Compareerde voor mij Cornelis Molensteen etc.,
Gerrit Couwenbergh, out 50 jaren, Jan Quirijnen Spithoff,
mede notaris alhier, out omtrent 36 jaren ende
Arent Jansz van de Werff, zijns ouderdoms omtrent
20 jaren, inwoonderen deser stede, dewelcke ter
requisitie van Nicolaes Emaus, brouwer in den
Eenhoorn, hebben verclaert, getuygt ende g'attesteert
hoe waar is, dat op den 19e October des verleden
jaars 1652 sijluyden getuygen wesende ten huyse
van Cornelis Bartelsz Marssier omme te inventairi-
seren de goederen bij wijlen Crijntje Jans, weduwe
van Claes Hendricxsz Stopper, naergelaten, aldaer
berustende, ende mette voorsz. inventarisatie gecomen
zijnde tot op de voorsolder, alwaer een cleyn camertje
is afgeschoten met een bedtstede, daer de gelt-
kist stont, de voorsz. Nicolaes Emaus alsdoen
met groote verwonderinge vindende weynich gelt
in deselve kiste, tegen den voornoemde Cornelis Bartelsz
zeyden, dat op den inventaris oock gestelt moste
werden de somme van negen hondert guldens
die onder hem Bartelsz berustende ende de voorn.
Trijntje Jans toebehorende was, seggende in effecte
dese woorden, wel Cornelis oom die negen hondert
guldens hebt gij noch onder u, die moste mede opgeschreven
werden, denselven Cornelis Bartelsz daerop ten
anhoren van hen getuygen alle ronderlijck antwoorde,
dat ontkenne ick niet, daerbij voegende, ick en
soeck off sal de kinderen (denoterende des requirants
minderjarige broeders) niet te cort doen, doet gij se
maar oock recht oft niet te cort, off diergelijcke
woorden in zubstantie, waerop den requirant /
alsdoen versochte dat zijluyden getuygen van de
voorsz. bekentenisse kennisse ende geheugenisse
souden dragen, als geschiet is. hiermede henne
verclaringe besluytende, presenteerden deselve t'allen
tijde (des noot ende daertoe versocht) naerder te
bevestigen. Aldus gepasseert binnen Amsterdam
desen vijffden September 1653 ter presentie van
Cornelis van Poelenburgh ende Jacobus Nieuland,
getuygen hierover gestaen.
Gerrit Couwenbergh
Jan Quirijnen Sprihoff, notrais publicq,1653
Arent Jansz van de Werff
C. v. Poelenburgh
J. Nieulandt, 1653