De brief van Otte aan zijn vrouw had ik aangevraagd voor digitalisatie en is inmiddels gedigitaliseerd.
transcriptie:
T Arghangel den 24 februari 1775
Bemin de vrau Jantje Dircks hoope dat u e[erwaardige] er dese
in een gewenste gezontheijt mogt ontfangen met
de kinders ik en ons geheele scheepsvolk zijn alle
in een redelijke ztaet ik twijfele niet of u e[erwaardige] er zult
verztaen of gehoort hebben uit de Cauijranten of andere
schriften dat wij onse schip op den 21 oktoober [1774] onse
schip te Arghangel op de Baar hebben verlooren omtrend
7 of 8 dagen na dato vernoemt zijn de stukken en
brokken an land komen drijven op het eijland Modislia
alwaar wij ook met ons geheele scheeps volk aen
hetzelve eiland zijn behouden aen land zijn gekomen
hebben int vervolgh nogh enige goederen van onse
tuijgazie en koopmanschappen hebben geborgen eijndelijk
wij geen goederen meer konden bergen en veel kaude
en ongemakken hadden uijtgestaen hebben
zijne wij op den 26 novemb[er] 1774 met onse goedere
op zleden met voorspanningen van paarden
over het ijs tot Arghangel in een logiment
gebragt om al hier te over winteren ter wijs hier
de minste geleegenheijt niet is al van dan te
kunnen komen niet voor en aleer de scheepen
uijt holland ons alhier komen afhalen en hoe
het nogh verders zal afloopen is der alweetende godt
bekend van mijn te huijs komste kan ik niets van
melden
[volgende folio]
en versoek vriendelijk aan de Heer Paulus Streek
en de Heeren Borgemeesters dat deselve zo goet
belieft te zijn en geeven aen u e[erwaardige] vrou het
het gelt uijt de boos gesellen buijdel wilt
geven ik groot verlangen hebbe om tijdig van
u te ontfangen zotdoennelijk is en u e[erwaardige]
ijmand aen de hand kande krijgen om een letter
op post papier te zenden zou mijn lief zijn
en het op sluft van de brief moet luijden
aen schipper Jan Cornelsz Bakker en verders aen zijn
stuierman Otte Benthuijsen t Arghangel
e{erwaardige] vrou hoope dat u e[erwaardige] dese aen Paulus Streek
of Borgemeester zult vertonen zo deselve
u bij zegs woorden niet wille gelooven
mijn panpier is te kleijn om alle omstande
te schrijven. De groetenis aen alle goede
vrind en zijt vrindelijk van mij gegroed
beneffen mijne kinders goede nagt
blijv hier mede u e[erwaardige] man
[ondertekend] Otte Benthuijsen