Het volgende kom ik tegen op https://ivdnt.org/zoeken-in-woordenboeken?w=Blonk
BLONK
Woordsoort: bnw.
Modern lemma: blonk
bnw. Mnl. blonc (VERDAM 1, 1319).
↪ Stomp. Alleen in Z.-N., inzonderheid in het W.-Vl. Bij V. SCRIECK, Oorspr. d. Nederl. 69 staat blont in den zin van stomp (van een zwaard gezegd). Meer dan blonk gelijkt dit op eng. blunt, waarmede men blonk onwillekeurig vergelijkt (zie b.v. VERDAM), doch wellicht moet men in dit ééne voorbeeld van blont eene drukfout aannemen.
Sy moeten al caffa crijghen, En spellewerck met tanden, men siet daer gheen tote blonck, Haerl. Iuweel 23.
Dat schaafijzer staat blonk, V. KEIRSBILCK, Timm. 62 [1898]
(zie verder b.v. DE BO [1873]) .
↪— In figuurlijk gebruik.
En vald dies niet blonc (wees daarin scherpzinnig), DE CASTELEIN, Const v. Rhetor. 58 [1548].
Afl. Blonkaard, die stompzinnig is (”Mids dat onzen Autheur … voor alzulke Blonckaerds ditte niet gheschreuen en heeft”, bij DE CASTELEIN, Const v. Rhetor. 252 [1548])
blonkheid (zie voor de oudere taal b.v. Gentsche Sp. 376 [1539], Hand. d. Amour. V 1 a ).
En
BLONC
Woordsoort: bnw
Modern lemma: blonk
bnw. Stomp, in allerlei beteekenissen. Verwant zijn wel eng. blunt; oeng. blunt, blont (Strattm. 66), en het zwits. blunschig, bluntschig (Stalder 1, 191). Nog heden in gebruik te Kortrijk (Belg. Mus. 18, 171) en in het Westvlaamsch. De Bo 154 geeft tal van voorbeelden en de afleidingen blonkachtig en blonkheid.
+↪a. Eigenlijk. Stomp, van alles, wat zonder punt is of zonder scherpte, of wat zijne puntigheid heeft verloren.
Ant cruce …, daer toe die Joden hadden ghesocht ende vonden bloncke naglen drie OVl. Lied. e. Ged. 44, 121, Vlaanderen, 1340-1360.
Dat bitter wroeten, dat u daer gaf die naghel blonc, 134, Vlaanderen, 1340-1360.
Als die (nl. de eene hoorn) blonc es ende moede (forte uno recuso (l. retuso) vel leso (l. lasso)), rechtet op den andren met spoede, Nat. Bl. II, 1705, Holland, 1351-1375.
Ist ey scaerp ten mindren ende .., (si) bringhen hanen, ende die blonke (eier) bringhen die hennen, III, 2033.
Bina als een pinappel, achter scarp ende voren een luttel blonc ende slecht, Hs. Yp. 123b., Vlaanderen, 1351
Een stoxkijn, ende dat blonc ende slicht ten ende gemaect, 135a., Vlaanderen, 1351