De kintskinderen van Nellichgen Jansdochter,
weduwe was van Aert Jans Vermis, nopende
de goederewn bij haer voorsz. bestemoeder op haer
vast gemaect.
Op den 22en Maje XVIC twintioch compareerde voor Jacob
Hagens d'Hooch ende Wouter Lenertsz van Nes, weesmeesters,
mitsgaders burgemeesteren ende schepenen, bij den anderen vergadert sijnde,
Gijsbert Aertsz Vermij, ende bekende sijn kinderen
deuchdelick schuldich te wesen de summe van driehondert
twintich gulden tot 40 grooten vlaems het stuck, enden veerthien stuvyers
ter saecken van gelijcke summe van sijne oomen Huych
Woutersz ende Jan Pietersz Broechuysen, als executeurs
van sijn comparants moeders Nellichgen Jansdochter saliger voorsz.
testamente ontfangen, denwelcke tot sijn comparants kinderen
behoeve vast mosten blijven staen, mits dat hij comparant
soo lange hij sijn kinderen van cost ende cleren sall besorgen
ende onderhouden, de vruchten ofte rente daervan sall trecken
ende genieten ende daernae haer selven tegen de
penning sestien gelijck tot d'opsegging toe,
ende verbindt voor deselve 320 gulden 14 stuvyers sijn huysing
met den erve vandien, staende ende leggende binnen deser stede in de
Haverstraet suytlich van deselve straet tot achter
aen t'erff van Gerrit Stevenz van de Graeff toe,
sijnde ten suyden Gerrit Steevensz voornt. ende ten noorden Luyt
Hubertsz Visscher naest met haeren huysen gelegen ende
generalicken alle sijne goederen tegenwoordige ende toecomende
geen uytgesondert, deselve onderwerpende tot bedwanck aller
rechteren, Gherrit Dircxz, vleyshouwer, met Dirck
Aertsz Vermij mede comparerende verclaerden indien het
voorsz. hypoteecq niet suffisant bevonden soude mogen
worden voor de voorsz. 320 gulden 14 stuvyers ende de renten vandien in t'geheel ofte voor
een gedeelte hen elcx in t'geheele als principael te
stellen borg voor de voldoeninge van t'geen de luiden
van Gijsbert Corssen ofte andere gesubstitueerde erffnamen
daeraen te cort souden mogen comen onder renunciatie der
beneficien ordinis sive expressionis ende divisionis,
bekennende van de cracht vandien seer well onderecht
te sijn, verbondt haerder personen ende goederen ten bedwanck
aller rechteren, des stelde Gijsbert Aertsen dese sijne
borgen voor d'indemniteyt van haere borchtochte spetialick
in handen den lesten termijn tot hondert guldens die sijluyden van de
huysing aen Melis Cornelisz vercoft competerende is, gevende
denselven onwederroepelick macht om die voorsz. dage te
ontfangen ende tot haer sekerheyt te beleggen als sij sullen
bevinden haer best ende seeckerste te sijn, sonder list /
Folio 400
Links in de marge:
Op huyden den 24 September 1641 compareerden voor
de onderschreven weesmeesteren der stede Woerden
Aert Willemsz Vermij ende Claes Pietersz Valck als
momboirs ende voochden van de naergelaten kinderen van
Gijsbert Dircksz de Horn ende Machtelt Aertsdochter, welcke
verclaerden dat de penningen in den teneur van nevensgestelden
brieff vervatet door doode van de voorsz. kinderen ouders waren vrij
gesuccedeert op deselve kinderen ende dat sij momboirs
mette voorsz. kinderen tot boeldelsredinge het hypoteecq
in desen verobligeert hadden vercocht aen Cornelis Jansz
van Nes, soo bekenden sij voochden door handen van
den voorn. Cornelis Jansz van de 320 £ hiernevens verhaelt
mettet verloop vandien, alsmede van alle vordere pretensien
ende actien die de voorn. kinderen uyt crachte van haer
bestemoeders testament op dit hypoteecq souden mogen hebben
gehadt vergenoecht ende voldaen te wesen, quiterende sulckx
haer aengaende dit hypoteecq suyvers ende geheel,
in oirconde geteeckent
Aert Jansen van Rijnevelshorn
Willen Janse van der Heer
Folio 400 onderaan
Op huyden den 22en May XVIC twintich compareerde voor
Jacob Hugens d'Hooch ende Wouter Lenertsz van Nes, weesmeesteren,
ten bijwesen oock van burgemeesteren ende schepenen in de raetcamer
Gijsbert Dircxen d'Horn dewelcke bekende sijne
kinderen verwect ofte te verwecken aen Machtelt Aertsdochter, sijne
huysvrouwe, deuchdelick schuldich te wesen de summe van
drie hondert twintich guldens tot 40 groten vlaemn het stuck ende veertich
stuyvers, ter saecken van gelijcke summe van sijn huysvrouwen oomen
Huych Woutersz ende Jan Pietersz Broechuysen als executeurs
van sijn huysvrouwen moeder Nellichge Jansdochter voorsz.
testamente ontfanghen, ende dewelcke tot sijn comparants kinderen
behoeve vast moeten blijven staen, mits dat hij comparant so lange
sijn kinderen van cost ende cleden sall besorgen ende onderhouden,
Folio 401
de vruchten ofte renten daervan sal trecken ende genieten ende
daer nae haer renten tegen den penninck sesthien gheven tot
d'oplegginghe toe, ende verbondt voor deselve 320 gulden
14 stuyvers ende de renten vandien alle sijne goederen, tegenwoordige ende
toecomende, gheen uytgesondert, onder het bedwanck van
allen rechteren, ende Dirck Jacobsz d'Horn met Jacob Dircx
d'Horn mede comparerende stelden hen elck alleen ende in t'geheel
borgh voor henlieder respective soon ende broeder Gijsbert
Dircxz voornt. voor de voldoeninge van de voorsz. driehondert
twintich guldens 14 stuvyers de renten daerop verloopen onder renun-
ciatie der bebeficien ordinis sive excessionis ende divisionis,
van derselver crachte bekenden seer well onderrecht te sijn,
onder verbandt haerder goederen, tegenwoordig ende toecomende,
mitsgaders bedwanck alsvoren, ende beloofde Gijsbert
Dircxz d'Horn bij affsterven van een van dese sijne borgen een
ander suffisanten in de plaets te stellen onder verbandt als voren.
Actum als boven.
Op huyden den 22en Mey XVIC twintich
compareerde voor Jacob Hugensz d'Hooch ende Wouter Lenaerts
van Nes, weesmeesteren, neffens de burgemeesteren ende schepenen
deser stede, Dirck Aertsz Vermij, ende bekende sijne kinderen
deuchdelick schuldich te weesen de summe van vijftich guldens
tot 40 grooten vlaems het stuck, ter saecken van gelijcke summe
uyt de penningen die uyt d'erffenisse van sijn moeder saliger
Nellichge Jansdochter ten behoeve sijnder kinderen vast moeten
blijven staen, ontfangen van sijn oomen Huych Wouterssen
ende Jan Pietersz Broechuysen, executeurs van sijn moeders
voorsz. testamente, mits dat hij comparant soo lange hij sijne
kinderen van cost ende cleederen sall besorgen ende onderhouden
de vruchten ende renten daervan sall genieten ende trecken
ende daernae haer renten hebben tegen den penning sesthien in t'jaer
tot d'offlossing toe te doen volgende t'gebruyck van de weescamer,
bevestichde voorts deselve hooftsumme ende de rente daerop
verloopen op sijn comparants hoff ofte boomgert, gelegen op de
Graswalle, streckende van deselve graswalle tot aen
Pieter Janszx Bijlmans hoff toe, sijnde ten oosten Claes Dircxs
ende ten westen Croon schoolmeester met haere hoeven
naest belegen ende generalick op alle sijn comparants goederen, tegenwoor-
dig ende toecomende, geen uytgesondert, deselve ende sijn persoon
onderwerpende het bedwanck aller rechteren.
Folio 401 in de marge: 1
Huyden den 7en Juny 1621 compareerden voor Jacob
Huygensz d'Hooch ende Wouter Lenertsz van Nes,
weesmeesteren, Gijsbert Dircxen de Horn, dewelcke
specialicken voior de 320 gulden 14 stuvyers
verbint sijn huysinge ende erve, staende in de Warmoesstraet,
sijnde ten suyden de weduwe van Gerrit Willemsz Corten
ende ten noorden Claes Pietersz, waernaest met hare
huysingen ende erven gelegen, streckende voor van
deselvestraet tot achter aen op stall van de nieuwe
buert ende voorts renuncierende ut supra. In kennisse
bij een van de weesmeesteren geteeckent
Jacob Hugensoon de Hooch
Wouter Lenertsz
Folio 401 in de marge 2
Compareerde voor Jacob Huygensz de Hooch ende
Wouter lenartsz van Nes, weesmeesteren, Dirck
Aertsz Vermij ende bekende alsnoch sijne kinderen
schuldich te wesen de somme van vier gulden veertien
stuvyers acht penningen, sijnde het surplus van de
seven hondert vier en vijftich gulden veertien stuvyers
acht penningen, verbindende voor deselve als oock de
vruchten vandien sijne huysinge ende erve, gelijck hij
hiervooren heeft gedaen.
Folio 401
Op huyden den 22en Mey XVIC twintich
compareerde voor Jacob Hugensz d'Hooch ende Wouter Lenertsz
van Nes, weesmeesteren, neffens de burgemeesteren ende schepenen
deser stede. Dirck Aertsz Vermij, ende kende sijne kinderen
duechdelick schuldich te weesen de simme van vijftich gulden
tot 40 grooten vlaems het stuck, ter saecken van gelijcke summe
uyt de penningen die uyt d'erffenisse van sijn moeder saliger
Nellichgen Jansdochter ten behoeve sijnder kinderen vast moeten
blijven staen, ontfangen van sijn oomen Huych Woutersz
ende Jan Pietersz Broechuysen, executeurs van sijn moeder
voorsz. testamente, mits dat hij comparant soo lange hij sijne
kinderen van cost ende cleederen sal besorgen ende onderhouden
de vruchten ende renten daervan sal genieten ende trecken
en de daernae haer selven geven tegen den penning sesthien in t'jaer
tot d'offlossinge toe, te doen volgens t'gebruyck van de weescamer
bevestigende voorts deselve hooftsumme ende de renten daerop
verloopen op sijn comparants hoff ofte boomgert gelegen op de
Graswalle, streckende van deselve Graswalle tot aen
Pieter Jansz Byemans hoff toe, sijnde ten oosten Claes dircxz
ende ten westen Croon schoolmeester met hare hooven
naestgelegen ende generalicken op alle sijn comparants goederen, tegenwoor-
dich ende toecomende, geen uytgesondert, deselve ende sijn persoon
onderwerpende het bedwanck aller rechteren.
Folio 401 in de marge:
Huyden 23 November 1629 compareerde voor
Cornelis Huygensz d'Hoy, weesmeester,
Huych Woutersz ende Jan Pieters Broechuysen,
oomen ende executeurs van den testament van Nellichge,
dewelcke met consent van schout, burgemeesteren ende
gerechte deser voorsz. stede ontsloegen dit neffens gestelde
affgelinneerde hypoteecq waervooren dese voorsz.
hooftsomme van vijftich guldens op gehypotequeerd was
van welck hypoteecq jegenwoordich possesseur is Pieter
Jansz Lijman, welcke penningen de voorsz. kinderen
vader gegeven sijn gelijckx hiernaer folio 424 te
sien is. Actum dese bij de voorsz. weesmeester geteyckent.
Dammis Hugensz de Hoy
Folio 401
Op den 1en Juny XVIC twintich compareerden voor Jacob
Hugens d'Hooch ende Wouter Lenerts van Nes, weesmeesteren,
neffens burgemeesteren ende schepenen in de raetcamer ver-
gadert sijnde, Willen Aertsz van der Mije ende Adriaen Pietertge,
sijn huysvrouwe, dewelcke bekenden deuchdelicken schuldich
te weesen heurlieder kinderen de summe van driehondert ende
twintich guldens tot 40 grooten vlaems het stuck ende veertihien stuyvers, ter
saecken van gelijcke summe van heurlieder oomen Huych
Woutersz ende Jan Pietersz Broechuysen, executeurs van den
testament van saliger Nellichgen Jansdochter die weduwe was
van Aert Jansz Vermij haerluyder moeder, ontfangen ende welcke
penningen tot d'voorsz. kinderen behoeve vast moeten blijven staen,
mits dat hij comparant soo lang hij sijn kinderen van cost ende
cleederen sall besorgen ende onderhouden de jaerlicxe vruchten
ofte renten daervan sall genieten ende trecken ende daernae haere
renten geven tegen den penninck sesthien in t'jaer tot d'afflossinge
toe, te doen volgende t'gebruyck van de weescamer, /
Folio 401 rechts
bevestichden voorts de voorsz. hooftsumme ende de renten daerop verloopen
op heurlieder huysinge met den erve vandien staende ende leggende
binnen deser stede in St. Jans stede tot aen Jan
Lambertsz huysinge toe, sijnde ten westen den opstall van den rijs
gelegen ende generalick op alle haer hebbende ende te verkrijgen goederen
deselve onderwerpende alle rechteren ende gerechten ende hoven.
Opten 22en Juny XVIC twintich compareerde voor Jacob
Hugensz d'Hooch ende Wouter Lenertsz van Nes, weesmeesteren,
neffens schoudt, burgemeesteren ende schepenen in de raet-
camer vergadert sijnde, Gerrit Dircxz, vleyshouwer, ende
bekende de kinderen van Heyndrick Ponsz ende Jannichgen Aertsdochter
deuchdelick schuldich te weesen de summe van driehondert twintich
guldens tot 40 grooten vlaems het stuck, ter saecken van gelijcke summe
bij Huych Woutersz ende Jan Pietersz Broechuysen als executeurs
van den testament van saliger Nellichgen Jansdochter, weduwe was
van Aert Jansz Vermij, hen aengetelt ende welcke penningen
ten behoeve van de kinderen van Jannichgen Aertsdochter voornt.
vast moeten blijven staen, mits dat sij ofte haer man soo
lange sij haere kinderen van cost ende cleederen sullen
besorghen ende onderhouden, de vruchten ende de renten
daervan sullen genieten ende daernae de kinderen selffs,
ende belooffden sulcx Gerrit Dircxz voornt. van de voorsz.
summe Heyndrick Ponsz ende sijn vrouw ofte haere kinderen
in manieren als vooren renten te geven teghen den penninck
sesthien, vrij gelt in t'jaer en ingaende van desen daghe
aff ende te loopen tot d'effectuele afflossinge toe, te doen
volgens t'gebruyck van dese weescamer, verbindende voor
d'hoofsumme ende renten sijn huysinge met den erven van-
dien, staende ende leggende binnen deser stede in de
Haverstraet, streckende van deselve straet tot aen
t'erff van t'weeshuys toe, sijnde ten suyden mr. Steven
Cornelisz ende ten noorden Barthelnees Gijsbertsz alder-
mael met haere huysen ende erven gelegen ende verbindende alle
sijne goederen, tegenwoordig ende toecomende, geen uytgesondert
onder bedwanck alle rechteren ende Dirck ende Jan Ger-
rits zoonen mede comparerende stelden haer elcx als principael
borgen van heurluder vader voorsz. voor de voorsz. hoofsumme
ende renten, onder renunciatie van de benficien ordinis sive ex-
cussionis et divisionis, van deselve cracht bekennende
seer well onderrecht te wesen ende onder verbandt haerder per-
sonen ende goederen, mitsgaders bedwanck als boven, sonder list.
Folio 402 links in de marge:
Huyden 22en December 1628 compareerde
voor Jacob Huygens d'Hooch ende Wouter leenderts van Nes,\
weesmeesteren der stede Woerden, Jan Pietersz Broecikhuysen
ende Huych Woutersz als executeuers van den testamente
van saliger Nellichgen Jansdochter, weduwe was van
Aert Jansz Vermij ende bekende van Marrichgen Jansdochter,
weduwe van Gerrit Dircxz, vleyshouwer, ontfangen te
hebben de neffensgestelde hooftsomme mette verloopen
rente vandien ontstaen oversulcx t'hypoteecq.
Actum bij weesmeester voornt.
Jacob Hugensoon de Hooch.
Wouter Lenaertsz van Nes
Folio 401
Op huyden den 7en Juny XVIC een ende twintich compa-
reerden voor Jacob Hugensz d'Hooch ende Wouter
Lenertsz van Nes. weesmeersteren, neffens schout,
burgemeesteren ende schepenen inde raetcamer
vergadert sijnde, Dirck Aertsz Vermij ende bekende
noch sijne kinderen deuchdelick schuldich te wesen de
summe van twee hondert guldens tot 40 grooten vlaems den
gulden, ter saecken van gelijcke somme uyt de penningen
uyt d'erffenisse van sijn moeder saliger Nellegen
Jansdochter, ten behoeve sijner kinderen vast moeten blijven
staen, ontfangen van Huych Woutersz ende Jan Pietersz
Broechuysen, sijn comparants oomen, als executeurs
van sijn moeders voorsz. testamente, mits dat hij
comparant soo lange hij sijne kinderen van cost ende cleederen /
Folio 402
sall besorgen ende onderhouden de vruchten ende renten daer-
van sal genieten ende trecken ende daernae haer
renten te geven tegen den penninck sesthien in t'jaer tot
d'offlossinge toe, te doen volgende t'gebruyck van de
weescamer, bevestichde voorts d'selve hooftsomme
ende de renten daerop te loopen op sijn
comparants hoff ofte boomgaert gelegen op de Graswalle,
streckende vand e helver Graswalle tot aen Pieter
Jans Byemans hoff toe, sijnde ten oosten
Claes Dricxz ende ten westen Croon schoolmeester met hare
hoven naestgelegen, item sijne huysinge staende
binnen deser stede in de Speckstraet, streckende
voor van deselve straet tot achter aen de stededijck
toe, sijnde ten oosten naestgelegen Jan Pieter Willems
Veen ende erffgenamen met haer huysinge ende erve,
gelijck sij van den anderen
gescheyden ende geheynt sijn, ende ten westen
Reynier Roelensz, naest geërft ofte gehuyst
ende voorts op alle sijne goederen, tegenwoordige ende
toecomende, geen uytgesondert, d'selve ende sijn
persoon onderwerpende t'bedwanck van allen rechteren,
sonder list. In kennisse bij de voorn. meesteren
ten voorn. dage geteykent.
Jacob Hugen van de Hooch
Wouter Lenerts
Folio 402
In de marge staat: 1
Huyden 23 November 1629 compareerden
voor Cornelis Huygensz de Hoy, weesmeester,
Huych Woutersz ende Jan Pietersz van Broeckhuysen,
oomen ende executeurs van den testament van
Nellichgen Jansdochter, dewelcke verclaerden
t'affgelinneerde hypoteecq naer voorgaende
consent van schout, burgemeesteren ende gerecht
deser stede Woerden bij Dirck Aertsz Vermij voor
tweehondert guldens neffens t'groot
hypoteecq staende in de Speckstraet
verbonden t'ontslaen ende haer vanwegen
de weeskinderen maer alleenlick te houden
aen t'voorsz. groot hypoteecq staende als
vooren in de Speckstraet
Actum bij de voorsz. weeskinderen geteykent.
Dammis Hugensz de Hoy
Folio 402 inde marge 2:
Huyden den 17e May anno 1637 compareerde
voor Mathijs Cornelisz van Bersingen ende Jan Dircken
Coorn, weesmeesteren deser stede Woerden Aert
Dircksz Vermij den weeskindt van Dirck Aertsz Vermij
ende bekende van sijn gedeelte offte erffenisse hem
competerende in desen competerende ende op
henluyden verbonden wesende volgens den testamente
van Nellichgen Jansdochter ten vollen voldaen ende
vergenoecht te wesen van sijn suster Engeltgen
Dircksdochter Vermij, sulcks dat de huysinge hiernevens
gespecificeert de voorn. Engeltgen blijft behoudende,
mitsgaders een obligatie monterende hondert
guldens hooftsomme, verclaerende hij comparant
bij sijn voorsz. susters elven off afflijvicheyt kinderen
naerlatende geen actie daeraen en sall soecken te
pretenderen als bij desen daervan ten behoeve van
sijn suster gerenuncieert hebbende. In kennis bij de
weesmeesteren ten dage voorsz. onderteeckent.
Mathijs Cornelisz
Jan Bersinger
Jan Dircksen Coren
Folio 402
Op den 7e October XVIC een entwintich compareerde voor Jacob Huygensz
de Hooch ende Wouter Lenaerts van Nes, weesmeesteren deser
stede, beneffens burgemeesteren in de raetcamer vergadert sijnde, Willem
Aertsz Vermij ende bekende sijne kinderen schuldich te wesen de
somme van vier hondert vier en dertich guldens tot 40 grooten het stuck,
ter saecke van gelijcke somme bij Huych Woutersz ende Jan Pietersz
van Broeckhuysen, als executeurs van den testamente van saliger Nellichge
Jansdochter, die weduwe was van Aert Jansz Vermij, hem aengetelt
ende welcke penningen ten behouve van sijne kinderen vast sullen moeten
blijven staen, mits dat hij comparant soo lange hij sijne kinderen van costen ende
cleren sal versorghen ende onderhouden de vruchten ende renten daervan sal
genieten ende trecken ende daernae haer renten te geven teghen den
penninck sestien int jaer tot d'aflossinge toe, te doen volgens t'gebruyck
van de weescamer, bevestichde voorts deselve hooftsomme ende de renten
daerop te lopen op sijn comparants tegenwoordighe huysinge ende
erve vandien, staende ende gelegen in St. Jans stede, streckende
van deselve stege tot aen Jan Lambertsz huysinge toe, sijnde
ten westen den opstal van den Rijn, ende ten noortoosten Jan Jacobsz d'Horn
huysinge aldernaest gelegen, ende noch op seeckere sijne andere
huysinge ende erve, staende ende geleghen binnen deser stede inde Molenstraet,
gecoft van Maes Reyers, belent noortwaert Frans Huybertsz ende
zuytwaert Gerrit Pietersz Molenaer aldernaest met haer
huysinghen ende erven gelegen sijn, streckende voor van de straet tot
achter aent clooster toe, compareerde oock voor burgemeesteren ende
weesmeesteren voornt. Dirck Gerritsz Ruys ende constitueerde
hemselven borghe ende als principael onder behoorlijcke renunciatie
van de derde paye van de huysinghe van Maes Reyersz die verschijnen
sal Mey sestien hondert twee en twintich toecomende, verbindende
daervoor alle sijne tegenwooridghe ende toecomende goederen, roerende
ende onroerende, geen uuytgesondert, deselve subjecterende onder verbant
als naer rechten, verbont oock voorts Willem Aertsz voor de
voorsz. hooftsomme ende verlopen retne vandien generaelick alle sijne goederen, roerende
ende onroerende, tegenwoordich ende toecomende onder t'verbant als naer rechten
ende belooffde oock vorders d'voorsz. huysinge van Maes Reyersz
in dese aenstaende winter ten overstaen van de voorn. weesmeesteren
ten meesten proffijte ende oorbaer te doen vercopen ende mette penningen
daervan comende d'andere sijn huysinge daermede te bevrijden soo
veel doendelicken sal wesen./
Folio 402
Op huyden den 14e November XVIC twee en twintich compareerde
voor Jacob Huygensz de Hooch ende Wouter Lenartsz van Nes,
weesmeesteren, neffens burgemeesteren ende schepenen in de raetcamer
der stede vergadert sijnde, Dirck Aertsz Vermij ende bekende
noch sijn kinderen deuchdelijcken shuldich te wesen de somme
van vijftich carolus gulden tot 40 grooten den gulden over
gelijcke somme uuytte penningen uuyt d'erffenisse van sijn moeder
saliger Nellichgen Jans, die ten behouve van sijne kinderen vast
moeten blijven staen, ontfangen van Huych Wouters ende
Jan Pietersz Broeckhuysen, sijn comparants oomen, als executeurs
van sijn voorsz. moeders testamente, mits dat hij compranten soo lange
hij sijne kinderen van cost ende clederen sal besorgen ende onderhouden
de vruchten ende renten daervan sal genieten ende trecken ende daer-
nae haer renten te geven teghen den penning sestien int jaer
tot d'afflossinge toe, sonder cortinge te doen, volgende t'gebruyck van de
weescamer, bevestichde voorts d'selve hooftsomme ende de
renten daerop te lopen op sijn comparants hoff ofte boomgaert,
geleghen op de Graswalle, streckende van deselve Graswalle
tot aen Pieter Jansz Byemans hoff toe, sijnde ten oosten
Claes Dircxz ende ten westen Croon schoolmeester met hare hoven
naestgelegen, item sijn huysingh staende binnen deser
stede in de Speckstraete, streckende voor van deselve
straet tot achter aen de stededijck toe, sijnde ten oosten
naestgelegen Jan mr. Willems weduwe ende erfgenamen
met hare huysinghe ende erve, gelijck sij van de anderen gescheyden
ende geheynt sijn, ende ten westen Tymen Roelensz naest
geërft ofte gehuyst ende voorts generalick op alle
sijne andere goederen, roerende ende onroerende, tegenwoordich ende
toecomende, geen uuytgesondert, deselve ende sijn persoon
onderwerpende 't bedwanck van allen rechteren.
Folio 402
Huyden den 25en November XVIC vier en twintich compareerde voor Jacob
Huygensz d'Hooch ende Wouter Lenertsz van Nes, weesmeesteren der stede
Woerden, Dirck Aertsz Vermij, die op huyden van de magistraet vercregen
heeft, alsoo sijn huysinge hiernaer breder uytgedruct, voor hondert dalers
soude vercocht geworden hebben (over twee termijnen) dat d'selve hondert dalers bij
Huych Woutersz ende Jan Pietersen Broechuysen, sijn oomen ende executeurs
van sijn moeders testamente van sijn goederen opgeschoten ende in betalinge van deselve
termijnen gegeven sullen worden, ende alsoo t'selve is gedaen, soo
bekende oversulcx hij comparant sijne kinderen deuchdelick schuldich te
wesen de voorsz. hondert veyftich gulden tot 40 grooten den gulden, mits dat hij
comparant soo lange hij sijne kinderen van cost ende clederen sall
besorgen ende onderhouden de vruchten ende renten daervan sall genieten ende
trecken ende daernae haer renten te geven tgegen den penning sesthien int jaer
doen volgende t'gebruyck van de weescamer; bevestichde
d'selve hooftsomme ende de renten daerop te lopen specialick op sijn comparants
hoff ende boomgert gelegen op de Graswalle tot aen Pieter Jannen Byemans
hoff toe, sijnde ten oosten Claes Dircxz ende ten westen Croon schoolmeester met
hare hoven naestgelegen, item sijne huysinge ende erve,s taende ende gelegen in de
Speckstraet, streckende voor van deselve straet tot achter aen der stede-
dijck toe, sijnde ten oosten naestgelelgen Harmen Harmens met sijne huysinge ende
erve gelijck die van den anderen gescheyden ende geheynt sijn en ten westen Tymon
Roelen erven naestgeërft ofte gehuyst, ende voorts generalicken op alle sijne
andere goederen, tegenwoordige ende toecomende, geen uytgesondert, onder t'bedwanck
aller rechteren, ende Grietgen Aertdochter Vermij, huysvrouwe van Mees
Daemsz, geassisteert ende verstrecht met Willem van Leeuwen als haer gecoren
voocht in dese saecke ende stelde selve borge als principael van den voorsz./
Dirkc Aertsz Vermij, haren broeder, voor de voldoeninge van de voorsz.
150 gulden ende de renten daerop te loopen, onder renunciatie van d'exceptie ordinis
sive excussionis et senatius consulti velleiani, van de cracht desselffs sij onder-
recht is, verbont daervoor specialick alle hare goederen, hebbende ofte te
vercrijgen, geen uytgesondert, onder t'bedwanck van allen rechteren als vooren.
Actum als vooren ende in kommissie bij voorsz. weesmeesteren geteeckent.
Jacob Hugensoon de Hooch
Wouter Lenertsz