Ik maak ervan:
Memorie van mijn reys met schipper Fredrick Wybes van Harlingen naar Riga, den 8 april van Amsterdam gegaan en den 23 dito a(nno) 1671 tot Riga in de stadt gekoomen, als volght te weten:
Dito. Met een stijgerschuyt van de Camperstijger gevaren aan de Harlinger kaagman, en met een suytwesten windt naar Harlingen t' seyl gegaen.
9 dito. Omtrent ten clocke één uur tot Harlingen gekoomen en naar schipper Fredrick Wiebes huys gegaen, aldaar wat gegeten hebbende zijn wij tesaamen eenige bootschappen gaan doen, alsdoen moet en mat sijnde een glase gaan drincken.
10 dito. Wat gegaan wandelen in en buyten de stadt om te verneemen of het schip in 't Vlie was gekomen.
11 dito. 's Morgens omtrent ten half sessen gingen van Harlingen t' seyl met een suytwesten windt en ten één uur quaamen in 't Vlie, 't ancker wierde voort gelicht, de sylen bijgeset en gingen t' seyl, de windt west zijnde met een moye coelte, omtrent dry uren in zee zijnde alsdoen wierde ik zeesieck en gaf de crabben dien dag 6 maal eeten, onse coers setten wij noortnoortoost.
12 dito. Des 's morgens de windt suytsuytwest, de coers als vooren, met een harde voortgang, des naarmiddag wiert mistig, des 's nachts liep de windt suytoost en suytwest met regen, quaamen over 't rif, waar noch zeesieck en gaf de crabben dien dag 4 maal eeten.
13 dito. De windt suytwest, des middags noortwest met harde coelte, setten onse coers op oosten, quaamen des avonts bij Hartshals en bleven daarbij, alsdoen waar wederom gesondt.
14. dito. 's Morgens in 't opgaan van den son quaamen om Schaagen, de windt suytwest met regen en sneeuw, omtrent bij Waasbergen sijnde liep de windt westnoortwest met harde coelte, des avonts laat voor Col, most voor docxgelt betaalen 2 rgf., gelijk als ik met de hoogbootsman heb afgemaackt, des 's nachts quaamen in de Sont, waarvoor wij Godt de Heere tot zooveertoe behouden ryse hebben te bedancken.
15 dito. Des morgens voerden wij aan landt en onse schipper maackte hem op de tolboet klaar, meynde dien avonts weder t' zeyl te gaan, maar vermits soo hart begost te wayen uyt de westnoortwesten, dat wij dien dag noch aan lant bleven en droncken somtijts een glaasje bier en wijn.
16 dito. Weder en windt als boven, tegens den avont begost wat stilder te worden, voerden naar boort toe.
17 dito. 's Morgens lichten ons ancker en gingen weder t' zeyl met een noordenwindt, des avonts quaamen om Valsterbon.
18 dito. 's Morgens quaamen bij Barholm de windt westsuytwest zijnde met hart weer, des nachts raackte onse cat in de craam van dry jonge en lyden se in onse schipperscoy.
19 dito. De windt noortwest met wynig coelte des naarmiddags de windt oost en des nachts suytsuytoost met goede voortgang.
20 dito. Des morgens sagen Stienoort de windt als vooren, des avonts quamen om Luyseroort, des nachts setten wij bij de Blauweberg.
21 dito. De windt noortoost met sneeuwjacht, quaamen tegens den avont om Domesnes, des nachts sagen noch veel eys, mosten bijhouden.
22 dito. Quaamen op de ree van Riga, wayde seer hart uyt de noortoosten, kosten niet binnencoomen en ik wierde weder wat seezieck.
23 dito. De windt noortwest, lichten ons ancker en quaamen binnen, en des avonts noch in de stadt, waarvoor wij Godt de Heere voor geluckige en spoedige rys hebben te dancken.
Abraham Kromhuysen
Hartshals = Hirtshals, Denemarken
Schaagen = Skagen, Denemarken
Waasbergen = Varberg, Zweden
Col = Kullen, Zweden
Valsterbon = Falsterbo, Zweden
Barholm = Bornholm, Denemarken
Stienoort = Akmeņrags, Letland (Steinort)
Luyseroort = Ovisrags, Letland (Lyserort, Oviši)
Blauweberg = Zilie kalni, Letland
Domesnes = Kolkasrags, Letland (Kaap Kolka)
(aangepast 23:13)