Geweldig Geert, hoe je weer een recordtijd de meest onmogelijke kriebels weet te ontcijferen.
Op de linkerpagina ben ik na regel 26 een regel vergeten te transcriberen. Geen wonder dat ik er geen hout aan kon vastknopen van wat er verteld werd:
v[oor]s[chreven] Allert Jansz., haer vaeder, inne quam,
nemende een vorck die in het dack stack
ende den v[oor]s[chreven] Dirck Cornelisz. /daermede/ met volle steecken
naer 't lijff stack, seggende die
solster vuijt, zulcx dat P[iete]r Aldertsz. ende de
v[oor]s[chreven] Lijsbeth Allertsdr. daervoor schoten ende
hem hielden, verclaerde voorts de v[oor]s[chreven] Dieuwer
Dankzij het tweede woord op regel 7, rechter pagina, dat jij vond 'geeste', denk ik dat het eerste woord 'quade' is.
Dus: hem soo overlogen hadde meinende dat sij den quade geeste moste hebben, die haer daertoe gelijt hadde. Verclarende 'tgun't v[oor]s[chreven] is waer[acht]ich.
Op de rechter pagina, regel 2, waar jij meeni las, denk ik dat er 'meenige' staat, maar de zin is daarmee nog niet logisch:
ende tegens haer verclaert heeff dat sij haer voors[chreven] man Dirck Corn[eli]sz. meenige logen vuergelogen /hadde/ dat zoo niet en was,
Je zou op de plaats van 'logen' iets als 'malen', of 'keren' verwachten. Dat kan een verschrijving van de klerk zijn geweest.
En dankzij JP weet ik nu dat een reijneknecht een paardenknecht is.
Wat nog overblijft is: wat betekent dit nu allemaal? Ik heb hieronder een hertaling van de tekst geschreven. Kunnen jullie aangeven of ik het goed begrepen heb? Met name over de affaires en wie nu wie bedonderde, ben ik niet zeker.
Dieuwer Cornelisdr., 40 jaar oud en getrouwd met Jacob Dirxsz., paardenknecht van beroep, en Lijsbeth Pietersdr., 39 jaar oud en getrouwd met Kris Bonifaesz., en beiden wonend in Hoogwoud verklaren op verzoek van Cornelis Dierxsz. Mortelman en Pieter Lambertsz., de voogden over Dirck Cornelisz., alias Droncke Dirckgen, die allen in Lambertschaag in de Banne van Abbekerk wonen, dat circa twee jaar geleden Lijsbeth Pietersdr. bij Dieuwer Cornelisdr. thuis was gekomen, waar Lijsbeth Allertsdr., de vrouw van Dirck Cornelisz. zat, die vertelde dat zij affaires met andere mannen had gehad, maar dat haar man weer bij haar gekomen was en het goed gemaakt had en dat toen haar vader, Allert Jansz. binnenkwam, een (hooi)vork die in het dak stak greep, en op Dirck begon in te steken, terwijl hij zei: "die moet eruit". Pieter Aldertsz. en Lijsbeth Allertsdr. sprongen tussenbeide en hielden de vader vast.
Dieuwer Cornelisdr. verklaarde bovendien dat Lijsbeth Aleertsdr. diverse keren bij haar thuis was geweest en dat Lijsbeth vertelde dat zij haar man diverse keren had voorgelogen en dat ze niet wist wat haar daartoe bewogen had en dat ze van mening was door een kwade geest bezeten zijn geweest.
Michaël