Beste Forum,
Ik heb de volledige transcriptie gemaakt van de wezenregister entry voor Joanna De Heye (Spouse of Jacobus Buuck), datered 24 November 1545 uit het Rijksarchief Brugge, Wezenregister Brugse Vrije, Noordkwartier, 16477, 352v, Loppem. Er is evenwel een zinnetje dat ik niet kan ontcijferen bovenaan links in de marge van de akte. Het komt ook vaak terug in andere wezenregisters entries van deze tijd en het heeft betrekking op wie de wezenpenningen bewaart. In dit geval is het de vader die de wezenpenningen bewaart en jacop de heye staat hiervoor borg. Ik vermoed dat het iets zegt in de zin van "fide pro patre voor deze XXVIII £ IX s. II d. gr. Jacop De Heye, Actum als boven." Heeft iemand hier ervaring mee?
Ik geef u nog de volledige transcriptie mee, hetgeen misschien interessant is voor anderen die gelijkaardige aktes willen transcriberen.
groetjes.
Dirk

Transcriptie
Copkin, Pierinekin, Jannekin & Callekin, de kinderen
van Jacop Buuck by Jannekin, filia Jacop De Heye,
zijne wijf[i]. Den staet de morte moeder es
noch niet ghereet[ii]; voochden Jan, filius Michiel
Vanden Burch, vrijlaat in ’s-Heerwoutermans; ende Anthuenis, filius Adriaen
Storme, poorter van Brugge, wonend te Zedelgem.
Actum den XIIIIen Novemb[re] XVC XLV, scepenen
Huele et Hecke; den zelven voochden brochten noch
ten boucke in erven twee ende twintich ghemeten XXV roeden
lands moeders gront ligghende inde prochien van Sint-
Michiel ende Loppem ende zijn twee hofsteden metten helft
vande huusen ende boomen daerop staende. Item de helft van twee
ende twintich ghemeten lands conquest ligghende inde prochien
van Loppem, Zedelghem ende Artrycke en es al lopende
land ende buschen ghemeene metten vader. Item
de helft van achte ende tzestich ghemeten lands vaders
gront ligghende in Loppem ende Zedelghem metten
advenante vanden huusen ende boomen daerop staende. Item
catheillen achte ende twintich ponden neghen scellinghen twee
penninghen grooten al de morte moeder. Actum den XIen in
December XVC XLV. Scepenen Joos et Francis. De Zelve
voochden brynghen noch ten boucke de morte Jacop
De Heye, huerlieden grootheere, in erven XXV ghemeten I lijne
XII roeden lands, huusen ende boomen, ligghende inde prochien van Houtave
ende Snelleghem. Ende in catheilen zeven ponden
vichtich scellinghen neghen pennynghen grooten. Actum den
XXen in Hoymaendt XVC XLVIII scabini[iii] Ryve et
Gronssele. De zelve voochden brynghen ten boucke
III ghemeten I lijne L roeden lands ligghende inde prochie van
Snelleghem, ghemeene met de zelve weesen,
bijden voochden ghecocht jeghens Jacop Rijcx
metten advenante vande huusen ende boomen diere op staen daervooren
zij betaelt hebben zeven ponden vichtien scellinghen neghen
pennynghen grooten diemen myncken moet vande cathelen
hier boven staende. Actum et scabini ut supra[iv].
[in de marge:
Fede pro patris voor
deze XXVIII £
IX s. II d. gr.
Jacop De Heye
Actum als boven.
Jacop Rijcx restitueert
hem boorghe voor
de vadere voor
XXVIII £ IX s. I d. gr.
daer mede de voochden
te vreden zijn.
Actum XXen Hoymaendt van
XVC XLVIII.]
[i] Jacobus (Jacop) Buuck en Joanna (Jannekin) De Heye zijn onze voorouders. Hun kinderen zijn: Jacobus (Copkin), Petronella (Pierinekin), Joanna (Jannekin) en Catharina (Cathelijne of Callekin). Catharina is onze voorouder en huwt Pieter De Proost.
[ii] De staat van goed van de moeder is nog niet klaar.
[iii] Schepenen.
[iv] Zoals ervoren vermeld.