relatie tussen Maarten sr. en de familie Ophaagen was.
Maarten sr. trouwde in 1744 en leefde in november 1781 nog; hij is dus vermoedelijk tussen 1715 en 1720 geboren. Daarmee is het niet aannemelijk dat hij een broer was van Barend, Jan en Aaltje. Van hun ouders zijn zes kinderen bekend, geboren tussen 1687 en 1701.
Het is ook niet waarschijnlijk dat hij een kind van Jan Maartense was (deze trouwde in 1731), tenzij deze op jonge leeftijd trouwde, een zoon kreeg en in 1731 als weduwnaar hertrouwde. Uit zijn huwelijksaangifte in 1730 blijkt daar echter niets van. Bovendien is het niet aannemelijk dat áls Jan al een zoon Maarten had, hij in zijn huwelijk met Pieternelle van Tol zoveel moeite zou hebben gedaan (nogmaals) een zoon naar zijn vader te vernoemen.
Omdat peetvader Willem een zoon van Barend Maartense was, ligt een familierelatie met deze Barend meer voor de hand.
Voor zover bekend kregen Barend en Aleidis (Aeltje) elf kinderen, waaronder een Gerhardus en tweemaal een Gerrit, tweemaal een Trintje en tweemaal een Jannetje. Het is aannemelijk dat de vier naamloos begraven kinderen Gerhardus en de ‘eerste’ Gerrit, Trintje en Jannetje waren. Van de ‘tweede’ Gerrit, Trintje en Jannetje en van Willem zijn de overlijdens- of begraafdatum bekend. Van drie kinderen is dat niet bekend. Twee van hen waren op 24 december 1779 nog wel getuigen bij de doop van Barend, de zoon van Barend van Merwe en hun zus Trijntje van Haage. Trijntje overleed overigens zes dagen later.
Ik kom dan tot het volgende ‘schema’ van de kinderen van Barend en Aeltje:

In het gezin komt geen kind voor met de naam Maarten.
Toch is er wel een Maarten Barendse van Hagen geweest. Hij was namelijk de peetvader van de tweeling Bernardus en Alida, de kinderen van Willem Barendse van Hagen, die op 6 oktober 1774 in de RK kerk van Kethel werden gedoopt. De peetmoeders waren respectievelijk Trijntje Barendse van Hagen en Theodora Barendse (Dirkje) van Hagen.

Dan zijn er twee mogelijkheden: óf er is in het gezin een Maarten geboren waarvan de doop niet te vinden is óf Maarten Barendse van Hagen was de in 1718 geboren Mathias Op Hagen.
Het eerste acht ik niet zo waarschijnlijk; alle andere kinderen zijn immers netjes geregistreerd in de RK kerk van Bergschenhoek. Het ‘schema’ laat ook weinig ruimte voor nog een kind en bovendien overleed moeder Aeltje (van) Nieuwenhuis ruim 14 maanden na de geboorte van zoon Willem.
Ik acht het waarschijnlijker dat Mathias in Nederland Martinus ofwel Maarten is gaan heten.
Gezien zijn geboortedatum van 17 februari 1718 vermoed ik, dat hij degene is die op 25 januari 1744 met Cornelia Jacobsdr Reijneveen trouwde en dus mijn oudgrootvader is.
Als dit zo is zou hij dus een zoon van Barend Maartense zijn en een neef van Jan (en Aaltje) Maartense. Met deze aanname heb ik ook nog eens naar de doopgetuigen bij de kinderen van Maarten (sr.) gekeken.
Bij de doop van zoon Joannes (Jan) op 17 april 1747 in Nootdorp was Jan van Hage doopgetuige. Dit zou heel goed Jan Maartense geweest kunnen zijn, de broer van zijn vader (die in 1746 was overleden).
Bij de doop van zoon Wilhelmus op 30 december 1756 in Nootdorp waren dat Geert en Catrijn van Hagin(c)k. In die doopaantekening wordt ook vader Maarten als ‘van Hagink’ vermeld. Zouden deze doopgetuigen zijn broer en zus Gerrit en Trintje (Trijntje/Catrijn) geweest kunnen zijn?
Tenslotte de doop van zoon Jacobus op 25 mei 1760 in Nootdorp. Hier waren de getuigen Marte van Haagen en Altie Rijneveen. Altie (Aaltje) was de zus van moeder Cornelia en Marte was vermoedelijk Maarten Jansz van Hagen, geboren in 1741, de zoon van Jan Maartense en daarmee dan een neef van vader Maarten.
Ik realiseer me dat ik beslist geen ‘sluitend bewijs’ heb geleverd voor de vermoedelijke afkomst van mijn oudgrootvader Maarten, maar deze afkomst ‘past wel in het plaatje’. Alleen het in de klappers op het dopen van 1756-1775 vermelde patroniem zou dan fout zijn.
Ook kan ik niet verklaren waarom in de trouwakte uit 1744 van Maarten staat dat hij ‘geboortig van Bleijswijk’ was. Het kan zijn dat de ambtenaar dat gedacht heeft omdat alle andere kinderen dat waren, maar ook dat Maarten zijn Duitse afkomst heeft willen verhullen óf dat hij simpelweg de vraag waar hij ‘van’ was, verkeerd heeft begrepen en in plaats van zijn geboorteplaats zijn woonplaats heeft genoemd. We zullen het nooit weten.