Afgezien dat ik onzeker ben van een aantal woorden (vet) en aantal woorden niet goed kan lezen (. . .), begrijp ik niet alle nuances van deze getuigenverklaring. Zoals ik het begrijp is er een stuk gemene, wilde grond tussen Beerschot en Breetven, waarvan door de prins van Oranje 37,5 roede is verkocht aan Cornelis Jan Tielmans en zes lopenzaad en zeven roeden aan Adriaen Adriaenssen, beiden te Dorst, terwijl de ingeërfden (ik neem aan dat iets soortgelijks is als eigenerfden) hier geen stem in hebben gehad. En dat bovendien deze stukken met palen en grachten zijn afgescheiden van de gemene grond. En als laatste dat er soms stiekum turf wordt gestoken door onbekenden, waarover de ingeërfden belasting moeten betalen, maar waarvoor ze niet de opbrengsten van verkoop hebben gekregen.
Klopt mijn samenvatting en kan iemand de missende/onduidelijke woorden aanvullen?
RAT: Toegang 2009; Inv. Nr. 14; Notariële archieven Oosterhout 1612-1925; Notaris Jan Teulings; 1652-1658; Fo.82-83; Scan 131-132/381; 31-10-1654 Attestatie ten behoeve van de Gemene Ingeërfden van de gemene wildert van Beerschot en Breetven
https://www.regionaalarchieftilburg.nl/zoek-in-archieven/?/scans/NL-TbRAT-2009/5.2.1/start/130/limit/10/highlight/1
https://www.regionaalarchieftilburg.nl/zoek-in-archieven/?/scans/NL-TbRAT-2009/5.2.1/start/130/limit/10/highlight/2
1654 Oct. 31
Compareerde voor ons Huijbrecht Stapparts,
Pieter Pols en[de] Marcelis Ruijsenaers, Schepen[en]
der Vrijheijt Oosterh[ou]t, Cornelis Marijnisse Bus,
out ontrent drijentseventich jaeren, Jan Cornelissen
van Ries, oudt ontrent 'tseventich jaeren, Matthijs
Hendricx Weemers, oudt ontrent drijentsestig
jaeren, Hendrick Jaspaers, out ontrent 'tsestig
jaeren, Cornelis Jan Leenderts,
out ontrent sessentsetig jaeren, Dielis Peeter
Janssen, out ontrent vijffenveertich jaeren,
Wouter Huijbrecht Hendricxen, out ontrent tweeën-
veertich jaeren, Huijbrecht Dielis Leenderts,
out ontrent vijffenveertich jaeren, alle woonach-
tich tot Dorst ende Adriaen Peeter Michielssen
Vermeulen, out ontrent eenentsestich jaeren,
met Peeter Jan Willemssen, out ontrent negenen-
vijftich jaeren, woonende tot Ceters, alle tot het-
gheun naerbeschreven is rechtelijck gedaecht, ende
in den Berschot ende Breetvelt niet gerechticht
sijnde, ende hebben eenpaarlijck ten v[er]soecke
ende ter requisitie van die gemeijne ingeërffden
van den gemeijnen wildert van den Beerschot ende
Breetven v[er]claert, getuijgt ende geaffirmeert, op
solemnelen eede bij hun alhier gedaen, waerachtich
ende hun seer wel kennelijck te wesen, dat bij
hunne geheugenisse noch memorie van menschen
geene vroenten ofte heijde van den Berschot ofte
Breetven bij sijne Hooghe[dele] He[re] prince van
Orangien ten grondtsijnse sijn vuijtgegeven
als sijnde denselven wildert van[de] Beerschot ende
82
Breetven met groote . . .tten ende ruijlen van ouden
tijden ende soo lange hunne gedachtenisse gedraecht
van de gemeijne heijden ende ander landt ende
wilderden affgesundeert ende affgepaelt, daervan
den erffchijns jaelijcx van ouden hercomen
ende noch dagelijcx werdt betaelt, ende bij faulten
van welcke betaelinge het overstaen gelt van den
rentmeester van sijne hoochgemelte hooghe[dele] den
ingeërffden werdt affgevoordeert, verclaerende
wijders eenpaerlijck allen de voorschreven
comparanten dat menichvuldige ende
verscheijden heijvelden, bij sijne hooghe[dele] ten voorlijve
ende grontchijnse vuijtgegeven sijnde, bij particuliere
in eijgendom werden beseten, affgesundert met
grachten van de gemeijne heijde daer geen lasten
ofte contributiën van en werden betaelt, als
alleenlijck den jaerlijcxssen heerenchijns
ende oock dat alsulcken . . . buijnderen sevenen-
dartich ende een halff roede als bij Cornelis
Jan Tielmans, tot Dorst, ende ses loop[ensaa]t seven
roeden als bij Adr[iae]n Adriaenssen, mede tor Dorst
sijn ingenomen, ganschelijck ende geheelijck
sijn affgesondert ende independent van[de]
Berschot ende Breetven als daertoe noijt
gehoort hebbende, affirmerende voorders
de acht eerste comparanten, dat sommige
luijden geen gerechtige tot den Beerschot
hebbende, somteijts in stille ende in 't heijmelijck
over de voorschreven affpalinge in den Berschot
torff hebben gesteken, welcken torff altijt bij de
gemeijne ingeërffde aengeslagen ende vercocht
is geweest. Eijndende de voorschreven deponenten
hiermede henne depositie allegeren[de]
voor redene van wetenschap dat sij daer ontrent
woonen ende dagelijcx op ende ontrent den
voorschreven wildert van Beerschot ende Breetven
sijn werkende ende sulcx gehoort ende
gesien hebben. Actum in Oosterhout den lesten
October XVJc ende vierenvijftich, presentie
Stappaerts, Pels ende Ruijssenaers.
Leegerstont mij present, ende was onderteeck[en]t
Car[olus] Deijnoot
83