stamboomforum vragen, antwoorden en tips voor uw stamboomonderzoek

Forum logoLeeshulp, transcriptie, vertaling, betekenis » 28-01-1626 Verklaring betreffende verdeling kavels van erfenis Alphen (NB) opgelost



Profiel afbeelding
Profielafbeelding

Ik heb twee bij elkaar horende notariële akten die door de verbleekte inkt lastig te lezen zijn en die een paar specifieke toponiemen bevatten voor Alphen, die ik wil gaan oplossen, zodra ik zeker weet hoe ze geschreven zijn. Het zijn vijf pagina's tekst, waarvan ik het meeste heb kunnen lezen, maar er zitten nogal wat gaten en twijfelgevallen tussen. De twijfelgevallen heb ik vet gemaakt. De essentie van welke broer nu precies welke stukken grond en huizen krijgt ontgaat me ook een beetje. En daarna willen ze ook nog onderling ruilen, wat het er ook niet duidelijker op maakt . . .

RAT: Arch. Nr. 2107 Inv. Nr. 5; Notariële archieven Alphen, 1577-1716; Notaris Henricus van Os; Minuten 1625-1627; Fo. 6-7v; Scan 6-8/74; 28-01-1626 Verklaring betreffende verdeling kavels van erfenis

https://www.regionaalarchieftilburg.nl/zoek-in-archieven/?/scans/NL-TbRAT-2107/3.1/start/0/limit/10/highlight/6 

https://www.regionaalarchieftilburg.nl/zoek-in-archieven/?/scans/NL-TbRAT-2107/3.1/start/0/limit/10/highlight/7 

https://www.regionaalarchieftilburg.nl/zoek-in-archieven/?/scans/NL-TbRAT-2107/3.1/start/0/limit/10/highlight/8 

Compareerden op heden den XXVIIJ januarij XVJc ende
sessentwintich voor mij openbaer notaris en[de] getuijgen
ondergenoemt d'eersame Jan Jan Schoemakers d'oude
ende Laureijs Cornelis van Hal, dewelcke hebben
getuijcht, v[er]claert en[de] geattesteert, gelijck sij tuijgen,
v[er]claeren en[de] attesteren, mits desen op henne mannewaerheijt
in plaetse van gestaefden eede, die sij tot allen tijden
bereet sijn te doen, des noot sijnde, dat sijlieden op gisteren,
geweest sijnde XXVIJe deser, present bij en[de] over geweest
te /sijn/ als wanneer Jan, Cornelis, Wouter en[de] Remeijs,
kijnderen wijlen Adriaen Wouter V[er]molen en[de] Corneeltien sijn
huijsvrouwe, haerlieden respectieve vader en[de] moeder saliger,
haer comparanten ende attesttanten de huijsinge soo out
als nieuw tegens malcanderen hadden helpen setten,
weederen ende prijsen, oock de erffenisse bij de voors[chreven]
Adriaen Wouters en[de] Corneeltien saliger achtergelaten over
de raede hadden laten affmeten, ende d'eene tegens d'ander
in de qualiteijt laten v[er]gelijcken en[de] arffdelen dat aldaer
bij de voors[chreven] vier kijnderen sijn gemaect twee cavelen
in alsulcker voegen, soo hiernaer is volgende, te weten
dat voor eene cavele was gestelt het oude huijs
met d'oude schuer en logue of turffschop met de kater-
stede sooverre als hetselve tusschen de . . .
en[de] hen comparanten is affge. . .claert ende den eikeldrop
van de voors[chreven] schuere comende is met de minste herberch
van . . . Driesch genaemt de Cleijn Leegt . . .

  6


affteeleinge te weten Oostwaert, item sulcke par-
cheel erve genaemt den Langen Driesch met de gracht
ende hegge neffen de heerbaen met /het/. . . heggen suijt-
waert gelegen, item het middelste p[ar]cheel] in het
langstuck, item de helft van den Driesch de lege stede
of Jacob Stoffels stede genaemt, gelegen aen de west-
zijde met de gracht aen deselve sijde tusschen den voors[chreven]
Driesch en[de] acker desselffs stede gelegen, item de eene
hellicht van den acker van deselve stede gelegen aen de
oostsijde en[de] dat alles volgens de arffdeeling daerinne
gedaen, met de grachten, stegen gelegen, behoudelijck dat
het Heester Bos erop staende sal blijven voor de voors[chreven]
vier kijnderen uit gen. . . totten jaere XVJc en[de] sesendertich
waernaer den gront sal volgen de voors[chreven] cavel. Item het
voor hout met hout, erop staende aen de Schranshoff oost-
waert naer vrij wijsen van affrekening aldaer gedaen
dat oock dese rhuile was me. . . geeft tot haer last twee
loopen rogs iaerlijcx . . . tot Bael . . .
aen de pastorije een lopen aen het hoff te Braken dertich
stuijvers met noch een st[uiver] een oort chijns jaerlijcx ende
dat voor de . . . rhuile was gest. . . het nieuwe huijs
ende nieuwe schuer ende de schaepscooije op d'oude
stede . . . staende deselve van den gront te ruijmen
bennen iaers of met partije te spreken net de . . .
van de arffreeckening . . .aet ende de meeste hellicht
van de voors[chreven] . . . het eerste


parcheel in het lang stuck met de gracht tusschen
den voornoemden Langen Driesch en[de] het lang stuck gelegen
metde  /gracht en[de]/ hegge tot de Heelaen, streckende soo t'eijnden
den Langen Driesch, als lang stuck aen 't noorteijnde.
Item het derde parcheel in het lang stuck aen de
oostsijde gelegen. Item de helft van den Driesch op de
lege stede aen suijtsijde met de hellicht van den acker
aen de westsijde en[de] de grachten daertoe behoorende.
Item het /voorhout/ met den hout daerop staende aen het
westeijnde totte affteekening toe, dese cavel moste noch
volgen streckende geboschten eijckenboom gelegen in 't Pulleken
ende is gehouden de . . . ende schuer, staende be-
hoorlijck op te . . . om deselve schuere in het dack
niet te beschadigen . . . gehouden vuijt te

  7


suijteijnde en[de] westsijde van het lange puc. . . met
een eijnde heggen aen de westsijde van den Driesch
genaemt De Leecht, welck bij de dundert samen-
telijck sullen werden geboscht in dit tegenwoordich jaer,
waernaer deselve oock sullen volgens de cavelen daer
die op ofte tegens sijn gelegen, volgens welck ca-
vele de voors[chreven] kijnderen aen de dividenten onder den anderen
hebben overdragen ende geaccordeert te werden g. . .
ma. . . vier brieffkens . . .eten op de twee geschreven
het nieuwe huijs ende de andere twee gelaten onbe-
schreven met sulcken v[er]stande /^ . . ./ dat de twee onbeschre-
ven brieffkens souden bij lotinge vuijtgereijckt /werden/, samen
souden hebben de eerste cavele en[de] de ander de tweede
welck lotinge volgend Jan en[de] wouter Vermolen toe-
vallen sijn aen de eerste cavel en[de] de voors[chreven] Cornelis
en[de] Remeijs aende tweede cavel v[er]clarende oock de
voors[chreven] comparanten dat sij naer de gedaene lotinge
egeen de voors[chreven] dividenten eenige woorden hebben . . .
moveren ofte waeren, seggende dat sij van henne cavele
waeren ont danckende . . . alleen dan Wouter was, seggen[de]
dese off dije gelijck woorden in substantie nu soude ons
. . .oock wel willen . . . hondert gul[den] dat ick aen d'ander
huijs waer gevallen, dat Remeijs daerop datelijck ant-
woorde: geef mij maer XXV gul[den], ick sal tegen Wouter
seggen en[de] beraet . . . tot morgen vroech. Aldus gedaen ende
v[er]claert ter p[re]sentie van Evert Cornelis Everts en[de] Adriaen
Jan Jacobs, als getuijgen mij mede g[e]stelt

Signus   Evert   Henr. van Oss
Cornelis  Everts

signus   Adriaen
Jan   Jacobs


Voor mij openbaer notaris ende getuijgen onderge-
noemt compareerden op den XXIXe /januarij 1626/ Jan ende
Cornelis, soonen Adriaen Wouters Vermeuelen, dewelcke
bekenden maeckend een in mangelinge overgegeven te
hebben, gelijck sij overgeven mits desen, de helfde ca-
velen in de voorgaende attestatie gementioneert,
sulcx dat de voornoemde Cornelis voor hem . . ./hebben/ ende
behouden de helft van de eerste cavel, daer den voor-
schreven Jan met Wouter, sijnen broeder bij lotinge op
was bevallen ende item Wouters voornoemt de
hellicht der tweede cavel, daer Cornelis voor-
noemt met Remeijs, sijnen broeder op bevallen was
transporteerde ende cederende Dije. . ., mits de
voorschreven comparanten reciproce d'eene den
anderen de/selve/ haere cavel hem bij lotinge bevallen en[de]
renunciërende van deselve van weder sijden daer tot
des . . .ders behoeff voor hen ende henne naecome-
linge nu en[de] in eeuwigen daegen met belooftenisse
van daernaer niet meer te sullen v[er]taelen, doch of
lang v[er]taelen in eeniger manieren onder v[er]bijntenisse
van henne respective persoonen en[de] goederen, hebbende
ende v[er]krijgende, deselve ten dijen eijnde onder. . .pende
alle rechten ende rechteren onder alle behoorlijcke ende
gewoonl[ijcke] renunciaties en[de] principalen van den regel dicte-
rende dat ge. . . renunciatie niet en validert tensij
dat specialer voorgae, actum voor Ja. . .s Cornelis
van HAl, en Adriaen Jan Jacobs, als getuijgen, mij hier p[re]sent

   Henr. van Oss

  8
 

Michaël

Boers 2 - 3 nov 2023 - 10:31 (laatst bijgewerkt 3 nov 2023 — 10:32 door auteur)

Profielafbeelding

Compareerden op heden den XXVIII January XVIc ende
sessentwintich voor mij openbaer notaris ende getuygen
ondergenoemt d'eersame Jan Jan Schoemakers d'Oude
ende Laureys Cornelis van Hal, dewelcke hebben
getuycht, verclaert ende geattesteert, gelijck sij tuygen,
verclaeren ende attesteren, mits desen op henne manne waerheyt
in plaetse van gestaefden eede, die sij tot allen tijden
bereet sijn te doen, des noot sijnde, dat sijlieden op gisteren,
geweest sijnde XXVIIe deser, present bij ende over geweest
te sijn, als wanneer Jan, Cornelis, Wouter ende Remeijs,
kynderen wijlen Adriaen Wouter Vermolen ende Commerken sijn
huysvrouwe, haerlieder respectieve vader ende moeder saliger,
haer comparanten ende attesttanten de huysinge soo out
als nieuw tegens malcanderen hadden helpen setten,
weederen ende prijsen, oock de erffenisse bij de voorn.
Adriaen Wouters ende] Commerken saliger achtergelaten met
de roede hadden laten affmeten, ende d'eene tegens d'ander
in de qualiteyt laten vergelijcken ende arffdeelen, dat aldaer
bij de voorschreven vier kynderen sijn gemaect twee cavelen
in alsulcker voegen soo hiernaer is volgende, te weten
dat voor eene cavele was gestelt het oude huys
met d'oude schuer en logie of turffschop met de aen-
stede sooverre als hetselve tusschen de dividenten
ende hen comparanten is affgeteeckent ende den eiseldrop
van de voorsz. schuere comende is met de minste hellich
van .seeckeren Drieschgen Aernt de Cleyn leecht vandaer
/6/
affteeckeninge,  te weten Oostwaert, item seecker par-
cheel erve genaemt den Langen Driesch met de gracht
ende hegge neffen de heerbaen met het eyndeken heggen suyt-
waert gelegen, item het middelste parcheel in het
langstuck, item de helft van den Driesch der lege stede
of Jacob Stoffels stede genaemt, gelegen aen de west-
zijde met de gracht aen deselve sijde tusschen den voorsz.
Driesch ende acker desselffs stede gelegen, item de eene
hellicht van den acker van deselve stede gelegen aen de
oostsijde ende dat alles volgens de arffdeeling daerinne
gedaen, met de grachten, stegen gelegen, behoudelijck dat
het Heester bosken daerop staende sal blijven voor de voorsz.
vier kynderen int gemeyn totten jaere XVIc ende] sessendertich,
waernaer den gront sal volgen de voorsz. cavel. Item het
voor hout met hout, daerop staende aen de Schranshoff oost-
waert naer uytwijsen van de affteeckeninge aldaer gedaen,
dat oock dese cavele was hemende tot haeren last twee
loopen rogs jaerlijcx aen den Heyligen geest tot Bael, twee loopen
aen de pastorye, een lopen aen het hoff te Braken, dertich
stuyvers met noch eenen stuyver een oort chijns jaerlijcx ende
dat voor de tweede cavel was geseth het nieuwe huys
ende nieuwe schuer ende de schaepscooye op d'oude
stede staende deselve van den gront te ruijmen
binnen jaers of met partije te spreken met de aenstede
van de arffreeckening westwaert ende de meeste hellicht
van de voorsz. cleyn Leech westwaert met het eerste /
parcheel in het lang stuck met de gracht tusschen
den voornoemden Langen Driesch ende het lang stuck gelegen
met de gracht ende de hegge tot de heerbaen streckende soo t'eynden
den Langen Driesch, als lang stuck aen 't noorteijnde.
Item het derde parcheel in het lang stuck aen de
oostsijde gelegen, item de helft van den Driesch op de
lege stede aen suytsijde met de hellicht van den acker
aen de westsijde ende de grachten daertoe behoorende,
item het voorhout met den hout daerop staende aen het
westeynde totte affteeckeninge toe, dese cavel moste noch
volgen seeckeren geboschten eyckenboom gelegen in 't Pulleken
ende is gehouden de vier boomen ende schuer, staende be-
hoorlijck op te snoeyen om deselve schuere in het dack
niet te beschadigen, dese cavele was gehouden vuyt te
reycken jaerlycx aen St. Antonis autaer alhier binnen
Alphen ses loopen rogs ende de pastorye tot Chaem
een lopen rogs, met eenen braspenninck heeren chijns,
de pachten ende chijnssen mosten dividenten malcanderen
helpen betaelen totten jaere 1626 incluys ende sullen
de schae van het besaeyde lant tot cost toecomende
gelijckelijck worden gedeelt, gelijck als het ledich
lant oock in t gemeyn voor den herfst ende say-
soene sal worden besayt ten waere middelertijt bij de
dividenten anders daerin werde gehandelt, het sethoudt 
ende schaehout sal tot den gront blijven daer het op is
staende, behalven seecker eynde heggen aende suyt 
/7/
suijteynde ende westsijde van het lange met
een eynde heggen aen de noortsijde van den Driesch,
genaemt De Leecht, welck bij de divident samen-
telijck sullen werden geboscht in dit tegenwoordich jaer,
waernaer deselve oock sullen volgen de cavelen daer
die op ofte tegens sijn gelegen, volgens welck ca-
vele de voorsz. kynderen aen de dividenten onder den anderen
hebben overdragen ende geaccordeert te werden ge-
maeckt vier brieffkens, te weten op de twee geschreven
het nieuw huys ende de andere twee gelaten onbe-
schreven met sulcken verstande en conditie gene ende wie de twee onbeschre-
ven brieffkens souden bij lotinge vuytgereyckt werden, samen
souden hebben de eerste cavele ende de andere de tweede,
welcke lotinge volgende Jan ende Wouter voornoemt be-
vallen sijn aen de eerste cavel ende de voorsz. Cornelis
ende Remeijs aende tweede cavel verclarende oock de
voorsz. comparanten dat sij naer de gedaene lotinge
egeen der voorsz. dividenten eenige woorden hebben hooren
moveren ofte waeren, seggende dat sij van henne cavele
waeren ontdanckende dan alleen dat Wouter was, seggende
dese off dyergelijck woorden in substantie, nu soude ons
oock wel willen om hondert gulden dat ick aen d'ander
huys waer gevallen, dat Remeijs daerop datelijck ant-
woorden, geef mij maer XXV gulden, ick sal tegen Wouter
seggen ende beraet u tot morgen vroech. Aldus gedaen ende
verclaert ter presentie van Evert Cornelis Everts ende Adrien
Jan Jacobs, als getuygen, mij mede present.
Signum Evert   Cornelis Everts
Henr. van Oss
Cornelis  Everts
Signum Adriaen Jan Jacobs /

Voor mij openbaer notaris ende getuijgen onderge-
noemt compareerden op den XXIXe January 1626 Jan ende
Cornelis, soonen Adriaen Wouters Vermolen, dewelcke
bekenden malcanderen in mangelinge overgegeven te
hebben, gelijck sij overgeven mits desen, de helft der ca-
velen in de voorgaende attestatie gementioneert,
sulcx dat de voornoemde Cornelis voor hem sal hebben ende
behouden de helft van de eerste cavel, daer den voor-
schreven Jan met Wouter, sijnen broeder, bij lotinge op
was bevallen endeJan Wouters voornoemt de
hellicht der tweede cavel, daer Cornelis voor-
noemt met Remeijs, sijnen broeder, op bevallen was
transporterende ende cederende dyenover mits de
voorschreven comparanten reciproce d'eene den
anderen deselve haere cavele hem bij lotinge bevallen ende
renunciërende van deselve van weder sijden d'eene tot
des anders behoeff voor hen ende henne naecome-
lingen nu ende ten eeuwigen daegen met belooftenisse
van daernaer niet meer te sullen vertaelen, doen of
lang vertaelen in eeniger manieren onder verbyntenisse
van henne respective persoonen ende goederen, hebbende
ende vercrijgende, deselve ten dyen eijnde onderworpende
alle rechten ende rechteren onder alle behoorlijcke ende
gewoonlijcke renunciatie ende] principale van den regel dicte-
rende dat generale renunciatie niet en valideert tensij
dat speciale voorgae, actum voor Laurreys Cornelis
van Hal, en Adriaen Jan Jacobs, als getuygen, mij mede present.
Henr. van Oss

G. Ouweneel - 3 nov 2023 - 12:30


Profielafbeelding

Dankjewel Geert,

Ik heb nog een boel bij te leren . . .

Michaël

Boers 2 - 3 nov 2023 - 15:24







De auteur van het eerste bijdrage in dit bericht heeft aangegeven dat de vraag is beantwoord of het probleem is opgelost.

Plaats een reactie

Om reacties (en nieuwe onderwerpen) te plaatsen op het Stamboom Forum dient u eerst in te loggen! Nog geen lid? Registratie is gratis en snel!


Inloggen Registreer nu