Zie ook de publicatie 'Het geslacht van de Heren van Malsen':
Nicolaes van Malsen, geb. circa 1395, heemraad van De Werken (1425), overl. voor 12-11-1441 en tr. nn van Hemert, dochter van Johan van Hemert, heer van Hemert, ridder, overl. voor 1415. Hieruit:
Otte van Malsen, geb. circa 1420, tr circa 1442 Jan van Rijswijck, volgt genealogie van Rijswijk
Bronnen:
- Ons Voorgeslacht 1984 blz 113 Leenhof Gelre inv 2 fol 135 en Cuyk 5 fol 17v, fol 38 : anno 1424 Genoemd een Nicolaas van Malsen met zijn huisweer in de Werken.
- Kloosters Mari?nkroon en Mari?ndonk in Heusden 239 inv 532: 29-8-1425 Gerrit de Hoghe, rechter in De Werken, oorkondt, dat Corstiaan van Herwinen, bastaard, verklaard heeft, dat voor hem, als rechter, en voor Klaas van Malsen, Adriaan Jan Aarntsznszn, Wouter Gevaart, Huge Jacobszn, als heemraden aldaar, eertijds Jacob Boey, priester, geschonken heeft aan Jan van Goch, abt Mari?nkroon: 101/2 morgen en 1/2 hond, in De Werken.
- Abdij van Egmond 356 inv 853: 7-3-1428 Claes van Malsen verklaart, dat hij de gelden, t.w, 397 Beierse gulden, 2 tuinen en 20 kronen, die hij van den abt heer Willem van Mattenesse en van het convent van Egmond gevorderd heeft, uitgegeven heeft met de broeders van zijn vrouw voor de zaak tussen genoemden abt en zijn zwager heer Aernt van Hemert.
- GTMWB 1997 blz. 99 LRK 62 fol. 81v, 10-3-1429: ...... ten westen van huis en hofstede van de Werken, strekkend van de Werkendijk tot de Vycen, west: Nikolaas van Malsen.
Nikolaas van Malsen, moet met de Hofstede de Werken met 52 mergen land beleend zijn tussen 1417 en 1429, want in 1417 was de eigenaar nog Dirk van der Werken (GTMWB 1997 blz 100). - Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol 70: 12-11-1441, Ontfingh joffr. Otto van Malsen met Coenraadt van Giessen haeren gecoren mombair ene huijsinge met LII mergen lants gelegen in de gerechte van den Wercken aen de ene zijde oostwaerts Trijsen Werdt ende Jan Brielsen land aen die westzijde ende des sijn brieven.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol 70: 19-5-1461, Heeft overgegeven ende vertegen erfflijck als die mannen wijsden ende recht was Joffr. Otte van Malsen mit haeren gecoren ende verleende voochde Jan Glimmers soen van Rijswijck haeren wetachtigen man tot behoeff van Johan van Schijnvelt dat huijs ter Wercken met 52 mergen lants daer aan geleghen in den gerechte van den Wercken aen die ene zijde oostwaerts Trijsen Werdt ende aen die westzijde Jan des voorscreven kijnderen landt ende daertoe acht mergen thienden inden selve gerechte gelegen tusschen Trijsen Werdt oostwaerts ende ten halven in Heer Ghijsberts Werdt van der Poel westwaerts, gelijck haer aenbestorven is na doode haers vaders met allen sijne manscappen, rechten ende toebehoren niets daervan uijtgescheijden. In tegenwoirdigheijt van heer Johan van hemert ende Adriaen van Herlaer ende Adriaen van Emmichoven Ridderen, Daemen van Nispen ende Jan Glimmers soen.
=> Huh? In deze publicatie is de onbekende een dochter van Johan van Hemert. Waarop dat gebaseerd is weet ik niet. In de vraagstelling is zij "heer Arnts dochter te Hemerde"
Want: zie deze publicatie: 'Het geslacht van de Heren van Malsen'
Nicolaes van Malsen, geb. circa 1395, heemraad van De Werken 1425, overl. voor 12-11-1441 en tr. nn van Hemert.
Hieruit:
- Otte van Malsen, geb. De Werken ca. 1420, tr. ca. 1442 Jan van Rijswijck, volgt genealogie van Rijswijk.
Bronnen:
- Ons Voorgeslacht 1988 blz 19, 14-2-1418: De nederste helft van de Kokshoeve te Herwijnen, Belend boven Nikolaas van Malsen. (Bezit dus de bovenste helft van de Kokshoeve).
- Sloet, Lenen Gelre, Nijmegen, nr. 317a, anno 1420: Claes van Malsen, erve sijnes vaders Otten, ontfengt sulck erff als sijns vaders brioff inhelt ende daerto 2 mergen lants tuschen Jan van Herler van Merwijck ende die gemeynte; item 1 mergen lants met eene wyele; item 1 1/2 mergen, tuschen Claes voorn, ende den gerichte van Amersoyen gelegen; item l mergen met eenen wyle tuschen des voorn. Claes erve an beyden sijden gelegen. Ende op denselve tijt heeft mijn genadigde her Arnts dochter te Hemerden Clais vorz. wttgen wijve eyn tocht an allen den leenguyden vorz.
- Sloet, Lenen Gelre, Nijmegen, nr. 317a, anno 1424: Claes van Malsen tuchtigt sijn vrou, heer Arnts dochter te Hemerde.
- Ons Voorgeslacht 1984, blz 113, (Leenhof Gelre inv 2 fol 135 en Cuyk 5 fol 17v, fol 38), anno 1424: eenen thiend, gelegen in den lande van Altena an der Wercken, tussen Blomenstege en Claes huysweer van Malsen aan de andere zijde. zie ook (Uitheemse Lenen, door J. Sloet, blz 66)
- Kloosters Mari�nkroon en Mari�ndonk 239 inv 532: 29-8-1425, Ic Gheryt die Hoghe, richter in den ghericht van der Werken, doe kont allen luden die dezen brief zullen zien of horen lezen, dat mi aenghebracht heeft Corstiaen van Herwinen, bastairt, dat hi dair over was als een ghewairt richter in den ghericht voirsz, ende niet hem Claes van Malsen, Adriaen Jan Aerntszoens zoen, Wouter Ghevaert ende Hughe Jacobszoen als heemradere, dat voir ons quam her Jacob Boey, priester, met zinen ghecorenen voecht die hem met recht ghegheven was, ende gaf over een vrij ghift heren Jan van Goch, abdt des cloosters van sente Mariencroen tot Huesden tot behoef des cloosters voirsz. van elftalven merghen lants, gheleghen in den ghericht van der Werken vcirsz. ende van een half hont, van welken lande voirsz. vijf merghen ende een half hont gheleghen zijn in die Lyenissche hoeve ghemeyn metten susteren van Almkerc ende sestalve merghen lants zijn gheleghen tusschen erve Diric Rutghairtszoens oestwairt aen deen zide ende vaestwairt Willem Thonyszoens aen dander zide, also groot ende also cleyn als zij dair gheleghen zijn ende met allen horen toebehoren. Ende her Jacob met sinen voecht voirsz. verteech ende verhalmde opt erve voirsz. tot behoef des cloosters voirsz., als vonnisse der heemradere voirsz. wijsde ende recht is. Voirt gheloefde her Jacob met zinen voecht voirsz. dit voirseyde erve te waren jair ende dach, als men een vrij eyghen erve sculdich is te waren, ende alle voircommer ende voirplicht af te doen die men van rechts weghen sculdich is af te doen. In kennesse der wairheyt hebbe ic Gheryt, richter voirn., desen brief open bezeghelt met minen zeghele. Ghegheven int jair ons Heren duser.t vierhondert ende vijf ende twyntich, op sente Jansdach decollatio.
- Abdij van Egmond 356 inv 853, 7-3-1428: Claes van Malsen verklaart, dat hij de gelden, t.w, 397 Beierse gulden, 2 tuinen en 20 kronen, die hij van den abt heer Willem van Mattenesse en van het convent van Egmond gevorderd heeft, uitgegeven heeft met de broeders van zijn vrouw voor de zaak tussen genoemden abt en zijn zwager heer Aernt van Hemert.
- GTMWB 1997 blz. 99 (LRK 62 fol. 81v), 10-3-1429: Een weer van 13 morgen, genaamd Brede weer, aan de Werken ten westen van huis en hofstede van de Werken, strekkend van de Werkendijk tot de Vycen, west: Nikolaas van Malsen.
- van Maren, schatting in de Bommeler- en Tielerwaard door de hertog van Gelren, onder Herwijnen, anno 1434: Claes van Malsen VI pond.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol 70, 12-11-1441: Ontfingh joffr. Otto van Malsen met Coenraadt van Giessen haeren gecoren mombair ene huijsinge met LII mergen lants gelegen in de gerechte van den Wercken aen de ene zijde oostwaerts Trijsen Werdt ende Jan Brielsen land aen die westzijde ende des sijn brieven. Zie ook hier
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol 70, 19-5-1461: Heeft overgegeven ende vertegen erfflijck als die mannen wijsden ende recht was Joffr. Otte van Malsen mit haeren gecoren ende verleende voochde Jan Glimmers soen van Rijswijck haeren wetachtigen man tot behoeff van Johan van Schijnvelt dat huijs ter Wercken met 52 mergen lants daer aan geleghen in den gerechte van den Wercken aen die ene zijde oostwaerts Trijsen Werdt ende aen die westzijde Jan des voorscreven kijnderen landt ende daertoe acht mergen thienden inden selve gerechte gelegen tusschen Trijsen Werdt oostwaerts ende ten halven in Heer Ghijsberts Werdt van der Poel westwaerts, gelijck haer aenbestorven is na doode haers vaders met allen sijne manscappen, rechten ende toebehoren niets daervan uijtgescheijden. In tegenwoirdigheijt van heer Johan van Hemert ende Adriaen van Herlaer ende Adriaen van Emmichoven Ridderen, Daemen van Nispen ende Jan Glimmers soen. Zie ook hier
=> Ik denk dat de genoemde Johan van Hemert een zoon van Aernt zou kunnen zijn, en dus een (een van de broers) broer is van N.N. En ik vermoed dat deze Johan (Jan) weer een zoon Aernt heeft:
Verder terug? Ik denk dat deze bronbewerkingen wellicht verder gaan helpen. Gelders Archief, inventaris 0417 Heerlijkheid Nederhemert 1. Bijvoorbeeld:
60 Jan van Hemert draagt op aan zijn broeder Gijsbert heer tot Hemert alle sulc versterfnis als hem aanbestorven was bij doode van zijn vader heer Jan van Hemert. Ten overstaan van richter en den heemraet van Hemert, zomede Arnt van Hemert en Herbern van Ghiesse, neven van Jan van Hemert, 1414 mei 31. 1 charter
N.B. Op perkament, met uithangende zegels in groen was der getuigen, het zegel van Jan van Hemert is afgevallen.
84 Aert van Hemert Dircszoon draagt over aan Ghijsbert heer tot Hemert een hofstad met stenen camer en timmering, gelegen in het gericht van Hemert. Ten overstaan van Lambert van Oesterwijc, richter, Claes die Blaer, Peter Jan Gijbensoenssoen en Aert Ewijn, heemraden van Hemert, 1419 juli 22 (St. Maria Magdalenendach). 1 charter
N.B. Op perkament, met de uithangende zegels in groen was van den richter, van Wouter Dircsz, die voor Claes die Blaer zegelt en van Claes Vleminc, die voor Peter Jan Ghijsbensoenssoen en Aert Ewijn zegelt.