Ik heb onderstaande 16e eeuwse brief proberen te transcriberen, maar ik kan een paar woorden niet goed thuisbrengen (aangegeven met . . .).
SAA: Toegang 342; Inv. Nr. 58; Archief van de Gasthuizen; Het archief van de Sint Pieters kapel en het gast- en pesthuis; brieven (missiven) en akten betreffende het bestuur; Brief aan Claes in die Catt van de pastoor van Loosdrecht
https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/342/2.1.2.7/start/0/limit/10/highlight/1
1536 x mei 28
Ghescre[ven] vrie[n]delijck ae[n] Claes i[n] die Catt, appoteecker i[n] die statd va[n] Ae[m]stelredam[m]e en[de]
gasthuijsmeijster va[n] Sinte Peters Gasthuijs bin[n]e[n] Ae[m]stelreda[mme] v[oor]scre[ven] wij ghemee[n]t uut Loes/drecht/.
Wij, Scout, Scepen[en] en[de] kerckmeijsters, pastoer en[de] ghemee[n] ghebuere[n][1] begere[n] h[er]telijcke[n]
en[de] oetmoedelijcke[n] ae[n] U E[dele] Claes v[oor]scre[ven] mit nogh dieghee[nen] die daer macht beveelle[n]
hebbe[n] dat ghij toch wilt ontfa[n]gen dit arme oude o[n]nosele man[n]eke, Claes Gherritz
ghehete[n], i[n] Sinte Peters Gasthuijs ae[n]ghesei[n] dat wij lange tijt desen ma[n] hebbe[n] onder-
houde[n] en[de] nou ter tijt niema[nt] en heeft, noch vrient, noch maech, die he[m] achte[n] off
wachte[n],[2] off niema[nt] die nae he[m] siet, en[de] i[n] die[n] tijde[n] dat hij wat win[n]e[n][3] mocht, soe
heeft hij sijn broet naerstelijcke[n] en[de] eerlijcke[n] ghewon[n]e[n] i[n] sweet sijns ae[n]scij[ns]. Hiero[p]
beghere[n] wij v[oor]scre[venen] dat ghij barmhertich[eij]t wilt doe[n] mit desen arme[n] ma[n], opdat God
die Heer on[ze] barmhertich[eij]t wel doe[n] hiernamals. Wij wille[n] danckb[a]er wese[n] tot alle tijde[n]
dit doe[n]de, soe sal 't ghij God die Heer ee[n] ae[n]ghenamige dienst doe[n], sonder twijffel, ae[n]ge-
sie[n] dat hij on[n]osel is na de[n] werrelt ghesproecke[n], hiero[p] i[n] dese zaeck doet dat best als
wij, Scout, Scepen[en] en[de] ondersate[n][4], op U E[dele] betrouwe[n], niet meer da[n] God met o[n]s alle U
tot ke[n]nis en[de] ghetuijch o[p] te ghesae[???] sonder arch off list,[5] soe hebbe[n] die Scout, Schepen]en] en[de]
ghebuere[n] mij[n] Wout[e]r Melisz., pastoer onweerdich[6] va[n] die Loesdrecht v[oor]scre[ven] ghebede[n] o[p] dit
ae[n] U E[dele] te scrijve[n] en[de] ick Wout[e]r Melisz., o[p] bede va[n] die v[oor]scre[venen] hebbe dit ghescre[ven] ae[n] U E[dele],
dat[m] a[nn]o duse[n]t vijfho[n]dert en[de] sessenedartich, de achtee[n]twij[n]tich[sten] dach i[n] dei meij.[7]
... weten nijt[8] dat wij dese ma[n] alde[n] seijde nae o[n]se goetduncke[n] off na[er] o[n]se
v[er]metelheijt, mer[9] wij hebbe[n] ee[n] goet ma[n] va[n] o[n]se ghebuere, gheheten Jacob Ma[n]sz., bij U E[dele]
ghehat, datter . . .senteert soude wese[n] dat me[n] dese[n] ma[n] b[e]rigs soude U???
Wouter Melisz., pries[e]r en[de] o[n]waerdich pastoer i[n] die Loesdrecht
[1] Ghemeen ghebueren = stemhebbende inwoners van een dorp.
[2] Achten of wachten = staande uitdrukking = verzorgen, op iemand letten.
[3] Dat hij wat winnen mocht = dat hij enige inkomsten had.
[4] Ondersaten = ondergeschikten, burgers.
[5] Sonder arch of list = staande uitdrukking = zonder te willen bedriegen.
[6] Pastoer onweerdich = online alleen in teksten van rond 1570 (dus tijdens de reformatie) aangetroffen, maar waarschijnlijk is dit slechts een standaard uitdrukking, die nederigheid moet uitdrukken.
[7] 28-05-1536.
[8] Nijt = niet.
[9] Mer = maar.
Michaël