Op huyden den 29 Juny anno 1677
compareerde voor mij Lambertus van
Swieten, openbaer notaris, bij den Ed. Hove van
Hollant geadmitteert, binnen der stadt
Leyden residerende, ende voor den nabeschreven getuygen,
Reyn Jochemsz van Lelyevelt ter eenre,
ende Claes Jochemsz van Lelievelt, soo voor
hemselve ende hem sterckmakende ende de rato
caverende voor Pieter Jochemsz van Lelievelt,
sijn broeder, ter andere sijde, kinderen ende erfgenamen van zaliger
Leuntje Jansdochter van der Horst, haer overleden
moeder, gecoomen bij wijlen Jochem Reynen
van Lelievelt, overleden in September 1668, ende
als erfgenamen van zaliger Aeltge Jochems,
haer overleden suster, overleden den 5 January 1672,
ende woonende in Stompdijck, mij notaris wel bekent,
te kennen gevende dat sij comparanten d'voorsz.
boedels een geruymen tijt geleden hebben
gedeylt, sonder dat daervan scheydinge
was gepasseert, ende alsnu van meyninge
sijn d'selve scheydinge te voltrecken,
verclaerden sijluyden d'selve scheydinge
gedaen te hebben ende alsnoch doende sijn als
te weten, dat de voorsz. Reyn
Jochemsz bij desen aenbedeylt wert
omtrent 7 hondt 75 roeden veenlandt,
gelegen in de Grootte Soetermeesche Veenpolder
aen de Soetermeesche meer in Stompwijck,
waervan ontrent een mergen alreede bij de voorsz. Reyn
Jochemsz is verkoft aen Cornelis Claes ende Gerrit Cornelisz,
sijnde vrij, sonder belastinge als buyrlanden.
D'voorsz. Claes Jochemsz wert mits desen aenbedeylt
ontrent 5 hont 75 roeden veenlandt,
gelegen vooraen t'voorsz. eerste partije aen de
Stompwijckse wech in Stompwijck, mede vrij,
sonder belastinge als buyrlanden, voorts
volgens de oude waerbrieven berustende
onder Claes Jochemsz voornomt. /
De genomde Pieter Jochemsz wert
mede aenbedeylt een partije weylant,
groot ontrent twee mergen, gelegen
in de Groote Oestendese polder int
oosteynde van Stompwijck, belent ten oosten
de weduwe van Jeroen Dircxz, ten zuyden de
Stompwijckse weteringe, ten westen d'heer Sp...,
ende ten noorden d'selve Pieter Jochemsz,
wijders wert de genomde Claes ende Pieter
Jochemsz noch bij desen aenbedeylt
ontrent 2 mergen een hont hoylandt,
te verongelden voor elff en een halff hont,
gelegen in de Grootte Blanckaertpolder
in Stompwijck voorseyt, belent ten oosten
d'selve Claes Jochems, ten suyden den ommendijck,
ten westen de weduwe van Pieter Pietersz Colijn
ende ten noorden de Stompwijckese wech, mede vrij,
sonder belastinge als buyrlanden.
Wat aengaet de roerende goederen van
de voorsz. respective boedels, egeen
uytgesondert, bekenden sij comparanten
over ende weder over mede gescheyden te
hebben ende elcx sijn aenbedeyelde portie
naer sich te hebben genomen.
Ende belangende dat een als des
anders voorsz, aengedeylde portie
van landen waerdiger
soude mogen sijn t'selve hebben sij
comparanten d'een den ander uyt de gereetste
effecten van de voorsz. boedels goetgedaen
en vereffent. /
Ende beloofden d'een den ander egeene nadere
ofte verdere scheydinge off deylinge aff
te eysschen off doen eysschen, directelijck
off indirectelijck, in rechte nochte
daerbuyten, in geene manieren.
Onder verbant van haer comparanten respective
persoonen ende alle haere goederen, egeen
uytgesondert, subject allen s'heeren
rechten ende rechteren, mit verhael van costen,
transporterende sij comparanten over ende weder
over t'recht ende actie t'gene d'een op des anders
aenbedeylde partije heeft
ofte hebben gehadt te pretenderen.
Versoeckende voorts sij comparanten hiervan
bij mij notaris gemaeckt ende gelevert te
werden behoorlijcke acte ofte actens
van scheydinge in forme. Aldus gedaen
binnen der voorsz. stadt Leyden,
ter presentie van Pieter le Blanck ende
Cornelis Gael, als getuygen, beneffens
mij notaris hiertoe versocht.
X t'Selfs gestelde merck van Reyn Jochemsz
Cornelis Gael
Claes Yochemse van Lelivelt
PB D'selfs gestelde letters van Pieter le Blanck
t'Welc ic affirmere
L. van Swieten, notaris publicq, 1677
Op huyden den 17e Juny anno
1690 compareerde voor mij
Lambert van Swieten, openbaer
notaris, bij den Ed. Hove van Hollandt
geadmitteert, binnen der stadt
Leyden residerende en voior den nabeschreven getuygen,
Leendert Maertensz van Eghmondt, wonende
tot Soeterwoude, mij notaris wel bekent,
ende bekende hij comparant voor hem ende sijne
nacomers duechdelijck schuldich te wesen
aen en ten behoeve van Neeltie Cornelis van Paridon,
wedue van zaliger Reyn Jochemsz Lelieveldt, wonachtich
in den banne van Stompwijck,
ofte die sijn recht vercrijgen zall,
de somme van negen hondert caroli guldens
tot veertich grooten t'stuck,
ter saecke van goede, geleende penningen,
hem comparant promptelijck aengetelt,
versaeckende derhalven d'exceptie van
ongetelden gelde, welcke voorsz. somme
van penningen hij comparant bij desen
beloofde te restitueeren en te
voldoen, tot vermaninge van den
houder deser, ofte andersints tot sijn
comparants believen, mits d'een den ander
drie maenden tevooren waerschouwende,
ende dat mitten intreste vandien /
jegens drieentwintig gulden van t'geheele capitael int jaer,
doch betalende jaarlijcx binnen [open plek] maenden
naer den verschijndach, in sulcken gevalle
(maer anders niet) sal mogen volstaen
jegens [open plek] ten hondert int
jaer te rekenen van den 1 Mey deses jaers 1690 aff
totte effectuele voldoeninge toe,
daeronder verbindende hij comparant bij desen
sijn persoon en alle zijne goederen,
egeen uytgesondert, ten bedwange ende
executie van allen s'heeren rechten
en rechteren, en specialijc den Ed. Hove
van Hollandt, met verhaal van costen,
tevrede sijnde hij comparante hem in den
innehouden deses bij den voorsz. Ed.
Hove van Hollandt tot sijnen kosten
vrijwillichlijck te laeten condemneren,
daertoe constitueerende mr. Jacob van Ravesteyn,
Lambertus Vijfhuysen en George Rosenboom,
procureurs voor den voorsz. Ed. Hove,
tesamen en yder van hen int bysonder,
belovende van waerden te houden en doen
houden t'gene bij deselve daerinne sal
werden gedaen en verricht, onder
verbant als naer rechten daar-
toe is staende, /
consenterende voors hij comparante hieraff bij
mij notaris gemaackt ende gelevert te werden
behoorlijcke acte van obligatie in forma.
Aldus gedaan binnen der voorsz. stadt Leyden,
ter presentie van Thomas van Swieten en
Anthony Pietersz de Blanck, als getuygen beneffens
mij notaris hiertoe versocht.
Leendert Maertense van Egmont
Anthony Pieterse de Blanck
T. van Swieten, 1690
T'welc ic affirmere
L. van Swieten, notaris publicq, 1690.
Huyden den 20e Augusti 1667 compareerde voor
mij notaris publicq ende voor de nabeschreven getuygen,
Dirck Michiels van Arckel ende
Reym Joachims Lelivelt, beyde wonende
aende Groenendijck in den ambachte
van Haserswoude, mij notaris wel bekent,
ende verklaerden sij comparanten alsnoch te approberen, goet
ende van waerden te houden soodanige huercedulle als bij haer
comparanten op den 20e Marty 1666 wegen sijne
eerste comparants woninge ende lande aen den
voorsz. Groenendijck in Haserswoude gelegen,
gemaeckt ende geteeckent is, ende dat voor sooverre
daerinne bij desen jegenwoordige geen verantwoordinge
wort gemaecke, verklaerden widers tusschen haer comparanten bedongen ende geconditio-
neert te sijn, dat de voorn. Reym Joachims boven
het getall van schepen met sant die hij ingevolge
van de voorsz. huercedulle gehouden is te brengen
over het lant off op de werff van den eersten comparant,
alsmede boven het sandt op de werff van den verhuerder
gelegen, in den jaere 1668 over het lant van den eersten comparant
noch sal moeten brengen de quantiteyt van vier schepen,
wijders dat de voorn. Reym Joachims
in plaetse van de tien schepen mis in de voorsz. huercedulle
gemelt sal mogen volstaen met vijftien wel gelaeden
pramen, voorts dat den tweeden
comparant geen mis off sant over t'lant van den
eersten comparant sal mogen brengen voor ende aleer
den eersten comparante daervan een dach off twee
van tevooren sal wesen gewaerschout off bij gebreecke
van deselve waerschouwinge alle mis ende sant
t'welck sonder waerschouwinge op het verhuerde
lant wesen gebracht, soodanich gehouden
werden, gelijck off t'selve niet opt verhuerde lant gebracht
waere, in sulcker voege dat hij huerder op nieus de geheele
quantiteyt mis ende sant die hij ingevolge van de huer-
cedulle opt verhuerde moet leveren opnieus opt verhuerde sal moeten brengen /
alle welcke conditien alsmede alle het gunt
in de voorsz. huercedulle verder tot laste
van den huerder is gestipuleert, alsmede yder lith int bysonder, hij laetste comparant
mits desen belooft getrouwelick
te sullen naerkomen, op pene van een dubbelde
huer ende dat het verhuerde datelick uytter
huere sal sijn indient den verhuerder ende eersten comparant
alsoo belieft, maer anders niet.
Hieronder ende tot naercominge van alle t'geene
voorsz. staet ende yder poincte vandien, soo verbinden
sij comparanten haere persoonen ende goederen, egeen
vandien uyrgesondert, onderwerpende all deselve
t'verbant ende executie vanb alle s'heeren rechten ende
rechteren ende specialcik den Ed. Hove van Hollant,
verklaaerden voorts sij comparanten tevreden te sijn ende
bij desen absolutelick te consenteeren in den
innehouden deser t'haeren costen, t'sij bij den Ed.
Hove van Hollant ofte den gerechte haerder
woonplaets goetwillichlick te werden
gecondemneert, daertoe ende tot het bekomen van de-
selve condemnatie onwederroupelick constituerende, namentlck voor den
voorsz. Hove Abraham van Hoochbrugh, Pieter Rosa van de
Velde ende Willem Schuyffhil, alle procureurs aldaer ende
dat gesamentlick ende yder van hun int bysonder ende voor schepenen
haerder woonplaets soodanige procureur of procureurs als des
sal werden verthoont ende ter handen gestelt, alles met belofte
van approbatie onder verbandt als boven,
consenterende voorts hiervan acte in forme
gelevert te werden.
Aldus gedaen tot Leyden, present
den ondergeschreven getuygen.
Dirck Michielsz van Arckelen
Reym XX Joachims selffs gestlede merck
B. Spranger
T. Minus