Hello.
My ancestor Anthoni Coucheron died in 1638 or 1639. His heirs were his wife, the four children they had together, and then the daughter Gertrudyt from his first marriage. In the Rechterlijke registers 1640-1642 for Groningen, I have found the the following document, which is a settelment between the heirs in 1641.
I've used Transkribus to transcribe the document, but don't know how many mistakes it made.
Will someone look at it, and find the mistakes?
Hugo Kristensen
Denmark
Transkribus reads:
Wy Borgemesteren, Ende Raadt in Groning
betuigen met deesen oopenen brieve dat voor onse
versaenlijck gekoomen syn harmen symens als voor
munt Harmen Claesens, ende doctor Georgius
Nykerck als voogden oover wylen. Capitain
Anthonij Cincherons twee minderjarige kinderen
Trijntien ende harmen genaempt, ende hijr toe
van Borgemesteren ende Raadt geauthoriseert
volgens acte in dato den 7. Augusti 1641
savierende meede voor de Veendrich Steven
Bronsvelt, ende Maria syn huijsvrouwe Waer
van sy vulmacht hebben, als meede voor
Willem Chuicheron ter eener syde, Geertruit
huinga last hebbende van haer man Luirt
huinga ende doctor Gerardus Swart als
hijr toe speciaelijck versocht ende gekooren
Momker van voorscheven vrouw huinga ter
ander syden bekanden ende beleeden haer questie
Ende verschiel noopende de naelatenschap van
wijlen Capitain Antoni Cuicheron in der vrunt
schap affgedaen te hebben in vougen dat Geertruit
huijnga booven het geene sy ontfangen heeft voor
haer part Erffenisse sal hebben ende genieten
duisent dael sonder meer waer meede sy ende
derselver
220
haer maen desisteeren van alle actie ende
aenspraecke soo sy eenichsins op de naelaetenschap
van Avijlen capitain Antonij Cuicheron hare
vader hebben te prætendeeren welcke duisent
dael sy solen ontfangen in torie termynen het
eerste synde vyffhondert gul nu tegenwoordich
het ander als duisent gulden op Januarij 1642
3 vyff per cento
met de renten van dien te
nae advenant vanden tyt a dato deses te rekenen
sulcx dat hijr meede alle verschillen ende differenten
op voors. terffenisse Cuicherows Erffenisse
vallende sullen syn gesopieert ende voornoemde
Geertruit haer man ofte erffgenaemen directilijck
ofte indirectelijck nu ofte ten eerbigen daegen
geen wijder alhie sullen hebben te prætendeeren
ofte reserveeren, Welverstaende in dien voors
vrouw Ihuinga ofte haer man Enige penningen
in den haege ontfangen van den soliciteur
Bleiswuck ofte noch an denselven etwas schuldich
ofte ten acteren syn waer van bij hem blijck kan
vertoont worden dat het selve sal strecken
tot verminderinge van voors. Voormynt ende
Voogden an Borgemesteren ende Raadt geremon
streert, ende is van deselve approbeert blijkende
by acte in dato den 9en augusti 1641 Alles sonder
arch ofte list dat oorcunden vry niet onsen stadts
Zegel gegeven in den jaere onse d'heeren Duisens sess
hondert eenen viertich den negenden Augusti Doen
Hugo van Nyeveen. Beerent Julsingh, Edzaert
Rengers ende Pieter folckers Borgemesteren
waeren onser stadt
Text Recognition powered by transkribus.ai

