Misschien:
L:L: Luthers Lidmaat
G:L: Geen Lidmaat
Ik zie bij wat bladeren deze afkortingen verder nergens in het doopboek
@ Anje,
geen onredelijke verklaring! Ik ben het ook niet eerder tegen gekomen.
Ik heb het AI even gevraagd
Betekenis van de afkortingen “L.L.” en “G.L.” in een doopinschrijving (Zuid-Holland, ca. 1800)
Kernantwoord: In een Zuid-Hollands doopregister rond 1800 verwijzen de afkortingen “L.L.” en “G.L.” hoogstwaarschijnlijk naar de kerkelijke gezindte van de ouders. Concreet betekenen ze waarschijnlijk “Luthersche Leer” (L.L.) voor de vader en “Gereformeerde Leer” (G.L.) voor de moeder. Met andere woorden: de vader was lid van de Lutherse kerk en de moeder behoorde tot de Gereformeerde kerk (Nederduits-Gereformeerd). Deze afkortingen werden in die periode gebruikt om in het doopboek aan te geven tot welke geloofsgemeenschap ieder van de ouders behoorde, vooral in gevallen van een gemengd huwelijk (een huwelijk tussen twee personen met verschillende religies).
@ Anje en Daniel,
bedankt voor jullie bijdragen. Gereformeerde Leer was ik nog niet eerder tegen gekomen, wel NG [Nederduits Gereformeerd]
Francina deed in 1788 belijdenis in de gereformeerde kerk te Harderwijk.
Daar verkreeg ze in 1795 attestatie naar Deventer.
Ze was dus - in tegenstelling tot haar echtgenoot - inderdaad geen lidmaat
van de Lutherse Gemeente.