Kan iemand mij vertellen wat een obligatie uit de 18de eeuw precies inhield. Ik heb een obligatie gevonden waarvan de tekst voor mij erg onduidelijk is.
Obligatie
van D'eersame Jacob van Borsselen, bouwman
ende
D'eerbare Geertje Pieters van der Kerk, egteluyden
in dato den 7 January 1754
Op huyden den 7 January 1754 compareerden voor mij Hendrick Isaeq Kreet, openbaar notaris, bij den Hove van Holland geadmitteert, binnen de stad Leyden residerende en voor de nabeschreven getuygen,
d'eersame Jacob van Bosselen, bouwman en d'eerbare Giertje Pieterse van der Kerk, egteluyden, weesende dezelve Grietje Pieters van der Kerk met dezelve haaren man geadsisteert en tot het passeren en teekenen deeses specialijke door dezeleve geauthoriseert ende gequalificeert, woonende de comparanten op de woninge van den heer Pieter van Lelyveld, geleegen onder den ambagte van Leyderdorp, dog jeegenswoordig binnen deese stad, mij notaris bekend, ende bekenden sij comparanten ieder in solidum ende voor t'geheel onder renunciatien van de benefitien ordinis seu excussionis et divisionis en nog de tweede comparante senatus consulti vellejani et authenticæ codicæ si qua musier, van de kragte vandien door mij notaris onderregt weesende, wel en deugdelijk schuldig te weesen aan ende ten behoeve van de heer Pieter van Lelyveld, koopman binnen deese stad, de somme van vijff duysend vijff honderd vijff en t'sestig guldens en vijff stuyvers, spruytende ten reguarde van de somme van neegen honderd vier en veertig guldens seeventien stuyvers per reste van huure van de wooninge en de landerijen welke sij comparanten nog sijn in huure gebruykende, verschenen Kersmisdage 1752, ten opsigte van de somme van een duysende guldens over een jaar huur van dezelve woninge en landerijen verschenen Kersmisdaage 1753, ten opsigte van de somme van drie duysend vijfftig guldens agt stuyvers weegens koeyen van gemelte heer Pieter van Lelyveld gekogt en ontfangen volgens contract in date 13 December 1746 en affrekeninge agter hetselve in dato den 15 February 1749, beyde onder de hand geteekent ende ten reguarde van de somme van vijff honderd en t'seeventig gulden weegens aan hem comparante geleende en in goede gangbare specien aangetelde gelden volgens obligatie in date den 15 Mey 1752 onder de hand ten behoeven van gemelten heer Pieter van Lelyveld door hem comparante onderteekent, renunciërende sij comparanten ten opsigte van de voorgemelte ter zaake van de verschuldigde land en woning huur gesprootene somme van de exceptie van herrekening, ten opsigte van de voorgemelte koop van koeyen gesprootene somme van de exceptie van non leverantie en herrekening, ende ten reguarde van de voorgemelte volgende obligatie verschuldigd de somme van de exceptie van onaangetelde gelden, ende over en omtrent alle t'voorenstaande nog van de exceptien van herrekening alsmeede van sodanige hulpmiddelen van regten als haar comparant jeegens den deesen nu ofte in der tijd te baate ofte staade soude kunnen ofte mogen komen, beloovende sij comparanten van opgemelte somme van vijff duysende vijff honderd vijff en t'sestig guldens vijff stuyvers intresse te zullen betaalen jeegens drie guldens van ieder hondert guldens in t'jaar. ingegaan weesende met den 1e January deeses jaars 1754 en gedurende tot de volle en effectuële voldoeninge en afflossinge van deselve somme van vijff duysend vijff honderd vijff en sestig guldens en vijff stuyvers toe, welke voldoeninge en affflossinge t'allen tijden na verloop van een jaar na dato deeses sal vermogen en ook moeten geschieden, mits malkanderen drie maanden tevooren behoorlijk waarschouwende, tot naarkominge van t'geene voorschreeve staat, verklaarden sij comparanten te verbinden haare personen en goederen, stellendedezelve ten bedwang en executie als na regten en specialijke meede den Edele Hove van Holland.
Laastelijk verklaarden sij comparanten te consenteren en over te geven omme sig in den innehouden deeses vrijwillig bij den Edele Hove van Holland te laaten condemneren, ten dien eynde onweederroepelijk constituërende ende magtig maakende bij deezen de drie oudste procureurs in der tijd voor welgemelde Hove van Holland postulerende, de eene om de voorschreeve condemnatie te versoeken en de andere om daarinne te consenteren, belovende te zullen apporberen en ratificeren t'geene bij de voorschreeve procureurs in kragte deeses sal werden gedaan en verrigt, onder verband en bedwang van hun comparanten personen en goederen als booven.
Aldus gedaan en gepasseert binnen Leyden
ter presentie van Rijk Eyken en Gerrit Goddeus als getuygen.
Jacob van Bosselen
Geertie P.a van der Kerck
Rijk Eyken G. Goddeus 1754
Quod testor
H.I. Kreet nots. pubs. 1754