Deze tekst heb ik vanmorgen al zitten transcriberen. Zie je eerdere aanvraag. Hier nogmaals de transcriptie:
Op huyden den 14e November XVIC twee en twintich compareerde
voor Jacob Huygensz de Hooch ende Wouter Lenartsz van Nes,
weesmeesteren, neffens burgemeesteren ende schepenen in de raetcamer
der stede vergadert sijnde, Dirck Aertsz Vermij ende bekende
noch sijn kinderen deuchdelijcken shuldich te wesen de somme
van vijftich carolus gulden tot 40 grooten den gulden over
gelijcke somme uuytte penningen uuyt d'erffenisse van sijn moeder
saliger Nellichgen Jans, die ten behouve van sijne kinderen vast
moeten blijven staen, ontfangen van Huych Wouters ende
Jan Pietersz Broeckhuysen, sijn comparants oomen, als executeurs
van sijn voorsz. moeders testamente, mits dat hij compranten soo lange
hij sijne kinderen van cost ende clederen sal besorgen ende onderhouden
de vruchten ende renten daervan sal genieten ende trecken ende daer-
nae haer renten te geven teghen den penning sestien int jaer
tot d'afflossinge toe, sonder cortinge te doen, volgende t'gebruyck van de
weescamer, bevestichde voorts d'selve hooftsomme ende de
renten daerop te lopen op sijn comparants hoff ofte boomgaert,
geleghen op de Graswalle, streckende van deselve Graswalle
tot aen Pieter Jansz Byemans hoff toe, sijnde ten oosten
Claes Dircxz ende ten westen Croon schoolmeester met hare hoven
naestgelegen, item sijn huysingh staende binnen deser
stede in de Speckstraete, streckende voor van deselve
straet tot achter aen de stededijck toe, sijnde ten oosten
naestgelegen Jan mr. Willems weduwe ende erfgenamen
met hare huysinghe ende erve, gelijck sij van de anderen gescheyden
ende geheynt sijn, ende ten westen Tymen Roelensz naest
geërft ofte gehuyst ende voorts generalick op alle
sijne andere goederen, roerende ende onroerende, tegenwoordich ende
toecomende, geen uuytgesondert, deselve ende sijn persoon
onderwerpende 't bedwanck van allen rechteren.