Weer een bericht waarvan ik geen idee heb waar het thuis hoort
In een boek van Hendrik Odink vond mijn zus een rijmpje over Rekken, meer specifiek de buurtschap waar 150 jaar later ik geboren werd,

Het gaat er me niet om dat zijn interpretatie aan alle kanten rammelt, ik ben vooral benieuwd naar wat die lange jas betekent.
Ik woonde op Gelink, en voor ons was Deeter en Abbeker elk bijna 10 minuten lopen, eentje oost en eentje west.. Holsman en Meerink elk ca 1 minuut, Elfers 4 a 5 minuten. In mijn beleving (ca 1955-1968) ) waren allen gelijkwaardige eigenaren van hun bedrijf al was er ook bij ons jongeren wel een bewustzijn van grotere en ronduit kleine bedrijven.
Een bierbrouwer, een houthakker, eentje in de hoek, een wever (nevenberoep): daar kan ik wel een draai aan geven, mits het een spotdicht betreft.
Maar wat zegt het, als iemand net voor of net na Napoleon een lange jas genoemd werd?
Was een lange jas gebonden aan een status?
Aan een (neven)bedrijfstak?
Aan leeftijd?
Aan een karaktertrek?
Aan zijn burgerlijke staat en/of de grootte van zijn gezin?
Voor Elfers kan de oorspronkelijke tekst geluid hebben "geeft geen pas" , een nogal negatieve kwalificatie, en geschikt voor een hekeldicht. Het betekent "is niet netjes, niet fatsoenlijk" waarvan eventueel de herkomst prima valt aan te wijzen in de annalen.
Ik ben benieuwd...