Een deel van de schepenaktes, tussen 1695 en 1728 zijn geindexeerd. Ik vind hem een aantal maal. Ik heb de aktes zelf getranscribeerd, dus ze zullen niet geheel foutloos zijn:
[Schepenrol Geertruidenberg, inv. nr. 2605-29 d.d. 28-10-1695]
Compeerde Dingman V[er]hoof ende Thomas Hendricx getrouwt
met Adriaentje V[er]hoof kinderen ende mede erffgenaemen van
Adriaen Cornelisz V[er]hoof woonende opde made, de welck v[er]claerde
v[er]cocht te hebben, ende dien volgende met vrijer giffte over te geven
aen Dirck Meijers, ende dat ten behouve van Jon[khee]r Ferdinandus
Gibbis woonende alhier een halff buijnder saijlants gelegen
in t suijteijnde vande made opde made jurisdictie deser stede
belent ten oisten de erffgenamen vande heer Maarten Swaen
suijden, Adriaentje Cornelis Bouwens, west Claas Avontuer ende
noorden, Adriaen Dircken Spoor, ende bekende sij comparanten
vande v[er]coop ende overgifte deser voldaen ende betaelt te sijn mette
somme van twee hondert gulden contant gelt, geloovende ???
vrij van rente behoudens den gerechtigen geens v[er]hijns sonder
meer, actum coram en date uts.
[Schepenrol Geertruidenberg, inv. nr. 2605-29 d.d. 30-3-1696]
Compareerde Cornelis Bartholomeeus Weijmans in houwel[ijk]
hebbende Jenneke Teunis Aerts Sweep woonende op stuijvesant
onder Oisterhouwt, den welcke v[er]claerden v[er]cocht te hebben, ende
dien volgende met vrijer gifte over te geven ah?? Ten behouve van
Jon[khee]r Ferdinandus Gibbis ¼ in een buijnder zaijlany
onbegrepen der pate gelegen in t suijteijnde van de made
op de made jurisdictie deser stede, belent ten oisten, Cornelis
Aerden de Laen, suijden en t west sheeren straet noords Jan
V[er]meulen, ende den h: geest armen van[de] made
ende bekende hij comparant vande v[er]coop ende overgifte deser
voldaen ende betaelt te sijn met de somme van een hondert
vijftigh gulden contant gelt geloovende e? vrij van renten
behouden den gerechtigen heren v[er]hijns sonder meer. Actum
coram de heeren Geerard Pijll schouts, borgem[eeste]r V[er}hoff ende
t volle collegie van schepenen den 30 meert 1696.
[Schepenrol Geertruidenberg, inv. nr. 2605-29 d.d. 12-11-1700]
Compareerde Jacob Jan Gielen woonende opde Made den welcke v[er]claerde
v[er]cocht te hebben ende geeft over met vrijer gifter aen en ten behoeve van
Jo[nkhee]r Ferdinandus Gibbis banckhouder alhier een stede bestaende in een
huijs schuere hoffen erve met omtrent een mergen en 500 roeden saeijlants
gelegen int suijt eijnde vande middelmade opde made jurisdictie deser
stede, belent ten oosten Peeter Peeter Jacobs ende Willem Jacobs ?ins
suijden de kinderen van Adriaen de Laet, west de maetse heijde ende
noorden Do: Santvoort predicant tot ginneken hem comparant
aengecomen bij coop vande kinderen van Jan Wijnen volgens gifte
daer van voor schout ende schepenen alhier opden 4e januarij 1669
gepasseert, ende bekende hij comparant vanden coop en overgifte
deser voldaen ende betaelt te sijn met de somme van een duijsent gulden
contant gelt, gelovende over sulcx het voorn[oemde] v[er]cochte huijs schuere
ende lant te vrijen ende waeren jaer ende dagh naer deser stede
recht is vrij ende niet anders belast als met een rente van 4:11:8
sjaers ten heboeve vande cappitulaire eertijts binnen deser stede
nu sijn maj[estei]t met noch 4:10:0 ten behoeve van t gasthuijs alhier,
ende voorts sijnen gerechtigen heren Vlijns sonder meer actum
coram schout borgem[eeste]r Pijll ende allen de schepenen preter van
nes ende demster den 12 november 1700
[Schepenrol Geertruidenberg, inv. nr. 2605-29 d.d. 3-2-1702]
Compareerde Dirck Meijers procureur deser stede als last ende procuratie
hebbende van Juffr[ouw] Abigael Durant eerst wed[uw]e en boedelhouster van jon[khee]r
Charles Gibbis, en nu getrout met Balthasar van Sundert volgens acte
van procuratie tot dien eijnde gepasseert voorden not[ari]s Gijsbert de
Cretser en seeckere getuijgen in ‘s Gravenhage residerende in dato den
XVe november 1701 ons schepenen en secret[ari]s gebleken, ende bekende
sij comparante met vrijer gifte over te geven en dien volgende v[er]cocht
te hebben aen en ten behoeve van Jon[khee]r Ferdinandus Gibbis eene
huijsinge gront erve ende toebehoorten staende ende gelegen aende
noortsijde vande venestraet binnen dese voorsz[egde] stadt tusschen de
huijsinge van Cornelis Matteeus van Gils aen d’eene sijde oistwaerts
Jan Hendricx van ter Heijden met sijne huijsinge ende erve d’ander
sijde westwaers voor aen s heerenstraet suijtwaerts ende achter
stuijtende mette erve op stadts walle noortwaerts, ende bekende
hij comparant in voorige gt vanden coop ende over gifte deser voldaen
en betaelt te sijn met de som[m]e van ses hondert gulden contant gelt
die bijden cooper aende v[er]cooperesse sijn overhandight soo hij cooper
bekende, gelovende over sulcx het voorn[oemde] v[er]cochte huijs en erve te
vrijen en waeren jaer en dagh het naer deser stede recht is vrij van
renten behoudens eene rente van drije stuijvers twee penn[ingen] ten
behoueve vande cappitulaire ende nu sijn maij[estei]ts, en voorts sijnen
gerechtigen heeren clijns sonder meer, actum opden stadthuijse
coram schout borgem[eeste]r Pijll, en t volle collegie van schepenen
preter van son den 3 meert 1702