Voor wat betreft het laatste, zegt ChatGPT:
Ja, dat is een mooie zin vol vaktaal uit de 17e-eeuwse scheepvaart en handel! Laten we die passage even goed bekijken:
"...haer voors[chreven] schip daer dicht bequaem was om coopmans goederen te voeren, oock wel en[de] na behooren gegarnieert met branthout ende bruske of ruijchte dat ordinaris ter schatten daertoe genoomen wert..."
We halen het even uit elkaar:
1. Branthout
Dit is letterlijk brandhout – hout dat als brandstof wordt gebruikt, met name in het kombuis (scheepskeuken), maar ook eventueel als noodbrandstof of voor havengebruik.
In scheepvaartcontext ook vaak meegenomen als ballast als er (nog) geen volle lading is.
2. Bruske of ruijchte
Beide woorden verwijzen naar ruw hout of takken:
Bruske komt waarschijnlijk van borstels, struikachtig hout, of verwant aan het Duitse Busch (struik, kreupelhout).
Ruijchte is een oude vorm van ruigte – kreupelhout, onbewerkt of wild hout.
Samen duiden ze op materiaal dat werd gebruikt als:
ballast (gewicht onder in het schip om het stabiel te houden),
of als bescherming voor lading (“stuwage” – het opvullen of dempen rond breekbare goederen).
3. Ordinaris ter schatten daertoe genoomen wert
Ordinaris = gebruikelijk, volgens de norm.
Ter schatten = letterlijk "om te schatten", maar in dit geval betekent het voor de inspectie of keuring van het schip door de schippersgilde of de assuradeuren.
Je kon aantonen dat het schip goed uitgerust was als het de juiste materialen aan boord had – o.a. brandhout, ruigte als stuwmateriaal, en dat het dus “naar behoren gegarnieerd” was.
Het was een soort standaardvoorwaarde voor een koopvaardijschip dat het deze materialen aan boord had.
Kort samengevat:
"Brandhout en kreupelhout of ruw materiaal dat gewoonlijk als stuwmateriaal of ballast werd meegenomen, zoals vereist bij de inspectie of beoordeling van het schip."
Het was dus een teken dat het schip goed voorbereid was voor handelstransport – volgens de normen van de tijd.