Van een vriend die over klappers en indexen beschikt verkreeg ik het volgende (nee, de gildearchieven zijn voor zover mij bekend nog niet on-line). Ik heb zelf zoveel mogelijk de volledige bronvermeldingen toegevoegd, waar die ontbreken zul je zelf aan de gang moeten.
Vermeldingen Dol
Jan Dol's koopmansgilde inschrijving in 1770, in GrA, Gildearchieven, toeg. 1325, inv.nr. 31, fol. 65.
Zelfde bronvermelding: 12 okt. 1781, fol. 93v. [Begraven] Michiel Onnes vrou & Jan Dol.
Zelfde bronvermelding: Weduwe van Jan Dol begraven, 17 jan. 1782.
Die Jan Doll had op 22 juli 1755 diaconieleges betaald voor het kleine burgerrecht.
Hij werd o.a. vermeld in een huwelijkscontract 3 juli 1780 (GrA, Volle Gerecht van de stad Groningen [toeg. 1534], inv.nr. 3689, RA III ij) van zijn zoon Egbert Dollin [sic] en Fennigjen Veenema [de ouders van de latere ds. Jan Doll]. En er was ook een zoon Herman/Harmannus die in 1772 was getr. met Anna Meijers. Verder lag Jan wegens lichaamskrankheid te bedde toen hij testeerde: GrA, Volle Gerecht van de stad Groningen [toeg. 1534], inv.nr. 3686, RA III ij, 31 okt. 1779.
Was Jan Dol wellicht een relatie (zoon?) van Harmannus Dol, van Dincklage, die in 1706 ondertr. Siouke Jans, van Groningen? (zie AlleGroningers). Die Harmannus was al in of voor 1732 overleden want in GrA, Volle Gerecht van de stad Groningen [toeg. 1534], inv.nr. 882, RA III hh 4, 30 mei 1732 wordt aangezworen een voormond over wijlen Harmannus Dol's minderjarige kinderen bij Sjouke Jans (en die bron heeft verder nog enige latere vermeldingen van wijlen Harmannus Dol).
In de Diaconieleges staat dat Jan Dol op 1 juni 1770 was overgegaan van het timmerluij- naar het coopman en cramergilde. In de diaconie leges betalingen voor 26 juni 1767 stond hij vermeld als Jan Doll, timmerluijgilde. In Gruoninga 2015-2016 wordt hij op p. 30 in 1771 genoemd als zwette (belending), omgeving Zuiderdiep. Trouwens, zijn zoon Harmannus Dol was al in 1773 timmerman: in de burgerinschrijvingen: Harmannus Dol timmerman [niets betaald] volgens apostil van 19 Febr. 1773 Groningen. Hij betaalde diaconie leges bij toelating tot het timmermansgilde in de Stad op 16 febr. 1775; ook Hermannus was (aldus de diaconie legesbetalingen op 4 juni 1777) overgegaan van de timmerlieden naar het cremergilde. Ik zie Harmannus vermeld in GrA, Gildearchieven, toeg. 1325, inv.nr. 31 (koopman- en kramergilde) als volgt:
juni 1777 -- inschrijving gilde: Harmannus Dol, aan de
zuidkante bij Hardering straten boge, 2 kinder 2 en 3 jaar (fol. 81)
Verder zie ik Jan Dol vermeld in het grafboek van Martinikerk Noord (GrA, Ned. Herv. Gem., Diaconie, toeg. 1518, inv.nr. 1731) bij graf 2192. Op 22 aug. 1651 werd voor dat graf 1-10-0 betaald door de wed. van Gerrijt Gerrijts kistemaker in Heerstraat, anno 1675 lieten Bouwe Gerrits en Gerrit Gerrits kleermaker dit graf op zich overtekenen. En op 29 maart 1754 werd het overgetekend op Jan Dol [had die het graf toen gekocht? van de erfgenamen of van de kerkvoogdij?]. Op 28 april 1787 werd het graf getekend op Harm. Dol als erfgenaam. [Die Harmannus zal de zoon van Jan geweest zijn, die present was als voormond en broeder, met Harm Camphof als voogd, bij de ondertr. van Anna Katharina Doll met Berent Having, Groningen 3 febr. 1785.]