Dag,
Ik ben kleinkind van grootouders die lid waren van de NSB/NSVO. Vooropgesteld dat ik alleen voor mezelf kan spreken en andere nazaten er heel anders in kunnen staan, wil ik graag een bijdrage leveren aan de discussie.
Al in mijn vroege jeugd, ik denk dat ik een jaar of 8 was, werd mij verteld dat opa lid was geweest van de NSB maar nooit iemand had verraden. Van mijn oma wist ik het toen nog niet. Het was niet meer dan een gegeven waarvan ik de strekking natuurlijk nog lang niet kon begrijpen, maar wel aanvoelde dat het iets groots was. In diezelfde periode werd er op straat weleens gescholden ‘vieze vuile NSB-er’ zoals er tegenwoordig met ziektes wordt gescholden. Dit heeft samen met andere sentimenten hieromtrent in de samenleving de kiem gelegd voor decennia lang zwijgen uit angst voor onterechte veroordeling voor feiten waar ik part noch deel aan had en geen enkele invloed op had, simpelweg omdat ik na de oorlog ben geboren en toen nog niet bestond. Pas op volwassen leeftijd merkte ik dat het door de jaren heen onbewust toch wel invloed heeft gehad op mijn leven. Het gaf een gevoel van eenzaamheid, een soort van niemandsland, nergens bij horen. Bij de jaarlijkse dodenherdenking ervaar ik dat nog steeds.
Pas sinds enkele jaren weet ik van horen zeggen dat mijn vader (al jong overleden) door de handelwijze van mijn opa als kind erg gepest werd en dat hij zijn vader het NSB lidmaatschap erg kwalijk heeft genomen. Dit vind ik pijnlijk en raakt mij als kind van mijn vader ook. Mijn grootouders zijn gestraft voor hun daden met opsluiting in een interneringskamp, een geldboete en ontnemen van kiesrechten. Over de wantoestanden die in deze interneringskampen plaatsvonden is weinig bekend. Feit is dat er dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen, zoals o.a. mishandeling, marteling en verkrachting. Ook dat vind ik lastig.
De gepleegde feiten zijn confronterend en pijnlijk en kun je niet wegpoetsen, het is nu eenmaal onderdeel van de geschiedenis van je voorouders. Toen ik vernam dat de CABR dossiers in 2025 openbaar worden, was mijn eerste reactie ‘alsjeblieft niet, het is te vroeg’. Inmiddels denk ik er anders over en zie het nu als een kans op meer openheid waarbij wellicht ruimte ontstaat voor nuance. Hoe zeer een bepaalde handelwijze, in dit geval NSB lidmaatschap ook te veroordelen is, het is niet altijd zo zwart/wit als meestal voor de bühne komt. Ik heb al langere tijd geen zin meer om te zwijgen of genegeerd te worden als kleinkind van. Ik ben niet mijn voorouders.
Publiceren? Ik zeg ja, maar wel met de nodige zorgvuldigheid met oog en oor voor de nazaten van gestraften. Overleg met hen hoe zij daar tegenover staan. Je hoeft ook niet meteen alles uitgebreid te omschrijven. Een korte vermelding kan in eerste instantie ook volstaan. Respecteer het als nazaten aangeven dit niet te willen, zeker als men nog maar kort weet van de gebeurtenissen en geef hen de tijd om het te verwerken.
Peter de Jong, ik waardeer het erg dat je de vraag stelt. Je toont medemenselijkheid, dat siert je.