het kan niet anders dan dat ze er haar man mee bedoelt.
het is aan te raden het relevante gedeelte van de brief hier te plaatsen, zodat we context hebben rond het gebruik van de naam "Bouhuis".
Ik heb te stellig gesproken: ik schreef dit zonder secuur naar datums te kijken. De brief was van voorjaar 1932, en toen was ze al bijna 5 jaar weduwe!
Ze schreef haar neef over een nieuwgeboren nichtje, en dat ze nog wel iets wilde doen i.v.m. zijn aanstaande priesterwijding.
"hebt ge ook behoefte hier of daar aan laat me dat eens weten wat voor de warmte of wat sigaren of een weinig geld? Zo heel veel kan ik niet want van Bouhuis heb ik in 14 dagen niet wat gekregen
'k denk wel dat het zaterdag wel komt maar affijn schrijf me maar waar ge het meeste behoefte aan hebt."
Dan gaat het verder over de ouderlijke boerderij. Heel de brief nagenoeg zonder interpunctie...
Na Workel's dood heeft ze dus regelmatig wat inkomen van ene Bouhuis of Bouwhuis. Maar waarom? Wat is hun relatie?
In zulke situaties willen de betrekkingen nog wel eens blijken uit de woonsituatie. Maar ik vind geen een verwijzing naar hem of haar in het bevolkingsregister.
Dus ben ik op zoek naar ideeën over de
- mogelijke financiele betrekkingen (lijfrente? Onderhoudsverplichting na overdracht huis o.i.d?) (een notaris Bouwhuis in Twente heb ik niet gevonden :-)
- of iemand die goed thuis is in de Deldense familie Bouwhuis.
Het kan natuurlijk nog steeds gaan over een bijnaam of een boerderijnaam.