Om de roverij te beteugelen die in de Meierij eind 16e eeuw veelvuldig plaatsvond op transporten/de openbare weg, werden alle herbergiers in de Meierij verplicht om een vergunning aan te vragen voor het houden van een taveerne en herberg. Bij de behandeling van de aanvraag moest ook worden aangetoond door de betreffende herbergier dat hij te goeder trouw was. Deze maatregel werd in alle dorpen en steden in de Meierij per plakkaat afgekondigd in 1585 en 1586. Echter de toenmalige herbergiers hebben massaal geweigerd om hieraan gehoor te geven zodat zij vervolgens gedagvaard werden en tenslotte via een rechterlijk vonnis veroordeeld tot het betalen van 50 gulden boete. De akten van dagvaarding en vonnis zijn gearchiveerd bij het Erfgoedcentrum in 's-Hertogenbosch: Rollen der zaken van verzuim van consentaanvragen voor het houden van herberg, ingevolge het plakkaat d.d. 18-11-1585, Archief 14.
Helaas is niets bekend over de afloop van deze kwestie. Zijn de geldboetes daadwerkelijk geind of is op een andere wijze genoegdoening gedaan? Of is de zaak geseponeerd?
Ik heb al vele pogingen ondernomen om hierachter te komen maar zonder succes. Kan iemand hierover iets zeggen?
Jan Heerings