Even terug naar het eerste bericht:
Metz wordt daarin aangeduid als gereformeerd. Omdat het gezin armlastig was en hij zich in Amsterdam bij zijn kerkgemeente voor diverse redenen heeft moeten aankloppen (toch?), vermoed ik dat hij sporen heeft nagelaten in de archieven van de Nederlands Hervormde Gemeente, maar tot nu toe heb ik niks kunnen vinden.
Je kunt er denk ik niet zonder meer van uitgaan dat hij lid was van een kerkgemeente en als dat wel zo was dat hij dan ondersteuning kreeg. Je moest regelmatig naar de kerk gaan en je ook verder goed gedragen. In de wet op het Domicilie van Onderstand van 1818 werd bovendien bepaald dat de kosten van de bijstand voor rekening van de domiciliegemeente kwamen, d.w.z. de plaats waar een arme was geboren of de laatste vier jaar had gewoond. Dus tot 1822 kreeg hij sowieso niets.
Bij overlijden is hij metselaarsknecht en zal dus inkomen hebben, zijn vrouw wordt voor het wegvallen hiervan ook gecompenseerd.
Bij het Amsterdams Stadsarchief vind je via 378 Archief van de Nederlands Hervormde Gemeente te Amsterdam; Kerkvoogdij onder 1.4. attestaties, maar als hij niet in de indexen voorkomt zal hij hier waarschijnlijk ook niet instaan?
Zijn de kinderen ook doopsgezind? Anders zou je ook nog onder 1.5 in de doopboeken kunnen zoeken of ze hervormd gedoopt zijn, van veel kerken zijn er doopboeken uit de juiste periode. Mijn ervaring is dat als iets mist het soms de moeite loont bij de duplicaat doopboeken te kijken.