Beste forumleden,
Zie twee bijlagen....
Op de eerste pagina staat vermeld dat Willem van den Bosch een huis koopt in Stompwijk van Trijntje Kerklaan, weduwe van Jochem Reinierz. Lelijveld. (achtergrondinfo: Willem van den Bos is getrouwd met dochter Antje Lelijveld, dus de schoonzoon. En verder heeft Trijntje Kerklaan nog een dochter Marijtje Lelijveld en zij is getrouwd met Goudius Dimel (Diemel). Antje en Marijtje zijn de erfgenamen van Jochem R. Lelijveld. Maar Antje en Marijtje hebben in een eerder document in 1782 te kennen gegeven dat zij geen aanspraak zouden maken op de erfenis.
Hoe moet ik de toevoeging "Compareerden mede voor ons Schout en Schepenen.........getekent op de 3de juni 1790" op de tweede pagina van deze koopakte precies begrijpen en wat staat er nu precies?
Vraag 1
Is het juist dat Antje niet wordt genoemd omdat zij reeds eerder afstand heeft gedaan van haar erfrechten, terwijl Marijtje Lelijveld hier wél verschijnt om haar (nog bestaande) aanspraken formeel prijs te geven, met bijstand van haar echtgenoot Goudius Dimel?


Vraag 2
Kan het stukje tekst getranscribeerd worden?