Joost Clementsz (†1563): Een biografische reconstructie
INLEIDING
Deze publicatie beoogt een volledige reconstructie van het leven en de familiecontext van Joost Clementsz, priester te Leiden, pastoor te Hazerswoude, en actief als cureit in Beverwijk. De reconstructie is gebaseerd op archivalische bronnen uit Leiden, Den Haag, Utrecht, Haarlem en Zutphen. Tevens is de verwantschap van Joost Clementsz met de familie Van Schoonhoven onderzocht, evenals zijn betrokkenheid bij de commanderij van Sint Jan te Haarlem en zijn bestuurlijke relaties met Cornelis Anthonisz van Schoonhoven.
HOOFDSTUK I – IDENTITEIT EN NAAMVARIANTEN
Joost Clementsz komt in verschillende bronnen voor onder uiteenlopende naamvormen, waaronder ook de aanduiding 'conventuaal'. Een overzicht van deze varianten is geannoteerd met bronvermeldingen.
Voorbeelden van naamvarianten:
Joost Clementsz (ORA Leiden, 1563)
Jodocus Clemens de Haga (Abdij Rijnsburg, 1549)
Joost Clemens, pastoor tot Haserswoude (Domkapittel Utrecht, 1528)
Heer Joost Clemensz Wtenhage (Haarlem, 1533)
Joost Clementsz, cureit van de parochie Beverwijk (Gonnet)
Conventuaal Joost Clementsz (Noord-Hollands Archief, toegang 2123)
Pauselijk notaris (Archief Abdij van Rijnsburg, casus Oegstgeest 1549)
Jodocus Clemens de Haga, propastor in Oostgeest (NA, 1549)
Jodocus Clemens, openbaar pauselijk notaris (Rijnsburg, 1549)
Zie apart hoofdstuk 'Naamvarianten'.
HOOFDSTUK II – GEESTELIJKE LOOPBAAN
Joost Clementsz is met zekerheid slechts als volgt aantoonbaar, en daarnaast blijkt uit bronnen dat hij in 1533 samenwerkte met mr. Cornelis Anthonisz van Schoonhoven, commissaris van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. Deze samenwerking betrof een erfpachttransactie te Hazerswoude, waarbij Joost Clementsz als pastoor optrad en Cornelis Anthonisz als curator namens zijn zoon Gabriel (NA, toegang 3.01.02, inv.nr. 543).
Pastoor van Hazerswoude (ten minste 1533)
Cureit te Beverwijk (vermeld 1536 en 1537)
Pauselijk notaris in Oegstgeest (1549)
Propastor in Oegstgeest (1549)
Hij was verbonden aan de kapelanij van Hazerswoude die in 1528 werd geïncorporeerd in de Commanderij van Sint Jan te Haarlem (UA, Domkapittel 2461).
Beverwijk 1536 – Weideverhuur:
"Ic Joest Clemensz cureit van die pochie kercke van Beverwijck bekenne mij verhuert te hebben Antonis Claesz een hoekelinxs gras weijde ..." — NHA, toegang 2123, inv.nr. 79, 16 maart 1536
Beverwijk 1537 – Erfpacht Meresteijn:
"...Joest Clemensz cureijt van die kercke van beverwijck..." — NHA, toegang 2123, inv.nr. 79, 26 mei 1537
1549 – Pauselijk notaris in Oegstgeest:
"Jodocus Clemens de Haga, notarius publicus apostolicus, protesteert dat het mandaat van de officiaal van de aartsdiaken van Utrecht m.b.t. de vicarie in Oegstgeest ten uitvoer gelegd is..." — NA, toegang 3.18.20, Abdij Rijnsburg, inv.nr. 959.3, dd. 22 juli 1549
1549 – Propastor te Oegstgeest:
"Jodocus Clemens de Haga, propastor in Oostgheest, oorkondt dat hij volgens vorenstaand mandaat de vereischte afkondigingen gedaan heeft, maar dat niemand bezwaren heeft ingeleverd." — NA, toegang 3.18.20, inv.nr. 959.2, dd. 20 juni 1549
1551 – Levering graan en natura namens broer Jan Clementsz:
"... tot behouff van heer Joost zijn broeder conventuael ..." — NHA, toegang 2123, inv.nr. 263
1549 – Oorkonde als openbaar pauselijk notaris:
"Jodocus Clemens de Haga, openbaar pauselijke notaris, protesteert dat dit tegenwoordige mandaat (zie 1549 Juni 24) ten uitvoer gelegd is door den deken van Rijnland, Amelis van Oy..." — NA, toegang 3.18.20, Abdij Rijnsburg, inv.nr. 959.3, dd. 22 juli 1549
HOOFDSTUK III – VERWANTSCHAPPEN EN AFKOMST
Joost Clementsz was zoon van Jan Clementsz, vermeld in transportakten van huizen te Den Haag tussen 1484 en 1519. Jan Clementsz is overleden vóór 1523. Kinderen van Jan Clementsz:
Joost Clementsz (priester, deze biografie)
Jan Jan Clementsz, bontwerker, lid van de vroedschap, schepen, regent en gasthuismeester in Den Haag, begraven 29-11-1561
Geboren ca. 1493, op 11-02-1542 oud 49 jaar
Begraven in de Grote of Sint Jacobskerk te 's-Gravenhage
Vele bestuurlijke functies: vroedschap (1555-1560), schepen (1547/48), regent Leprooshuis (1539-1548), huiszittenmeester (1552), gasthuismeester St. Nicolaas Gasthuis (1552-'61)
Bezittingen: Boerderij in Voorburg aan de Vliet:
Vanaf 1531: Willem Gardijn betaalt erfhuur van VII pond aan het Oude Mannengasthuis in Delft
Vanaf 1552: Jan Clementsz wordt eigenaar en Willem Gardijn blijft pachter
1564: "Op Willem Gardijn nu Jan Clementsz weduwe inden haghe een jaerlijcxe erffrenthe van VII pond hollants versekert op IIII margen lants verschijnt Lamberti compt V pond V stuijvers"
1584: "Derffgenaemen vande weduwe van Jan Cleijmentsz inden haeghe nu Jacop Willemsz Gardijn gheeft een jaerlicxe erffrente van zeven ponden hollants verschinende Lamberti Aldus hier over dit jaer verschenen tijde deser reeckeningh --- V pond V stuivers"
Deze boerderij werd later verkocht in 1657 door Leuntge Adriaensdr, weduwe van Aem Jacobsz Gardijn (nakomeling), aan mr. Johan van der Dussen, die het verbouwde tot buitenplaats Middenburg
Maritgen Jan Clementsdr, overleden vóór 1561, erfgenamen bekend uit kohieren Eikenduinen (1557 en 1561)
HOOFDSTUK IV – CORNELIS ANTHONISZ VAN SCHOONHOVEN
Cornelis Anthonisz van Schoonhoven wordt in bronnen vaak aangeduid als meester (mr.) Cornelis. Hij was commissaris voor de centrale regering in Friesland en gezant van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk. In 1526 en 1527 werd hij door de centrale regering uitgezonden naar onder andere Bolsward, Dokkum, Schiermonnikoog, Sneek en Stavoren, en rapporteerde hij aan de graaf van Hoogstraten (Waddenacademie / Tresoar / Algemeen Rijksarchief te Brussel, microfiches inv.nr. 94, 1524, 1529).
In 1495 werd hij genoemd als ontvanger van een studiebeurs te Leuven, waarin zijn verwantschap met mr. Symon Doede van der Sluys, proost en aartsdiaken van Utrecht, werd aangetoond. Deze verwantschap werd ook genoemd in de instructie van 11 januari 1529 bij zijn uitzending naar Rome (NA 3.01.02, inv.nr. 543).
Cornelis Anthonisz was gehuwd, en had uit een eerder huwelijk een zoon Gabriel Cornelisz van Schoonhoven. In 1533 trad hij op als curator bij de erfpacht van Gabriel aan Joost Clementsz te Hazerswoude.
Ook was hij in 1551 rentmeester der proosdij van Zutphen, en correspondeerde hij met het Hof in een proces betreffende Bathmen (RA Zutphen, inv.nr. 2560).