Ik dacht met het aanplakbiljet van 1710 eea begrepen te hebben. In april kijken en veiling in september. Wel lang ertussen, maar ja.
Maar nu ik naar het biljet van 1830 kijk dan klopt dat toch niet. Verkoop in februari 1830. Maar wat is er dan op 25 julij 1830? Alles wat bovenin staat, staat ook genoemd in de opsomming voor februari.
Al vast bedankt voor de uitleg. Mirjam

Ik interpreteer het als volgt: In februari wordt een deel van de boedel geveild (de duurste items), in juli kan de rest (minder waardevolle items) worden gekocht tegen contante betaling.
In februari is het ook vooral vee. Die kun je moeilijk 5 maanden lang onverzorgd laten wachten i.v.m. waardevermindering
Maar onder die opsomming van het vee staat toch ook Voorts .... en dan wordt de hele inboedel genoemd, ook wat die dag nog ingebracht wordt, als in de verkoop komend op die dag in februari.
Dus dat vind ik vreemd.
Je hebt gelijk, ik denk dat het belangrijkste verschil zit in die contante betaling in juli, dus dan zou ik denken aan kleinere items, servetten of zo, kleding wellicht?
Waarschijnlijk is het de uiterste betaaldatum. Op internet lees ik:
4. Betaling en krediet
In de vroege 19e eeuw werd er op de veiling zelf vrijwel nooit cash betaald. Omdat contant geld schaars was, kregen kopers meestal drie tot zes maanden krediet om hun aankopen te betalen. Men moest hiervoor wel direct ter plekke een solvabele 'borg' (een garantsteller, zoals een vermogende familielid of buurman) opgeven die meetekende in de boeken van de notaris. Pas nadat de borg goedgekeurd was, mocht de koper de spullen van het erf meenemen.
Ja dat verklaart veel. Goed gevonden!!