Het blijkt toch anders te zitten. Neeltgen Cornelisdr is een dochter van Cornelis Pieter Aelbertsz en Wijventgen Woutersdr uit Bodegraven.
Meijndert Ottensz, Pieter Ottensz en Aert Ottensz, broers, verkopen aan Willem Dircxsz te Bodegraven buiterkerk 4 morgen, 2 hond 25 roeden land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Wetering van de Ziende, belend ten noordoosten Jacop Belensz, burger te Amsterdam en ten zuidwesten Sijmon Cossen te Bodegraven. Belast met een rentebrief van 100 gulden toekomend de dochters van Arent van Rietwijck te Gouda en met een rentebrief van 300 gulden, toekomend Jacop Volpersz Minne te Gouda, met als onderpand 4 morgen land in de Binnenpolder, toebehorend Margen Woutersdr te Bodegraven.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 56v, d.d. 13-03-1611
Jan Vrederijcxsz, raammaker te Zwammerdam, als principaal, Vrederick Jansz, wonend in de Willems onder het Land van Steijn en Cornelis Huijbertsz van Roeijen, hovenier, wonend te Bodegraven, als borg en mede principalen, zijn schuldig aan Meijnert Ottensz, wonend Bodegraven, het bedrag van 906 gulden wegens koop van een huis en erf.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 15, d.d. 26-07-1617
Ongedateerd. De verkoop van een losrente, hoofdsom 500 gulden, door Pieter Claesz Threur aan Meijndert Ottensz, timmerman te Bodegraven, waarbij als onderpand werd gesteld, een deel van een huis en erf te Zwammerdam aan de Hoge Rijndijk, strekkend van het huis tot aan de Rijn, belend ten oosten Arien Willemsz van Leeuwen en ten westen de comparant zelf, wordt eveneens geannuleerd wegens insolventie van voornoemde Pieter Claesz Threur.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 71, d.d. 00-00-1620
Wouter Cornelisz, Pieter Cornelisz, wonend in Oud Bodegraven, ieder voor zichzelf, Meijndert Ottensz van der Hout, timmerman, man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, Jan Willemsz Buijterkerck, vader en voogd en Gijsbert Pietersz de Jonge, molenaar te Zwammerdam, als neef, als voogd over de weeskinderen van de overleden Fijtgen Cornelisz en Jan Willemsz voornoemd, met namen Willem Jansz "omtrent" Maria Lichtmis (2 februari) 13 jaar oud, en Jannitgen Jansdr, 15 jaar oud, kinderen en kleinkinderen van Cornelis Pieter Aelbertsz en Wijventgen Woutersdr, in leven wonend in Oud Bodegraven. Dit echpaar laat het navolgende land na, 4 morgen land met huis en beplanting in Oud Bodegraven, strekkend met een sniep van de 4 morgen tot in de Meesloot, belend ten zuiden de weduwe van Gillis Gerritsz en ten noorden de volgende 3 morgen 1 hond; nog 3 morgen 1 hond in Oud Bodegraven, strekkend mede met een sniep van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Meensloot, belend ten zuiden de voornoemde 4 morgen en ten noorden Claes Willem Claesz, onder andere belast met 450 gulden toekomend Lijsbet Claesdr; nog 7 morgen 1 1/2 hond land, strekkend van de Oud tot in de Siens (?) wetering, belend ten zuiden Claes Jonge Dircken en ten noorden de halffwetering; nog 6 1/2 morgen land in het Broekveld, genaamd het smaele weer, strekkend van de Oud tot in de Groenewegswetering, belend ten zuiden Louwers Dircxsz Lauwen en ten noorden Jan Jacobsz Onderwater; nog 9 morgen 4 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud tot in de Groenewegswetering, belend ten zuiden de erfgenamen van de heer van Lis(se) en ten noorden de kinderen van Jan Joosten; nog 7 morgen 1 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud tot het land van Jacob Huijgen, belend ten oosten de Uitweg en ten westen de weduwe van Allert Adriaensz e.a. Alle landen samen begroot op 40 morgen. Nog een obligatie groot 325 goed, nog wat linnen en wollen goed, enig huisraad, wat geld, samen van weinig belang. Alles bijeen belast met zeer veel schulden. De erfgenamen komen overeen dat Wouter Cornelisz en Pieter Cornelisz onderling alle landerijen zullen behouden. Ze betalen daarvoor aan Mijndert Ottensz en de voornoemde weeskinderen samen een bedrag van 9250 gulden in rentebrieven. De roerende goederen worden door alle partijen onderling verdeeld. Wouter Cornelisz krijgt van het land, de voornoemde 3 morgen 1 hond met de sniep en de helft van de boomgaard in de 4 morgen, even als een sniep of henneptuin tussen de Binnen- en Buitendijk; ook de voornoemde 7 morgen 1/2 hond land, alsmede 4 morgen 4 hond van de 9 morgen en 4 hond land. Pieter Cornelisz wordt toegewezen 5 morgen land van de voornoemde 9 morgen en 4 hond; nog 4 morgen in het perceel van 7 morgen 1 hond; nog de 6 1/2 morgen land, genaamd het smaele weer voornoemd en nog de 3 morgen 1 hond.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, p. 109v, d.d. 21-01-1627
Aert Jansz Versloot, oom en bloedvoogd van moederszijde van de weeskinderen van Aert Ottensz van der Hout en Elijsabeth Jansdr, beiden overleden met Jan Aertsz, Oth Aertsz en Annetgen Aertsdr met instemming van Gerrit Dircxsz, schout, Jan Willemsz Butterboer, Jacob Cornelisz en Beuckel Ariensz Dudermerck, weesmeesters van Bodegraven, verkopen aan Meijndert Ottensz van der Hout mede-voogd van de drie weeskinderen van vaderszijde, een 1/3 deel van 7 morgen land in de Binnenpolder, waarvan Meijndert Ottensz al de andere 2/3 delen toekomen, strekkend in het geheel uit de Rijn tot over de Zwammerdamse kade, belend ten oosten Willem Pietersz Verhouff en ten westen Gerrit Gerritsz Tweaelffhoven. Belast met 300 gulden, aankomend een burger van Gouda.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, p. 123v, d.d. 21-01-1627
Meijndert Ottensz, timmerman en wonend te Bodegraven, getrouwd met Neeltgen Cornelisdr, mede-erfgenaam van Marrichgen Woutersdr, verkoopt aan Pieter Cornelisz, broer van zijn vrouw, 1/4 deel van 2 morgen 5 hond vrij patrimoinaal land in de Dronen, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Miensloot, belend ten zuiden Mathijs van der Tol, ten noorden de kinderen van Willem Jacobsz. De koper bezit hiervan al 1/4 deel.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, p. 181v, d.d. 15-08-1628
Jan Corsz Jongenbroer van Aarlanderveen is schuldig aan de weduwe van Wouter Cornelisz van Nes een losrente van 25 gulden per jaar, hoofdsom 500 gulden, niet aflosbaar voor het overlijden van Marijtge Jansdr, de voornoemde weduwe. Na het overlijden van Marijtgen Jansdr zullen 50 gulden hiervan bestemd zijn voor Neeltgen Cornelisdr, de huisvrouw van Meijndert Ottensz. Schuld geroijeerd 07-06-1663.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 217, d.d. 18-05-1639
Meijndert Ottensz, timmerman te Bodegraven, verkoopt aan Arien Jacobsz, timmerman, een uiterdijkje aan de Hoge rijndijk, strekkend van daar tot in de Rijn, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de koper. Koopsom 150 gulden.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 254, d.d. 12-03-1640
Huijch Gerritsz Verhoorn, paardenkoper te Bodegraven, draagt over op Heijndrick Hagensz, paardenkoper, 5 morgen land in de Binnenpolder, strekkend uit de Rijn tot over de Warmoeskade, belend ten oosten Jan Cornelis Dircxsz en ten westen Meijndert Ottensz van der Hout.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 20, p. 46, d.d. 09-03-1646
[Laatste keer dat Meijndert wordt genoemd in ORA Zwammerdam.]
Otto Meijnderssen van der Hout, wonend te Bodegraven, verkoopt aan Huijbert en Gijsie Cornelissen Wiltenburch 5 morgen 1 hond hooiland in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Welle, belend ten noorden de kopers en ten zuiden Bouwen Franssen. Koopsom 3266 gulden, afbetaald 10-02-1671.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 21, p. 198v, d.d. 11-05-1667
Ik heb een zeer sterk vermoeden dat Otto Pietersz de vader is:
Gerrit Pietersz voor zichzelf, zijn zuster Lijsbeth Pietersdr, weduwe van Pieter Cornelisz, snijder, met Dirck Pietersz, haar zoon en voogd, deze Dirck Pietersz, mede voor zichzelf en voor zijn verdere broers en zuster, Gerrit Pietersz voornoemd, met Ghijsbert Henricxsz Bossman als bloedvoogden van het weeskind van Allert Jongen Aerden en Geertgen Pietersdr, genaamd Aert Allertsz, verkopen aan Otto Pietersz, timmerman, ieder hun 1/4 deel van 7 hond land, waarvan 1/4 al toekomt aan Otto Pietersz, aan hen ten deel gevallen bij de dood van hun ouders Pieter Dircxsz, snijder en Neeltgen Ottendr, het perceel liggend te Zwammerdam, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Miensloot (?), belend ten zuiden Jacop Willem Sijmonsz en ten noorden Arent van Riedwijck Cornelisz. Belast met een losrente, hoofdgeld 105 gulden, toekomende de erfgenamen van Jan Elbertsz aan de Meije.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15, p. 45, d.d. 27-08-1584
Ottho Pietersz, timmerman, wonend te Bodegraven, verkoopt aan Gheerloff Jacopsz 7 hond land, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Meensloot, belend ten zuiden de kinderen van Jacop Willem Sijmonsz en ten noorden Arendt van Riedtwijck Cornelisz. Belast met een losrente, hoofdgeld 105 gulden, toekomend de kinderen van Jacob Claesz te Bodegraven.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15, p. 55v, d.d. 16-12-1585
Louris Daemsz van Oudtshoorn draagt over op Ottho Pietersz, timmerman, 7 morgen land aan de Kwadedijk te Zwammerdam, strekkend uit de Rijn tot over de Achterdijk, belend ten oosten Huijch Jansz, getrouwd met Aeffgen Huijgendr, weduwe van Pieter Willemsz Verhoeff en ten westen de 4 oude weeskinderen van Pieter Willemsz Verhoeff met de weduwe van Gerrit Gerritsz Twaelffhoven. Bezwaard met een losrente, hoofdgeld 300 gulden toekomend Gerrit Pietersz, wonend te Gouda.
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15A, p. 104, d.d. 31-12-1596
[Dit lijkt het stuk land te zijn waarvan Meijndert Ottensz van der Hout in 1627 al 2/3e bezit.]
Maerten Wijtensz, oud-schout, verkoopt aan Otto Pietersz, timmerman, 4 morgen 2 hond 25 roeden land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de wetering van de Zijende, belend ten noordoosten Jacob Boelens, burger van Amsterdam en ten zuidwesten de weduwe van Dirck Cornelisz, schoenmaker te Bodegraven. Belast met 500 gulden hoofdsom, toekomend de kinderen van de overleden Arendt van Riedtwijck Cornelisz te Gouda. Eerder is een losrente brief groot 300 gulden hoofdgeld, gesteld op 4 morgen land in de Binnenpolder, afkomstig van de erfgenamen van Cornelia, weduwe van Henrick Claesz Cramer, en haar kinderen, dit land nu toekomend Marijtgen Wouter Sijmonsdr te Bodegraven. Deze rentebrief komt toe aan Jacop Volpertsz Minne te Gouda, waarvan tot onderpand dient voornoemd pand in het Broekveld (volgens akte van 13-06-1586).
GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15A, p. 135v, d.d. 03-01-1601
[Dit stuk land verkopen de broers in 1611 aan Willem Dircxsz.]